Vragen van het lid Van Weyenberg (D66) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid over het bericht dat de AFM meer pensioenrechten voor jongeren wil
(ingezonden 29 januari 2013).
Antwoord van staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
7 februari 2013)
Vraag 1
Wat is uw reactie op de speech van de heer Korte – bestuurslid van de Autoriteit Financiële
Markten (AFM) – getiteld «Eerlijker over pensioen»?1
Antwoord 1
De heer Korte spreekt over interessante thema's in zijn speech. Hij wil pensioenfondsen
oproepen bij te dragen aan herstel van vertrouwen. Hij stuurt aan op een open wijze
van communiceren over de pensioensituatie van deelnemers. Die communicatie moet ook
compleet zijn, dus zowel over de groei van het vermogen als over de verplichtingen
van pensioenfondsen. Hij benoemt ook de verschillen die er zijn tussen de kwaliteit
van pensioenregelingen en dat die voor deelnemers soms slecht zichtbaar zijn. In de
speech wordt ook stil gestaan bij de effecten van de financiering van pensioen via
de doorsneepremie.
Dit zijn onderwerpen die duidelijk aansluiten bij de brede discussie over de maatschappelijke
houdbaarheid van het pensioenstelsel die ik nu voorbereid. Ik voer gesprekken met
partijen die betrokken zijn bij pensioen; onder meer jongeren, ouderen, werkgevers
en werknemers en zelfstandigen. Specifiek over het onderwerp van de doorsneepremie
laat ik een studie verrichten. Ik vind een goede oudedagsvoorziening van groot belang
en probeer er op deze manier voor te zorgen dat huidige en ook toekomstige generaties
daar zicht op hebben.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u zijn uitspraken over de communicatie van pensioenfondsen? Vindt u
ook dat alle informatievoorziening een stuk beter kan, dus niet alleen de verplichte
vormen van communicatie?
Antwoord 2
De voorbereidingen voor herzieningen van de communicatiebepalingen in de Pensioenwet
zijn gaande. Deze zijn er op gericht de verplichte informatievoorziening te verbeteren.
Daar ligt mijn prioriteit, omdat op dit vlak de nodige stappen moeten worden gezet.
Ik concentreer me daarbij op de uitvoering van de aanbevelingen, zoals opgenomen in
het rapport «Pensioen in duidelijke taal».2
Er zijn geen wettelijke bevoegdheden voor AFM om in te grijpen in niet verplichte
vormen van communicatie. Dat neemt niet weg dat verbetering van pensioencommunicatie,
in verplichte vorm of niet, altijd hoog in het vaandel staat.
Vraag 3
Wat is uw reactie op het specifieke voorbeeld waarbij een pensioenuitvoerder een brochure
voor werkgevers heeft waarin staat dat er een vaste premie geldt en een brochure voor
de werknemers bij die werkgevers, waarin een DB-regeling uiteen wordt gezet? Welke
juridische bevoegdheden heeft de AFM om in dergelijke gevallen in te grijpen?
Antwoord 3
Deze casus werd in de speech slechts als voorbeeld aangehaald. Ik ken de details van
de casus niet en kan daarover geen oordeel geven. Zie verder het antwoord op vraag
2.
Vraag 4
Wat is uw reactie op de uitspraken van de heer Korte over de doorsneepremie?
Antwoord 4
Ik neem de uitspraken voor kennisgeving aan. Er loopt een onderzoek naar de effecten
van de doorsneepremie (zie ook vraag 5). Ik wil de uitkomsten daarvan meenemen in
de brede maatschappelijke discussie over de toekomst van het pensioenstelsel. Een
oordeel over de doorsneepremie vergt overigens een bredere afweging die buiten de
wettelijke taakopdracht van de AFM valt.
Vraag 5
Hoe ver is het onderzoek naar de doorsneepremie gevorderd? Waarom is de uitkomst uitgesteld
van eind 2012 naar het tweede kwartaal 2013?3
Antwoord 5
Eind vorig jaar is dit onderzoek begonnen. Vanwege prioritering van werkzaamheden
is enige vertraging ontstaan. Het onderzoek is begin mei gereed.
Vraag 6
Wilt u de inperking van het Witteveenkader in samenhang bekijken met een eventuele
aanpassingen van de doorsneepremie, met oog op een evenwichtige uitkomst voor verschillende
generaties? Wanneer kan de Kamer het wetsvoorstel over de inperking van het Witteveenkader
tegemoet zien? Kunt u toezeggen het onderzoek over de doorsneepremie naar de Kamer
te sturen voor het debat over een eventuele inperking van het Witteveenkader?
Antwoord 6
Het streven van het kabinet is erop gericht het wetsvoorstel dat betrekking heeft
op de aanpassing van het Witteveenkader dit voorjaar bij de Tweede Kamer in te dienen.
Daarbij zal apart aandacht worden geschonken aan generatie-effecten. Dit wetsvoorstel
is een implementatie van het regeerakkoord en staat los van het onderzoek naar de
doorsneepremie.
Vraag 7
Wilt u deze vragen beantwoorden voor het Algemeen overleg Pensioenonderwerpen op 6 februari
2012?
X Noot
3SZW, 15-01-2013, «Stand van zaken uitvoering toezeggingen zoals aangekondigd in de
planningsbrief 2013», Kamerstuk 2013D00852