Vragen van het lid De Boer (VVD) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
over het bericht dat treinkaartjes mogelijk duurder worden (ingezonden 22 november
2012).
Antwoord van staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 13 december
2012)
Vraag 1
Heeft u kennis genomen van het bericht «Treinkaartjes worden mogelijk duurder omdat
NS regionale vervoerders financieel laat opdraaien voor reisinformatie»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat NS een monopoliepositie heeft in het aanbod van reisinformatie
en dat NS de regionale vervoerders in dat kader tarieven kan vragen die NS wenst?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
In mijn besluit van 27 januari 2011, dat ik aan de Kamer heb voorgelegd, geef ik aan
dat de reisinformatie in Nederland in één hand moet worden gebracht bij NS. Dit met
de nadrukkelijke intentie om vanuit een centrale aansturing van de processen en informatiesystemen
snel tot verbetering van de kwaliteit te komen. Ik gaf daarmee invulling aan de wens
van de Kamer om snel tot gecoördineerde verbeteringen te komen in het domein van de
reisinformatie na slechte performance in de voorliggende winterperiode.
Conform haar bevoegdheden op basis van de Mededingingswet heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit
(NMa) in de periode mei tot en met september 2012 getoetst of de overname van reisinformatie
door NS zou kunnen leiden tot een significante beperking van de mededinging. In haar
besluit van 3 oktober jl. heeft de NMa positief besloten over de concentratie (de
overname van reisinformatie door NS) onder strikte voorwaarden aan ondermeer de tariefbepaling.
Voor de vaststelling van de tarieven voor reisinformatiediensten aan vervoerders is
in het besluit van de NMa van 3 oktober jl. een berekeningssystematiek voorgeschreven
waar NS zich aan moet houden. Hierbij wordt uitgegaan van het principe dat de tariefsystematiek
van NS niet mag afwijken van die van ProRail vóór de overname van reisinformatie,
tenzij dat gebeurt met instemming van andere vervoerders en binnen de kaders van het
mededingingsrecht. Het besluit maakt daarnaast een onderscheid tussen de tarieven
voor het dienstregelingsjaar 2013 en voor de jaren daarna.
Voor 2013 geldt een overbruggingsperiode: de NS zal in 2013 dezelfde tarieven voor
de reisinformatie rekenen als ProRail in 2012. Dit houdt concreet in dat NS de tarieven
per vervoerder constant houdt, behoudens inflatie en wijziging of uitbreiding van
concessiegebieden. Door deze berekeningswijze ervaren vervoerders die in 2013 in vervoersomvang
groeien (bijvoorbeeld bij overname van concessies na een aanbesteding) een stijging
van het tarief. Vervoerders van wie de vervoersomvang krimpt, ervaren lagere prijzen.
NS heeft de concepttarieven 2013 aan de vervoerders en de NMa medegedeeld en is met
partijen in gesprek om tot definitieve vaststelling uiterlijk per 9 december a.s.
te komen (ingangsdatum van de nieuwe Reisinformatie-overeenkomsten voor het dienstregelingjaar
2013).
Conform het NMa-besluit zullen de tarieven voor 2014 en verder op een kostengeoriënteerde
wijze worden vastgesteld. Vervoerders zijn over de principes van deze toepassing op
dit moment met elkaar in gesprek.
Ik zal de uitkomsten van de discussie over tarieven 2014 blijven volgen. Ik verwacht
dat de vervoerders er binnen de kaders van het NMa-besluit gezamenlijk uit zullen
komen.
Vraag 3
Wat is uw mening over de berekeningssystematiek die NS hanteert ten aanzien van het
leveren van de reisinformatie aan regionale vervoerders?
Antwoord 3
Het betreft hier met name de discussie over de berekeningssystematiek voor de tarieven
die vanaf 2014 gaat gelden. Zoals ik onder vraag 2 aangeef is het gesprek tussen partijen
daarover onlangs gestart. De partijen onderzoeken op welke wijze binnen de kaders
van het NMa-besluit tot een faire en non-discriminatoire kostenverdeelmethodiek kan
worden gekomen. Het lijkt mij prematuur om in deze fase van de gesprekken op mogelijke
methodieken en conceptberekeningen te reageren naar aanleiding van berichten in de
media.
Ik benadruk dat de tarieven kosten georiënteerd en non-discriminatoir zullen moeten
zijn en dat de berekeningswijze transparant en navolgbaar moet zijn, in overeenstemming
met het besluit van de NMa.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het markttechnisch volstrekt onjuist is dat één aanbieder op
het spoor het alleenrecht heeft op het aanbieden van reizigersinformatie aan de andere
aanbieders op het spoor? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Uw Kamer onderschreef de noodzaak van regie in één hand. Bovendien heeft het Rijk
steeds aangedrongen op overleg met de andere vervoerders over de vormgeving van de
overdracht. Dat heeft plaats gevonden.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het aanbod van reizigersinformatie een samenwerking behoort
te zijn van alle vervoerders gezamenlijk, danwel dat het tot de mogelijkheden zou
moeten behoren om reizigersinformatie op evenveel afstand te zetten van alle vervoerders?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Er is in januari 2011 bewust gekozen voor het model «Regie in één hand bij NS». Ik
zie geen aanleiding om dit nu overboord te zetten. Ik wacht het overleg tussen NS
en de regionale vervoerders af en ga er van uit dat zij er binnen de kaders van het
NMa-besluit gezamenlijk uit zullen komen.
X Noot
1De Telegraaf, 22 november 2012