Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de ministers van Economische Zaken en voor
Wonen en Rijksdienst en aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over
energiebesparing in de gebouwde omgeving (ingezonden 5 februari 2013).
Antwoord van minister Blok (Wonen en Rijksdienst), mede namens de minister van Economische
Zaken en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (ontvangen 7 maart 2013)
Vraag 1
Heeft u er kennis van genomen dat de Franse minister van Milieu voornemens is om kantoren
en winkels te verplichten om ’s avonds het licht uit te doen om energiebesparing te
realiseren en lichtvervuiling tegen te gaan? Zo ja, wat vindt u van die voornemens?
Antwoord 1
Ja, ik heb kennis genomen van deze voornemens en ik ben van mening dat indien er sprake
is van onnodig aanlaten van verlichting eenvoudig energie kan worden bespaard door
het ’s nachts uitschakelen van verlichting.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het ’s avonds en ’s nachts aan laten van verlichting in lege
kantoor- en winkelpanden verspilling van energie is?
Antwoord 2
Ik deel de mening dat het onnodig aan laten van verlichting energieverspilling is.
Dit geldt ’s nachts, maar ook overdag. Als het donker is kan het in verband met de
veiligheid noodzakelijk zijn dat er ’s nachts lampen branden in lege kantoor- en winkelpanden.
Dit is een voorwaarde die soms door verzekeringsmaatschappijen wordt gesteld. Daarnaast
zijn er uitzonderingen voor onder andere noodverlichting, publieke verlichting en
specifieke momenten.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het besparen van energie een makkelijke en goedkope maatregel
is om de broodnodige energietransitie dichterbij te brengen?
Antwoord 3
Het verbeteren van de energie-efficiëntie is een eenvoudige en kosteneffectieve optie
om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Efficiënt energiegebruik
verbetert de concurrentiepositie van bedrijven, leidt tot lagere energiekosten voor
de burger en levert een bijdrage aan het reduceren van broeikasgassen. Dat wil echter
niet zeggen dat energiebesparing ook altijd gemakkelijk te realiseren is. Het potentieel
en instrumentarium is per sector heel verschillend, en energiegebruikers hebben niet
altijd de goede (financiële) prikkels en de benodigde informatie om te investeren
in energiebesparing.
Vraag 4
Als een dergelijke maatregel in Nederland ingevoerd zou worden, hoeveel energie zou
er dan naar schatting jaarlijks bespaard kunnen worden?
Antwoord 4
Op basis van een schatting van ECN blijkt dat in kantoren en winkels 536 miljoen kWh
ofwel 2PJ elektriciteit kan worden bespaard door het uitschakelen van onnodige verlichting
buiten bedrijfstijd. De schatting gaat ervan uit dat in 10% van de werkruimtes in
kantoren en winkels op werkdagen ’s avonds en ’s nachts het licht aan blijft. Uitgaande
van een verbruik van 3500 kWh per huishouden zou het gaan om een besparing die gelijk
is aan de elektriciteitsbehoefte van ca. 150.000 huishoudens.
Vraag 5
Bent u bereid om in navolging van de Franse regering kantoren en winkelpanden te verplichten
om ’s avonds en ’s nachts het licht uit te doen als er niemand meer aanwezig is in
deze panden? Zo nee, waarom niet en op welke wijze bent u dan voornemens om ook kantoren
en winkels te laten participeren in het besparen van energie? Zo ja, op welke termijn
en wijze wilt u dit realiseren?
Antwoord 5
Een verplichting om alle verlichting uit te schakelen ligt in Nederland niet voor
de hand. Zowel in de bouw- als in de milieuregelgeving zijn reeds bepalingen opgenomen
om onnodig gebruik van verlichting te voorkomen.
In het kader van de bouwregelgeving zijn minimumeisen vastgesteld voor de energieprestatie
van nieuwe gebouwen. Aanwezigheidsdetectie, daglichtschakeling en een veegschakeling
voor het uitschakelen van verlichting op momenten dat dit mogelijk is, dragen bij
aan een hogere energieprestatie van het gebouw en zijn onderdeel van deze eisen. Deze
maatregelen worden ook gewaardeerd in de bepalingsmethoden voor de bestaande bouw.
Daarnaast geldt voor bestaande gebouwen op grond van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit
dat bedrijven verplicht zijn energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd
van vijf jaar of minder. Hieronder vallen ook kantoorgebouwen en winkelpanden met
een energieverbruik van meer dan 50.000 Kwh. Een maatregel die zich in de meeste gevallen
binnen deze vijf jaar terugverdient en die in die gevallen dus onder deze verplichting
valt, is bewegingsdetectie. Bij toepassen van bewegingsdetectie zal geen sprake zijn
van overbodige verlichting. Bij bovenstaande dient wel te worden aangetekend dat het
met oog op de veiligheid niet altijd opportuun is om de verlichting geheel uit te
schakelen.
Vraag 6
Welke overige kansen ziet u voor energiebesparing in de gebouwde omgeving en op welke
wijze wilt u deze kansen benutten?
Antwoord 6
Conform mijn toezegging bij de begrotingsbehandeling voor Wonen en Rijksdienst in
december 2012, zal ik in het voorjaar van 2013 komen met een nadere uitwerking voor
energiebesparing in de gebouwde omgeving.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Dik-Faber
(ChristenUnie), ingezonden 4 februari 2013 (vraagnummer 2013Z02049)