Vragen van het lid Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD) aan de minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid over het bericht dat vakbondsleden voorgetrokken worden (ingezonden
19 februari 2013).
Antwoord van minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 20 maart
2013)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht: «Vakbondslid voorgetrokken»?1
Vraag 2
Klopt het bericht dat vakbondsleden door de genoemde afspraken uit bovenstaand bericht
extra vrije dagen of extra scholing krijgen? Zo ja, wat vindt u van dergelijke afspraken?
Antwoord 2
Navraag bij de cao-partijen leert dat het juist is dat in de betreffende gevallen
afspraken zijn gemaakt over een extra vrije dag voor bijscholing of extra scholing
in het geval van reorganisatie.
Vraag 3, 4, 5, 6 en 7
In hoeverre is het juridisch mogelijk om onderscheid te maken tussen vakbondsleden
en niet-vakbondsleden bij het afsluiten van cao’s?
In hoeverre is het wenselijk dat er een onderscheid gemaakt wordt in cao’s tussen
vakbondsleden en niet-vakbondsleden?
Hoe verhouden deze afspraken zich tot de brochure van de Stichting van de Arbeid «De
cao: wat en hoe?», waarin de volgende passage staat: «Overigens is de werkgever, die
betrokken is bij de cao, verplicht de arbeidsvoorwaarden van die cao ook toe te passen
op werknemers in zijn onderneming, die geen lid zijn van de betrokken vakorganisatie(s)?»
Deelt u de mening dat op deze manier een tweedeling onder werknemers kan ontstaan?
Zo ja, wat vindt u daar van? Zo nee, waarom niet?
In hoeverre bestaat de mogelijkheid dat vakbondsleden juist minder aantrekkelijk worden
voor werkgevers omdat deze «duurder» zijn? Wat vindt u van deze ontwikkeling?
Antwoord 3, 4, 5, 6 en 7
Een cao is een private overeenkomst tussen een werkgever of een werkgeversorganisatie
en een of meer werknemersorganisaties. De werkgever is gehouden deze afspraken ook
toe te passen op werknemers die geen lid zijn van de vakbond of lid zijn van een vakbond
die niet betrokken is bij de cao, tenzij in de cao anders is bepaald. Over de ruimte
om afspraken te maken die alleen gelden voor vakbondsleden kan een oordeel aan de
rechter worden gevraagd.
Ik wil benadrukken dat cao-partijen zelf een belang hebben bij een breed draagvlak
voor de door hen gemaakte afspraken: in hun eigen achterban, maar ook breder. Het
vraagstuk van het draagvlak voor cao-afspraken heb ik onlangs aan de SER voorgelegd.
Ik heb de SER gevraagd of de initiatieven die organisaties van werkgevers en werknemers
ontplooien om het draagvlak van cao’s te vergroten voldoende zijn of dat het stelsel
van cao en avv zou moeten worden geherstructureerd.
Vraag 8
In welke mate betalen werkgevers bijdragen voor al hun werknemers aan vakbonden?
Antwoord 8
In een aantal sectoren hebben werkgevers- en werknemersorganisaties afspraken gemaakt
over een financiële bijdrage voor vakbondsactiviteiten van de vakbond waarmee de cao
overeengekomen wordt: het zogenaamde «vakbondstientje». Dat is een financiële bijdrage
van werkgevers of werkgeversorganisaties aan de vakbonden, waarmee die werkgevers(organisaties)
een cao afsluiten. Het staat sociale partners vrij afspraken met elkaar te maken over
de financiering van vakbondsactiviteiten. Deze vakbondsbijdrage is een private overeenkomst
die werkgevers en vakbonden in alle vrijheid met elkaar overeen kunnen komen en waaraan
werknemers of ongeorganiseerde werkgevers geen bijdrage leveren. Dergelijke afspraken
komen, net als andere afspraken die een onderscheid tussen georganiseerden en ongeorganiseerden
teweeg brengen, niet in aanmerking om algemeen verbindend te worden verklaard.
Vraag 9
Hoe verhouden de in het bericht vermelde afspraken zich tot uw uitgangspunt: «gelijk
loon voor gelijk werk»?
Antwoord 9
Het beginsel van gelijk loon voor gelijke arbeid dient naast andere omstandigheden
betrokken te worden in de afweging of een werkgever in de gegeven omstandigheden in
strijd heeft gehandeld met het goed werkgeverschap. Het is mogelijk om hierover een
oordeel van de rechter te vragen. Bij de beoordeling van ongelijke beloning in een
cao weegt de rechter tevens het belangrijke beginsel van vrijheid van onderhandelen
over arbeidsvoorwaarden mee, dat tot een cao geleid heeft. Het laatste woord is in
deze aan de rechter.
Vraag 10
Wat is op dit moment de organisatiegraad van vakbonden?
Antwoord 10
In 2011 is 20% van de werknemers lid van een vakbond (CBS). Dit is het meest recente
cijfer.
Vraag 11
Hoeveel werknemers worden direct of door algemeen verbindend verklaren gebonden door
cao-afspraken?
Antwoord 11
6 miljoen werknemers vallen in Nederland onder de werkingssfeer van een cao. Dat betreft
5 miljoen werknemers die in een sector werken waar een bedrijfstakcao geldt. Nog eens
0,5 miljoen werknemers vallen onder de werking van een ondernemingscao en voor nog
eens 0,5 miljoen werknemers geldt door algemeen verbindend verklaring een bedrijfstakcao.
Dit blijkt uit de rapportage Cao-afspraken 2011 die ik in november jl. aan uw Kamer
heb gezonden.
X Noot
1Algemeen Dagblad, 18 februari 2013