Vragen van de leden Van Klaveren en Fritsma (beiden PVV) aan de ministers voor Wonen en Rijksdienst en van Financiën over het bericht dat «consumenten 1,3 procent teveel hypotheekrente betalen» (ingezonden 13 februari 2013).

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Wonen en Rijksdienst (ontvangen 11 maart 2013).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Consumenten betalen 1,3 procent te veel hypotheekrente»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3, 4

Hoe duidt u het gegeven dat banken tegenwoordig meer winst maken op hypotheekrentes, terwijl de rente waartegen banken zelf krediet lenen omlaag is gegaan?

Bent u van mening dat het door Brussel opgelegde prijsleiderschapsverbod één van de belangrijkste oorzaken is van het gebrek aan concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt? Zo nee, waarom niet?

Welke maatregelen kunt u en bent u voornemens te treffen om de hypotheekrente in Nederland aanzienlijk verlaagd te krijgen?

Antwoord 2, 3, 4

Er zijn recentelijk twee studies gepubliceerd over de hoogte van de marges op hypotheekrentes. Het Centraal Planbureau (CPB) stelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de financieringskosten in Nederland systematisch hoger zijn dan in de ons omringende landen. Het CPB benoemt drie mogelijke alternatieve verklaringen voor de hogere rentes op hypothecair krediet in Nederland. Ten eerste capaciteitsrestricties (omdat banken meer eigen vermogen moeten aanhouden in verhouding tot de totaal uitstaande activa), ten tweede afgenomen concurrentie en ten derde toegenomen risico’s op de Nederlandse hypotheekmarkt. Ook De Nederlandsche Bank (DNB) wijst op deze drie mogelijke verklaringen maar is tevens van oordeel dat Nederlandse banken wel geconfronteerd worden met duurdere en minder stabiele financiering.

Ook de prijsleiderschapsverboden, opgelegd als voorwaarde voor staatssteun, kunnen de ontwikkelingen van de hypotheekrentes in beginsel beïnvloeden. Het prijsleiderschapsverbod voor AEGON liep op 15 juni 2011 ten einde en op 19 november 2012 is het prijsleiderschapsverbod voor ING in Nederland opgeheven. Alleen voor ABN AMRO geldt nog een prijsleiderschapsverbod. Ik heb in het debat inzake het eindrapport van de Commissie Parlementaire enquête financieel stelsel al aangegeven dit concurrentieaspect van het prijsleiderschapsverbod van ABN AMRO te bespreken met de Europese Commissie en dit tevens mee te nemen in de gesprekken over de herstructurering van SNS REAAL.

In het besluit van de Europese Commissie van 19 november jl. inzake de staatssteun aan ING is opgenomen dat ING de commerciële activiteiten van Westland Utrecht Bank zal samenvoegen met de nieuwe bank van Nationale Nederlanden (NN Bank). Deze nieuwe onafhankelijke speler zou kunnen bijdragen aan een beter concurrerende hypotheekmarkt.

De update van de «Sectorstudie Hypotheekmarkt» van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) naar de marges op de hypotheekmarkt van 30 mei 2011 zal op korte termijn gepubliceerd worden. De minister van Economische Zaken zal deze studie, mede namens de minister van Financiën en de minister voor Wonen en Rijksdienst, doorgeleiden naar de Eerste en Tweede Kamer en daarbij ingaan op de belangrijkste conclusies. Ik wil dat onderzoek afwachten alvorens meer definitieve conclusies te trekken over de margeontwikkeling.

Daarnaast merk ik op dat sinds 1 januari van dit jaar verschillende maatregelen van kracht zijn om de werking van de hypotheekmarkt te verbeteren en de positie van de consument te versterken. Deze maatregelen maken onderdeel uit van het Wijzigingbesluit Financiële Markten 2013. Allereerst is de transparantie over de opbouw van een hypothecair krediet met een variabele debetrentevoet vergroot. Aanbieders zijn nu verplicht om voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een hypothecair krediet met een variabele debetrentevoet duidelijk aan te geven welke component of componenten variabel zijn. Tevens moeten aanbieders bij wijziging van de variabele debetrentevoet inzichtelijk maken welke component of componenten aan de wijziging ten grondslag liggen. Om de overstapdrempels te verkleinen zijn aanbieders verplicht om de op dat moment geldende debetrentevoeten te publiceren op de website en moet de aanbieder de consument tenminste drie maanden voor het aflopen van de rentevastperiode een aanbod doen voor de komende periode. Verder dienen aanbieders van hypothecair krediet een zogenoemd éénsporig rentebeleid te hanteren. Daarbij is het uitgangspunt dat de aanbieder dezelfde debetrentevoet voor dezelfde rentevastperiode bij consumenten met een vergelijkbaar risicoprofiel in rekening brengt, ongeacht of het een consument betreft die een overeenkomst prolongeert of een consument die een eerste overeenkomst aangaat. Tot slot geldt wat betreft de financierbaarheid van hypotheekportefeuilles dat het kabinet de heer van Dijkhuizen bereid heeft gevonden te verkennen of de rol van institutionele beleggers bij de hypothecaire woningfinanciering kan worden vergroot.

Naar boven