Vragen van het lid Wolbert (PvdA) aan minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over het onderzoeksresultaat dat de babysterfte 's nachts niet hoger is dan overdag?
(ingezonden 31 januari 2013).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 28 februari
2013).
Vraag 1
Kent u het onderzoek van gynaecoloog Van der Leeuw- Harmsen en bedrijfskundige Van
der Schaaf, waaruit blijkt dat recente cijfers aantonen dat ook zonder kostbare reorganisaties
babysterfte is afgenomen met 25 tot 34%?1
Antwoord 1
Ja. De auteurs tonen aan dat de perinatale sterfte in Nederland de afgelopen jaren
in alle typen ziekenhuizen is gedaald. De daling is met name in de avond-, nacht-
en overdrachtsdiensten ingezet. Daarmee bestond er volgens de auteurs al in de periode
2004–2008 geen verschil meer tussen de perinatale sterfte overdag en de perinatale
sterfte tijdens avonds-, nacht- en overdrachtsdiensten. Dit vind ik een positieve
ontwikkeling. Een kanttekening die bij deze cijfers wel dient te worden gemaakt is
dat het onderzoek alleen de zogenaamde STEL-geboorten (Spontaan in partu, à Terme,
Eenling, Levend kind bij begin baring) betreft.
Risicobevallingen, zoals bij meerlingen, vroeggeboorte, stuitligging en gedwongen
inleidingen zijn in dit onderzoek niet meegenomen. Deze cijfers bieden dan ook geen
reden om achterover te leunen. De auteurs stellen in algemene zin dat het «ook zonder
grootschalige onomkeerbare ingrepen in het verloskundig zorgsysteem mogelijk blijkt
om buiten kantooruren eenzelfde kwaliteitsniveau te bereiken als overdag». Ik ben
met de auteurs eens dat het niet alleen grootschalige onomkeerbare ingrepen in het
zorgsysteem zijn die zorgen voor de benodigde kwaliteitsverbetering. Daarom is het
zaak voor alle betrokkenen om de komende jaren de positieve ontwikkelingen rond bijvoorbeeld
samenwerking, uitvoering van perinatale audits en parallelle acties voort te zetten,
zodat de daling van de perinatale sterfte verder wordt voortgezet.
Vraag 2
Wat vindt u van de conclusie van de auteurs dat het sluiten van bijvoorbeeld de verloskunde
afdeling Meppel op verkeerde uitgangspunten werd genomen, namelijk de veronderstelling
dat hoge babysterfte in Nederland te maken had met onervaren arts- assistenten die
's nachts aan het roer staan?
Antwoord 2
Onder andere in antwoord op Kamervragen van de leden Bruins Slot en Agnes Mulder (Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 572) heb ik u geïnformeerd over de redenen van het besluit van de Raad van Bestuur van
de Noorderboog combinatie om te stoppen met de acute verloskunde in het Diaconessenhuis
in Meppel. Hoge babysterfte als gevolg van onervaren arts-assistenten die ’s nachts
aan het roer staan was hierin niet het uitgangspunt.
Vraag 3
Wat vindt u van de stelling van de auteurs dat onder andere het meer in dienst nemen
van verloskundigen in ziekenhuizen en een scherpere focus op veiligheid, waarschijnlijk
heeft geleid tot daling van de babysterfte 's nachts? Zou in Meppel een dergelijke
oplossingsstrategie ook tot goede resultaten hebben geleid? Zo ja, waarom? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 3
Het is een stelling van de auteurs zonder concreet bewijs. Dat maakt het moeilijk
er een afgewogen en objectief oordeel over te hebben, al is het intuïtief natuurlijk
aannemelijk dat bijvoorbeeld een scherpere focus op veiligheid kan bijdragen aan een
daling van de perinatale sterfte.
De afweging of een dergelijke oplossingsstrategie ook tot goede resultaten in Meppel
zou hebben geleid is niet aan mij, maar aan de partijen die hebben besloten om met
de acute verloskunde te stoppen. Aangezien hoge babysterfte tijdens de nacht niet
het uitgangspunt in de sluiting van de acute verloskunde in Meppel was, betwijfel
ik of deze oplossingsstrategie op zichzelf afdoende was geweest.
Vraag 4
Bent u van mening dat het College Perinatale Zorg de conclusie dat In ziekenhuizen
zonder opleiding voor nieuwe gynaecologen en ziekenhuizen met een neonatale intensivecare-unit
de nachtelijke babysterfte is afgenomen moet omzetten in aanbevelingen voor de verloskundige
afdelingen van de ziekenhuizen?
Antwoord 4
Uitgangspunt in mijn beleid is dat alle betrokkenen zich blijvend inzetten voor het
terugdringen van de perinatale sterfte. Mede naar aanleiding van het advies van de
stuurgroep zwangerschap en geboorte zijn en worden er veel belangrijke stappen gezet
om de perinatale sterfte terug te dringen. Het onderzoek laat voor alle type ziekenhuizen
een daling van de perinatale sterftecijfers zien. Ik zie op basis van dit onderzoek
dan ook geen reden om bovenop het al lopende beleid extra aanbevelingen te (laten)
doen.
Vraag 5
Heeft u ervan kennisgenomen dat de auteurs stellen dat grootschalige ingrepen in het
verloskundig zorgsysteem niet op hun plaats zijn? Deelt u de veronderstelling dat
de gynaecologen in Meppel mogelijk te voorbarig waren met hun vertrek naar Zwolle?
Hadden ze op basis van dit onderzoek, zonder zorgen over de veiligheid voor vrouwen,
kunnen blijven?
Antwoord 5
Zie mijn antwoorden op vraag 1 en 2.
Vraag 6
Gaat u organisatorische ingrepen met een grote maatschappelijke impact, op basis van
deze nieuwe gegevens, in de toekomst anders wegen?
Antwoord 6
Het is aan de Raden van Bestuur, de verzekeraars, de professionals en alle andere
betrokkenen om besluiten te nemen over concentratie van verloskundige zorg. Zolang
deze besluiten worden genomen binnen de randvoorwaarden voor kwaliteit en bereikbaarheid
ben ik hierin geen partij.
X Noot
1Medisch Contact, digitale nieuwsbrief 30 januari