Vragen van het lid Van Gerven (SP) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
over de charitatieve kledinginzameling (ingezonden 7 januari 2013).
Antwoord van staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 8 februari
2013)
Vraag 1
Is het bericht waar dat steeds meer gemeenten geld verdienen door het openbaar aanbesteden
van inzameling van tweedehandskleding? Onderkent u dat hier een prijsopdrijvend effect
vanuit gaat en het dus nadelige effecten heeft voor charitatieve instellingen?1
Antwoord 1
Zoals ik in mijn antwoorden op de vragen van het lid Dik-Faber (CU) over kledinginzamelaars
heb aangegeven, weet ik van de afzonderlijke gemeenten in Nederland niet wat hun beleid
is voor textielinzameling. Daarom heb ik geen overzicht van inzamelmethoden, aanbestedingen,
kosten en inkomsten.
Vraag 2
Kunt u aangeven hoe de inzameling van tweedehandskleding in Nederland is georganiseerd
en welke rol de gemeenten daarin spelen?
Antwoord 2
De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer en het Landelijk afvalbeheerplan 2009–2021
(LAP) verplicht om de (gescheiden) inzameling van textiel te organiseren. De wijze
waarop men aan die verplichting uitvoering geeft, behoort tot de autonome bevoegdheid
en verantwoordelijkheid van de gemeente. Vanwege die autonomie heb ik geen totaalbeeld
over hoe de inzameling van textiel is vorm gegeven.
Vraag 3
Kunt u aangeven wat het verschil is tussen inzameling van kleding door charitatieve
instellingen en commerciële inzamelaars?
Antwoord 3
Charitatieve instellingen en commerciële inzamelaars moeten allen toestemming hebben
van de gemeente om op het grondgebied van de gemeente textiel te mogen inzamelen.
Het vormgeven van een overeenkomst tussen gemeenten en inzamelaar en het in rekening
brengen van de kosten die met de inzameling zijn gemoeid, is een verantwoordelijkheid
van de afzonderlijke gemeenten.
Er is geen verschil in inzamelmiddelen, omdat allen gebruik kunnen maken van dezelfde
typen verzamelcontainers, zakken voor huis-aan-huis inzameling, voertuigen, enz.
Er kan wel een verschil zijn in personeel: charitatieve instellingen maken vaak gebruik
van vrijwilligers, terwijl commerciële inzamelaars in het algemeen gebruik maken van
betaalde arbeidskrachten.
Uiteraard zit er een duidelijk verschil in de bestemming van de opbrengst van de ingezamelde
kleding: een charitatieve instelling zal de opbrengst ten goede laten komen aan het
belang van een ander (een goed doel), terwijl een commerciële inzamelaar de opbrengst
ten goede zal laten komen aan het eigen voortbestaan.
Vraag 4
Op grond van welke wetten en regels is ingezamelde kleding een afvalstof? Bent u bereid
tot heroverweging van de definitie van afval voor kleding die voor hergebruik wordt
ingezameld? Zo nee waarom niet?
Antwoord 4
Op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) en de Wet milieubeheer
zijn alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens
is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, afvalstoffen.
Omdat deze definitie in Europese regelgeving is vastgelegd, is het niet zo maar mogelijk
daar als lidstaat van af te wijken en een bepaalde afvalstof ineens niet meer als
afvalstof te benoemen. In het kader van het verder vorm geven aan de circulaire economie,
zal ik bezien wat de mogelijkheden zijn om afval steeds meer als grondstof te gaan
benoemen.
Vraag 5
Vindt u het een achtenswaardige manier om de inkomsten van gemeenten te verhogen ten
koste van charitatieve instellingen? Zo nee, welke middelen heeft u ter beschikking
om gemeenten tot een ander beleid voor inzameling van kleding te bewegen?
Antwoord 5
Zoals ik in mijn antwoorden op de vragen van het lid Dik-Faber over kledinginzamelaars
heb aangegeven, ben ik van mening dat een gemeente aan derden een vergoeding in rekening
mag brengen die noodzakelijk is voor het voldoen van de kosten die de gemeente moet
maken. Dat geldt dus ook voor textielinzameling. Ik vind het niet gepast dat voor
textielinzameling een vergoeding in rekening wordt gebracht, waarmee ook andere kosten
van de gemeente worden voldaan.
Verder heb ik in de genoemde antwoorden aangegeven dat het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties hierover in overleg zal treden met de VNG en de Kamer
over het resultaat zal informeren.
Vraag 6
Bent u bereid gemeenten te verplichten aan hun inwoners kenbaar te maken hoe in de
betreffende gemeente wordt omgegaan met inzamelen van kleding en aan wie de opbrengsten
ten goede komen?
Antwoord 6
Nog afgezien van de vraag of ik een dergelijke verplichting kan opleggen, wil ik die
verplichting niet opleggen vanwege de autonomie van de gemeenten op dit punt.
Ik ga er overigens vanuit dat gemeenten hun inwoners actief informeren over hoe de
afvalinzameling in de gemeente is geregeld, want anders weten de burgers immers niet
hoe en wanneer ze hun afvalstoffen voor inzameling moeten aanbieden.