Vragen van het lid Van Raak (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de inzet van bijzondere bevoegdheden door de geheime diensten tegen politici,
in het bijzonder tegen Roel van Duijn (ingezonden 7 februari 2013).
Antwoord van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
28 februari 2013).
Vraag 1, 2
Deelt u de opvatting van de Nationale ombudsman dat uw ministerie en de Algemene inlichtingen-
en veiligheidsdienst (AIVD) hebben gehandeld in strijd met de beginselen van «transparantie»
en «behoorlijkheid», door de heer Roel van Duijn pas na vele en lange procedures –
tot aan de Raad van State – inzicht te geven in de bemoeienis van geheime diensten
met diens leven en politieke activiteiten?
Deelt u de opvatting van de Nationale ombudsman dat het «onbevredigend» en «onverstandig»
is dat u heeft geweigerd om een nader onderzoek te laten doen naar de inzet van bijzondere
bevoegdheden tegen Roel van Duijn?
Antwoord 1, 2
De heer Van Duijn komt vooral voor in de dossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst
(BVD) uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De Wet op de inlichtingen-
en veiligheidsdiensten 2002 kent een uitputtend stelsel voor de behandeling van verzoeken
om inzage in (persoons)gegevens, met inbegrip van het daarbij te hanteren beoordelingskader.
Dat stelsel beoogt zowel de belangen van de verzoeker als die van de dienst te borgen.
Bij de behandeling van verzoeken om kennisneming wordt zorgvuldig beoordeeld of de
aangetroffen gegevens vrijgegeven kunnen worden.
Naar aanleiding van een verzoek om inzage in zijn persoonsdossier heeft de AIVD aan
de heer Van Duijn documenten verstrekt. In zijn bezwaarschrift heeft de heer Van Duijn
zijn verzoek verbreed. Daarop zijn aanvullende documenten verstrekt. De heer Van Duijn
heeft bovendien gebruik gemaakt van alle rechtsmiddelen die hem ter beschikking stonden
(bezwaar, beroep en hoger beroep).
Vraag 3
Bent u bereid de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
(CTIVD) te vragen alsnog een onderzoek te doen naar de inzet van bijzondere bevoegdheden
tegen Roel van Duijn, in het bijzonder naar de «behoorlijkheid»?
Antwoord 3
De Commissie van Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft
in dit geval geen taak en bevoegdheden om onderzoek te doen. De zaak betreft een periode
van voor de inwerkingtreding van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
2002.
Overigens ben ik bereid een gesprek aan te gaan met de heer Van Duijn en heb hem inmiddels
hiertoe uitgenodigd.
Vraag 4
Deelt u de opvatting van de Nationale ombudsman dat de AIVD wel rekening houdt met
de «rechtmatigheid» van zijn optreden, maar onvoldoende met de «behoorlijkheid» van
zijn bemoeienis met het leven en de activiteiten van politici?
Antwoord 4
Ieder overheidsorgaan, ook de AIVD, dient zich bij haar optreden te houden aan regels
omtrent behoorlijkheid. Deze eis geldt ten aanzien van alle burgers, of zij nu politici
zijn of niet. De eis dat de AIVD op een behoorlijke en zorgvuldige wijze handelt bij
de verwerking van gegevens, waaronder de uitoefening van bijzondere bevoegdheden,
is in artikel 12 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 vastgelegd.
De CTIVD kan toezien op de naleving daarvan.
Vraag 5, 6, 7, 8
Deelt u de mening dat nadere regels noodzakelijk zijn om de behoorlijkheid van de
inzet van bijzondere bevoegdheden door geheime diensten tegen politici te waarborgen?
Worden op dit moment door de geheime diensten bijzondere bevoegdheden ingezet tegen
politici?
Zult u in de toekomst toestemming geven aan geheime diensten om bijzondere bevoegdheden
in te zetten tegen politici?
Wordt de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer
altijd geïnformeerd op het moment dat geheime diensten bijzondere bevoegdheden inzetten
tegen politici?
Antwoord 5, 6, 7, 8
Deze casus heeft betrekking op de voorganger van de AIVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst
(BVD). Het wettelijk kader met betrekking tot toezicht en rapportage was destijds
een andere dan nu geldt voor de AIVD. De AIVD heeft onder meer tot taak onderzoek
te doen naar personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten
aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan
van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige
belangen van de staat. Politici zijn niet bij voorbaat uitgesloten van onderzoek.
Aan de uitoefening van bijzondere bevoegdheden zijn in de Wet op de inlichtingen-
en veiligheidsdiensten 2002 eisen gesteld en daaraan wordt iedere uitoefening getoetst.
De CTIVD kan in het kader van haar toezichthoudende taak de rechtmatige uitoefening
van bijzondere bevoegdheden toetsen. De Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
van de Tweede Kamer (CIVD) is belast met de controle op de operationele taakuitvoering
van de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Er worden in het openbaar geen mededelingen
gedaan over operationele zaken die in de CIVD aan de orde komen.
Vraag 9
Hebben politici die onderwerp zijn geweest van bemoeienis door de veiligheidsdiensten
altijd een wettelijke notificatie ontvangen?
Antwoord 9
Indien een voor notificatie in aanmerking komende bijzondere bevoegdheid is uitgeoefend,
zal vijf jaar na beëindiging daarvan worden onderzocht of aan betrokkene een notificatieverslag
kan worden uitgebracht. Dat geldt ook voor politici.