Vragen van het lid Dijkhoff (VVD) aan de minister van Veiligheid en Justitie over
het bericht dat de gemeente Hoorn de kosten die zijn gemaakt na een oproep tot een
Project-X feest niet kan verhalen op de oproeper (ingezonden 20 december 2012).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 28 januari 2013)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 1027
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Opruier Project X Hoorn gaat vrijuit»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat schade altijd zoveel mogelijk op de dader moet worden verhaald?
Antwoord 2
Ja, met dien verstande dat dit niet geldt voor het verhaal van kosten die de overheid
maakt ter zake van activiteiten die tot de kerntaak van de overheid moeten worden
gerekend.
Vraag 3 en 4
Is het waar dat de gemeente Hoorn juridisch advies heeft ingewonnen en dat daaruit
volgde dat de gemeente kansloos zou zijn in een schadevergoedingsprocedure?
Is het waar dat de gemeente Hoorn dit advies heeft voorgelegd aan uw ministerie?
Antwoord 3 en 4
Ik beschik inderdaad over dit advies. Daaruit blijkt niet dat een eventuele gerechtelijke
procedure kansloos zou zijn. De kans van slagen wordt in deze zaak geschat op minder
dan 35%.
Vraag 5
Heeft uw ministerie in reactie daarop inderdaad aan de gemeente Hoorn gemeld dat het
de rechtszaak toch beter kan doorzetten teneinde duidelijkheid te verkrijgen omtrent
het verhalen van schade in dit soort gevallen?
Antwoord 5
Ja, en wel omdat de burgemeester van Hoorn mij heeft opgeroepen om «deze juridische
lacune recht te zetten». Het is echter prematuur om over een juridische lacune te
spreken, zolang de rechter zich hier niet over heeft uitgelaten, en de vraag of er
– in de woorden van de burgemeester van Hoorn – sprake is van een juridische lacune,
kan alleen beantwoord worden door een zaak als deze aan de rechter voor te leggen.
Te bedenken valt daarbij dat er reeds civiele procedures gevoerd zijn waarbij met
succes de kosten van politie-inzet zijn verhaald. Zie bijvoorbeeld gerechtshof Amsterdam
26 juli 2011, LJN BR3958 en rechtbank Groningen 5 december 2012, LJN BY6881. Het betrof
in beide gevallen ook onrechtmatige gedragingen die tot een politie-inzet hebben geleid.
Vraag 6
Welke lacune in de wet, waarop het verschil in inzicht tussen de juridisch adviseurs
en het ministerie berust, betreft het precies?
Antwoord 6
Er is geen sprake van een lacune in de wet, noch van een verschil van inzicht met
de juridisch adviseurs van de gemeente Hoorn. In het advies wordt gewezen op de door
de Hoge Raad ontwikkelde doorkruisingsleer, die er in geval van het kostenverhaal
als gevolg van politieoptreden meebrengt dat als er niet een nadrukkelijke wettelijke
grondslag is die dat verhaal mogelijk maakt, dat een aanwijzing is dat kostenverhaal
via het civiele recht niet mogelijk is. Een dergelijke wettelijke grondslag ontbreekt
voor de hier aan de orde zijnde kosten.
Met het oog daarop wordt in het advies de kans op succes voor het verhaal van de kosten
door de gemeente Hoorn op minder dan 35% geschat. Zoals ik bij de beantwoording van
vraag 5 heb opgemerkt heeft de rechter zich hierover nog niet uitgelaten en is er
pas duidelijkheid te verkrijgen als een zaak als deze aan de rechter wordt voorgelegd.
Vraag 7
Bent u bereid om de correspondentie met de gemeente Hoorn door te geleiden naar de
Kamer, inclusief het juridische advies en de weging daarvan door uw ministerie?
Antwoord 7
Een aan mij gerichte brief van de burgemeester van Hoorn en het advies treft u bijgaand
aan. De afwegingen die ik ter zake heb gemaakt, treft u in deze beantwoording aan.2
Vraag 8
Deelt u de mening dat het verhalen van de schade in dit soort gevallen vergemakkelijkt
dient te worden en dat dit een afschrikwekkend effect kan hebben voor toekomstige
mogelijk opruiende oproepen?
Antwoord 8
De inzet van de politie vond in dit geval aanleiding in een oproep tot een «Project
X-feest». Te bedenken valt dat de inzet van de politie in heel veel gevallen aanleiding
vindt in andere al of niet onrechtmatige gedragingen. Denk bijvoorbeeld aan de inzet
van de politie naar aanleiding van verkeersovertredingen, familie- en burenruzies,
vechtpartijen etc. De vraag of het verhaal van de kosten van politie-inzet vergemakkelijkt
moet kunnen worden, heeft derhalve een veel breder bereik dan alleen de oproep van
een «Project X-feest». Die vraag is bij verschillende gelegenheden nadrukkelijk aan
de orde geweest. De opvatting was toen steeds dat verhaal van dergelijke kosten niet
mogelijk zou moeten zijn omdat het hier gaat om activiteiten die tot de kerntaak van
de overheid moeten worden gerekend. Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 1999/2000, 26 345, nr. 40, p. 3. Als uitgangspunt ben ik nog steeds van mening dat om die reden de kosten van
handhaving van de openbare orde en veiligheid en de kosten van opsporing door de overheid
worden gedragen. In bijzondere gevallen meen ik evenwel dat een uitzondering op dit
uitgangspunt gerechtvaardigd is. De door de Hoge Raad ontwikkelde doorkruisingsleer
staat ook uitzonderingen toe op dit uitgangspunt en – zoals in antwoord op vraag 5
is aangegeven – er worden in de rechtspraak ook uitzonderingen aangenomen.
X Noot
2Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer