Antwoord 3, 4, 5
Een dergelijk voordeel is voor de loonheffing zowel onder de oude regeling voor vergoedingen
en verstrekkingen als onder de werkkostenregeling echter geen belast loon als de lening
wordt aangewend in verband met een eigen woning. Er gelden dan wel enkele voorwaarden
waaraan de werknemer moet voldoen en waarbij de werkgever een administratieplicht
heeft.
Voor andere renteloze of laagrentende personeelsleningen gelden andere regels. Deze
regels verschillen afhankelijk van de vraag of de werkgever reeds is overgestapt op
de werkkostenregeling of niet.
De werkgever maakt nog gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
In het geval een werkgever nog niet is overgestapt op de werkkostenregeling is een
rentevoordeel uit een dergelijke lening alleen vrijgesteld voor zover de werknemer
het geleende bedrag gebruikt voor zaken waarvoor volledig of bijna volledig een vrije
vergoeding mogelijk is. Te denken is hierbij aan de vergoeding voor de aanschafkosten
van een computer die voor 90% of meer voor de dienstbetrekking wordt gebruikt of de
inrichtingskosten van een telewerkplek bij de werknemer thuis die voor de dienstbetrekking
wordt gebruikt.
Als het rentevoordeel van een personeelslening belast is, wordt dit voordeel berekend
met een normpercentage. Deze norm is vastgelegd in artikel 59 van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001 en bedraagt voor het jaar 2013 een percentage van 3,01 en is een uitwerking van hetgeen in artikel 13, derde lid, onderdeel c, van de Wet
op de loonbelasting 1964 is geregeld. Met deze norm hoeft dus in de uitvoeringspraktijk
niet steeds afzonderlijk de waarde in het economische verkeer te worden vastgesteld.
Een voorbeeld ter verduidelijking
Een werknemer heeft ultimo 2008 een bedrag van € 20.000 tegen een te betalen rente
van 2,5% van zijn werkgever geleend. Er zijn geen aflossingen geweest.
In 2009 is dan het belaste loonvoordeel € 480 (2,4% van € 20.000), omdat de norm in
dat jaar 4,9% bedraagt en de feitelijk betaalde rente 2,5% is.
In 2010 en 2011 is de feitelijk betaalde rente gelijk aan de voor die jaren geldende
norm en is er geen belast loonvoordeel.
In 2012, waarin de norm 2,85% bedraagt, is het belaste loonvoordeel € 70 (0,35% van
€ 20.000).
In 2013, met een norm van 3%, is het belaste loonvoordeel € 100.
De werkgever maakt gebruik van de werkkostenregeling
In het per 1 januari 2011 in de Wet op de loonbelasting 1964 ingevoerde systeem van
de werkkostenregeling, is deze specifieke waarderingsnorm niet langer afzonderlijk
opgenomen. Wel geldt onder de werkkostenregeling – zoals hiervoor al aangegeven –
dat het rentevoordeel van een lening in verband met een eigen woning onder voorwaarden
buiten beschouwing blijft. Dat is vastgelegd in artikel 3.10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2011. Het rentevoordeel blijft buiten beschouwing vanwege het feit dat
het wel in aanmerking nemen van het rentevoordeel in de loonbelasting vervolgens zou
leiden tot renteaftrek van dit rentevoordeel binnen de eigenwoningregeling. Bijtellen
heeft dan weinig nut. In het licht van de aanstaande beperkingen van de hypotheekrenteaftrek,
zoals voorzien in het Regeerakkoord VVD/PvdA, zal deze regeling nog worden bezien.
Voor andere renteloze of laagrentende personeelsleningen geldt dat het rentevoordeel
loon vormt voor de waarde in het economische verkeer. De werkgever mag een dergelijk
loonbestanddeel wel buiten het individuele loon van de werknemer houden en als eindheffingsbestanddeel
aanwijzen en daarmee gebruiken voor het invullen van de zogenoemde vrije ruimte. Voor
zover de vrije ruimte overschreden wordt is de werkgever dan het eindheffingstarief
verschuldigd.
Werkgevers zijn derhalve sinds 2011 in de gelegenheid in plaats van de normrente de
waarde in het economische verkeer als uitgangspunt te hanteren, dan wel aanpassingen
voor te bereiden.