Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20131102

Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de staatssecretaris van Financiën en aan de minister van Veiligheid en Justitie over de vermeende aangifte wegens ambtelijke corruptie tegen dhr. J. van Rey (ingezonden 8 januari 2013).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 28 januari 2013).

Vraag 1

Is het waar dat (een ambtenaar van) de Belastingdienst in maart 2012 aangifte wegens ambtelijke corruptie heeft gedaan tegen dhr. J. van Rey, op dat moment lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal?

Antwoord 1

Ambtelijke corruptie is een strafrechtelijke aangelegenheid. Als een medewerker van de Belastingdienst het vermoeden krijgt van ambtelijke corruptie, is hij verplicht deze informatie te verstrekken aan de officier van justitie. Dit geldt ook als het een lid van de Staten-Generaal betreft. Van deze procedure wordt niet afgeweken.

Vraag 2

Op welke wijze wordt een belastingplichtige op de hoogte gesteld wanneer er aangifte gedaan wordt tegen hem/haar?

Antwoord 2

Het op de hoogte stellen van een verdachte is een zaak van het openbaar ministerie. In de gevallen waarin er grond bestaat een onderzoek te starten naar aanleiding van een aangifte, bepaalt het openbaar ministerie op grond van het onderzoeksbelang het moment waarop een verdachte op de hoogte wordt gesteld van een aangifte.

Vraag 3

Indien tegen een belastingplichtige aangifte gedaan wordt, staat dat dan vermeld in het persoonlijk dossier dat de Belastingdienst van die persoon heeft?

Antwoord 3

Een aangifte van strafbare feiten van niet fiscale aard wordt bewaard in het archief van de contactambtenaar, de standaard is dat een dergelijke aangifte niet in het fiscale dossier van de betrokkene wordt vermeld (ik verwijs verder naar de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Neppérus van uw Kamer, ingezonden 4 januari 2013, kenmerk 2013Z00082).

Vraag 4

Was de plaatsvervangend directeur-generaal van de Belastingdienst op de hoogte van de aangifte toen hij gesprekken voerde met de heer Van Rey naar aanleiding van zijn brief van 23 maart 2012?

Antwoord 4

Het departement van Financiën was toen het gesprek met betrokkene werd gevoerd niet bekend met de tegen hem gerezen vermoedens. Voor de interne procedure bij de Belastingdienst verwijs ik naar de eerdergenoemde antwoorden op de vragen van het lid Neppérus.

Vraag 5

Welke formele richtlijnen bestaan er wanneer er aangifte gedaan wordt tegen een lid van de Staten-Generaal? Zijn die in deze zaak gevolgd?

Antwoord 5

Er bestaan geen richtlijnen ten aanzien van het doen van aangifte tegen een lid van de Staten-Generaal.

Vraag 6

Wordt iemand uit de regering automatisch vertrouwelijk op de hoogte gesteld van een aangifte tegen een lid van de Staten-Generaal, zeker wanneer die aangifte door het apparaat van de rijksoverheid zelf geschiedt? Zo ja, wie van de bewindspersonen was wanneer op de hoogte van welke verdenking(en) en/of aangifte(s) tegen dhr. Van Rey tussen februari 2012 en januari 2013?

Antwoord 6

Een aangifte dient eerst te worden beoordeeld voordat wordt besloten al dan niet een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

In het geval een strafrechtelijk onderzoek wordt ingesteld naar een persoon die op dat moment lid is van de Staten-Generaal, wordt een dergelijk onderzoek door het openbaar ministerie aangemerkt als een gevoelige zaak. Dit heeft tot gevolg dat ik door het openbaar ministerie wordt geïnformeerd. Ik ben in dit geval geïnformeerd over het feit dat betrokkene verdacht werd van ambtelijke corruptie en schending van zijn geheimhoudingsplicht en dat in dat kader een strafrechtelijk onderzoek is gestart. Gelet op de belangen van dit strafrechtelijk onderzoek, dat nog gaande is, kan ik niet verder in detail treden.