Vragen van het lid Heerma (CDA) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap over Europese regulering van de media (ingezonden 29 januari 2013).
Antwoord van staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
22 februari 2013)
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport van de commissie Vike-Freiberga, die in opdracht van
Eurocommissaris Kroes aanbevelingen heeft geformuleerd met betrekking tot de (druk
op) media in Europa?1
Antwoord 1
Ja, ik ken het rapport A free and pluralistic media to sustain European democracy dat de High Level Group on Media Freedom and Pluralism in januari 2013 heeft uitgebracht
aan commissaris mw. N. Kroes.
De vier auteurs van het rapport benadrukken dat het gaat om aanbevelingen die zijn
gedaan op persoonlijke titel. Met andere woorden: het rapport en de daarin vervatte
aanbevelingen weerspiegelen de opvattingen van de vier auteurs en kunnen niet gezien
worden als opvattingen van de Europese Commissie, laat staan als voorgenomen beleid
van de Europese Commissie. Ik vind het belangrijk om dat expliciet vast te stellen.
Vraag 2
Bent u het eens met de eerste aanbeveling, dat de Europese Unie competent zou moeten
zijn om mediavrijheid en pluralisme op het niveau van lidstaten te beschermen? Waar
ligt wat u betreft principieel de grens als het gaat om Europese inmenging op het
gebied van mediabeleid en persvrijheid?2
Antwoord 2
Lidstaten hebben een verantwoordelijkheid voor het beschermen en stimuleren van mediavrijheid
en pluriformiteit. Ik stel vast dat dit belangrijke principe bevestigd wordt in het
rapport.3
De vier auteurs stellen dat de Europese Unie op sommige terreinen een belangrijke
rol te vervullen heeft: die rol ligt bij grensoverschrijdende kwesties binnen de Interne
Markt, inclusief kwesties op het terrein van mededinging. Daarnaast menen zij dat
de Europese Unie een rol moet spelen bij het overeind houden van fundamentele rechten
van EU-burgers.
Ik ben dat laatste met de auteurs eens, maar dat laat onverlet dat het kabinet bij
alle Commissievoorstellen met media-aspecten nauwlettend de voorvraag zal blijven
stellen of zij in de eerste plaats wel passen binnen de verdeling van bevoegdheden
tussen de Unie en de Lidstaten. In ieder geval zal ik mij namens het kabinet blijven
inzetten voor het waarborgen van de vrijheid en onafhankelijkheid van de media c.q.
van de journalistieke nieuwsvoorziening. Die fundamentele waarden mogen nimmer in
het geding komen, of het nu gaat om voorstellen op nationaal niveau of op Europees
niveau.
Vraag 3
Wat is uw mening met betrekking tot de aanbeveling, waarin gesteld wordt dat toezichthouders
de macht zouden moeten hebben om journalisten te ontslaan of boetes op te leggen?
Hoe beoordeelt u deze aanbeveling in het licht van de aanbeveling dat er desnoods
Europees gecentraliseerd toezicht moet zijn op nationaal beleid rond pluriformiteit
en persvrijheid?
Antwoord 3
Ik kan mij niet vinden in de aanbeveling dat toezichthouders (de High Level Group
spreekt over «media councils») boetes moeten kunnen opleggen aan media/journalisten
of iemand zijn journalistieke status moeten kunnen ontnemen.
In Nederland hebben we gekozen voor zelfregulering door middel van de Raad voor de
Journalistiek. Die kan een oordeel geven wanneer er klachten zijn over journalistieke
uitingen of journalistieke gedragingen, maar geen boetes opleggen, laat staan iemands
journalistieke status intrekken. De journalistiek is een vrij beroep en dat moet vooral
zo blijven. Daarnaast staat voor een klagende partij altijd de weg open naar de gewone
rechter. Die kan in voorkomende gevallen een onafhankelijk oordeel vellen en een passende
sanctie opleggen.
Hieruit volgt, dat ik niets zie in Europees gecentraliseerd toezicht op nationaal
beleid rond pluriformiteit en persvrijheid.
Vraag 4
Kunt u toelichten hoe met de uitvoering van de motie Heerma c.s. over het versterken
van het zelfregulerend vermogen van de journalistiek, waarmee de Kamer de wens heeft
uitgesproken dat de journalistiek juist niet onder overheidscontrole dient te staan
en daarom het zelfregulerend vermogen zou moeten versterken, staat?4 Bent u van plan om de aanbevelingen van de commissie Vike-Freiberga in de gesprekken
met de sector mee te nemen?
Antwoord 4
Toen de motie-Heerma werd ingediend – tijdens het Wetgevingsoverleg van 10 december
2012 over de Mediabegroting 2013 – heb ik gezegd dat ik het element van zelfregulering
mee zal nemen bij mijn visie op de positie van de schrijvende pers en de regionale
nieuwsvoorziening. Ik zal de Kamer later dit jaar informeren over de aanpak van die
visie.
Ik ben inmiddels in overleg met de Raad voor de Journalistiek over ondersteuning van
deze vorm van zelfregulering binnen de journalistiek. Hier is op korte termijn actie
geboden. De aanbevelingen van de High Level Group spelen daarbij geen rol.
X Noot
3Blz 3 van het Rapport.