Vragen van het lid Helder (PVV) aan de minister van Veiligheid en Justitie over de
berichten «Bijbanenregister rechters nog vol hiaten», «Veel rechters verzwijgen bijbaan»
en «Verbazing over het niet melden bijbanen rechters» (ingezonden 11 februari 2013).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 5 maart 2013).
Vraag 1
Kent u deze berichten? Klopt het wat hierin vermeld wordt? Zo nee, waarom niet?1
2
3
Antwoord op vraag 1
Het klopt dat op 7 februari 2013 in een aantal gevallen de nevenbetrekkingen van rechters
en rechter-plaatsvervangers nog niet in het register van nevenbetrekkingen waren geregistreerd.
De Raad voor de rechtspraak heeft de gerechten gevraagd aan te geven in welke mate
rechters en rechter-plaatsvervangers hun nevenbetrekkingen registreren. Het doel is
zo snel mogelijk tot een actuele registratie te komen.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de rechterlijke macht onafhankelijk dient te zijn? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 3
Deelt u de mening dat de schijn van belangenverstrengeling altijd vermeden dient te
worden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Deelt u de mening dat, indien er sprake is van belangenverstrengeling, de mogelijkheden
van een procespartij om een rechter de wraken of van een rechter om zich te verschonen
niet voldoende zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 4
Nee. De wettelijke mogelijkheden van verschoning en wraking zijn specifiek bedoeld
voor toepassing in gevallen waarin sprake is of lijkt te zijn van feiten of omstandigheden
waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit omvat mede
de situatie dat de schijn zou kunnen worden gewekt dat sprake is van belangenverstrengeling.
Beide instrumenten functioneren in de praktijk goed. Voor een optimaal functioneren
is vanzelfsprekend van belang dat informatie over de nevenbetrekkingen van een rechter
voor partijen beschikbaar en volledig is. Het register nevenbetrekkingen dient daarom
altijd actueel te zijn.
Vraag 5
Deelt u de mening dat de wens van rechters om met één been in de samenleving te blijven
staan, volledig is doorgeschoten voor wat betreft hun bijbanen en nevenfuncties? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 5
Nee. Ik vind het van groot belang dat onze rechtspraak, die gebaseerd is op professionele
rechters die het rechtsprekend ambt als hun hoofdbetrekking hebben, zo goed mogelijk
maatschappelijk is ingebed. Het maatschappelijk draagvlak wordt immers mede gewaarborgd
door de wijze waarop de rechter georiënteerd is op, en deelneemt aan de samenleving.
Ik acht het dan ook wenselijk dat rechterlijke ambtenaren actief zijn op diverse fronten
in het maatschappelijk verkeer. Het vervullen van nevenbetrekkingen door rechters
is daarvoor bij uitstek een geschikt middel. Grenzen worden daarbij getrokken door
de wet, die sommige nevenfuncties uitsluit, door het gezond verstand van de rechter
en door algemene regels van betamelijkheid. Als hulpmiddel bij de beantwoording van
de vraag of een nevenfunctie acceptabel is of niet, is binnen de rechtspraak de leidraad
nevenfuncties ontwikkeld waarin algemene richtlijnen zijn opgenomen. Mede naar aanleiding
van deze leidraad is de presidenten van de gerechten herhaaldelijk gevraagd erop toe
te zien dat adequate registratie van nevenbetrekkingen plaatsvindt.
Vraag 6
Deelt u de mening dat er strengere regels moeten komen en steviger opgetreden dient
te worden tegen rechters die de wet (artikel 44, vijfde lid 5, Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren) niet naleven en hun nevenfuncties niet opgeven? Zo nee, waarom niet? Zo
ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen?
Vraag 7
Deelt u de mening dat, indien blijkt dat een rechter zich ernstig schuldig heeft gemaakt
aan belangenverstrengeling, het beter mogelijk moet zijn in zo'n geval een rechter
te ontslaan, aangezien dan geen sprake meer is van onafhankelijke rechtspraak? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen?
Antwoord op vragen 6 en 7
Ik deel de mening dat belangenverstrengeling van een rechter ontoelaatbaar is en dat
het gepast is daarop te reageren met een sanctie. De zware sanctie van een disciplinair
ontslag door de Hoge Raad bestaat al. Dat het niet opgeven van een nevenfunctie automatisch
tot de conclusie zou moeten leiden dat er sprake is van belangenverstrengeling, gaat
mij evenwel te ver. Wanneer een rechter persisteert in het niet opgeven van een nevenfunctie,
daarmee deze wettelijke verplichting ontwijkend, is het wel evident dat een sanctie
gepast is.
Meer in het algemeen vind ik dat de rechterlijke macht moet beschikken over een adequaat
instrumentarium om bij verschillende vormen van ongeoorloofd of ongewenst gedrag passend
te kunnen reageren. Daarom heb ik een wetsvoorstel in voorbereiding dat het nu nog
beperkte scala aan disciplinaire en orde- en sturingsmaatregelen uitbreidt. Dit wetsvoorstel
gaat – zoals toegezegd tijdens de afgelopen begrotingsbehandeling – uiterlijk 1 april
2013 in consultatie.
X Noot
1Financieel Dagblad, 7 februari 2013
X Noot
2Nieuwsuur, 7 februari 2013
X Noot
3Telegraaf, 7 februari 2013