Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over korting AOW toeslag bij ex-partner pensioen (ingezonden 25 november 2011).
Antwoord van minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 19 december
2011).
Vraag 1
Bent u bekend met het inkomensbesluit Volksverzekeringen Sociale Voorzieningen, (voormalig
inkomensbesluit AOW) in het bijzonder artikel 2.4?1
Vraag 2
Wat is het beleid van de Sociale Verzekeringsbank (SVb) in voorkomende gevallen dat
er recht is op een AOW-toeslag, maar tevens sprake is van ex-partner pensioen? Vindt
er in dat geval een korting op de AOW-toeslag plaats?
Antwoord 2
De Sociale Verzekeringsbank voert in voorkomende gevallen geen eigen beleid maar past
slechts de AOW en het inkomensbesluit Volksverzekeringen Sociale Voorzieningen van
23 december 2010 (verder: Inkomensbesluit) toe.
In artikel 8 van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is geregeld dat de gehuwde pensioengerechtigde
wiens echtgenoot jonger is dan 65 jaar recht heeft op een toeslag tenzij het inkomen
van die echtgenoot meer bedraagt dan de volledige bruto toeslag. In artikel 10 van
de AOW is opgenomen dat het inkomen van de echtgenoot van de pensioengerechtigde uit
arbeid of overig inkomen in mindering moet worden gebracht op de toeslag.
In artikel 12a van de (AOW) is vervolgens geregeld dat bij algemene maatregel van
bestuur wordt bepaald wat er dan onder inkomen uit arbeid en onder overig inkomen
wordt verstaan. Dat is gebeurd in het Inkomensbesluit.
Artikel 2.2 en artikel 2.4 van dit besluit bevatten een limitatieve lijst van wat
er onder inkomen uit arbeid respectievelijk overig inkomen wordt verstaan. Daarin
zijn inkomsten uit pensioenuitkeringen wel opgenomen en inkomsten uit alimentatie
niet.
Derhalve behandelt de SVB ex-partner pensioen, terecht, als overig inkomen in de zin
van het Inkomensbesluit dat wordt meegenomen bij de bepaling van de hoogte van de
AOW-partnertoeslag. Het is eveneens terecht dat dit voor alimentatie niet het geval
is.
Vraag 3
Op welke wijze zou volgens u op dit moment bij de bepaling van de AOW-toeslag rekening
moeten worden gehouden met ex-partner pensioen? Zou dit moeten worden behandeld als
alimentatie of als pensioenuitkering? Of zou dit nog op een andere wijze moeten gebeuren?
Antwoord 3
De huidige werkwijze volstaat. Ex-partner pensioen betreft pensioenaanspraken die
gezamenlijk zijn opgebouwd en waarop elk van de gewezen partners zelfstandig aanspraak
kan maken. De kern van de Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding is dat «de
opbouw van zodanig pensioen (...) in beginsel moet worden gezien als het resultaat
van de gemeenschappelijke inspanning van beide echtgenoten» (citaat uit de memorie
van toelichting). Met andere woorden, de (ex) partner wordt geacht evenzeer te hebben
bijgedragen aan de opbouw van pensioenrechten als de werknemer.
Op grond van deze wet constateer ik dat een ex-partner pensioen een pensioenuitkering
is, en geen alimentatie. Het is dus juist dat de SVB het als zodanig behandelt en
meerekent bij de bepaling van de hoogte van de AOW-partnertoeslag.
Vraag 4
Deelt u de mening dat eenduidigheid in van belang is en dat ex-partner pensioen, dat
fiscaal als climentatie wordt beschouwd, bij de bepaling van de AOW toeslag ook zou
moeten worden beschouwd als alimentatie en dus niet tot een korting van de AOW toeslag
zou moeten leiden? Bent u van plan uw beleid en dat van de SVb hierop aan te passen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ik deel de mening dat eenduidigheid van belang is. Daarom wordt pensioen, opgebouwd
uit eigen werkzaamheden ook gelijkelijk behandeld als pensioen dat gezamenlijk met
de partner of ex-partner is opgebouwd en waarop de gewezen partners dus ook elk zelfstandig
aanspraak kunnen maken. Deze twee dienen beiden als «overig inkomen» in de zin van
het Inkomensbesluit te worden beschouwd en daarom in mindering te worden gebracht
op de AOW-partnertoeslag.
Bij de fiscale behandeling van ex-partner pensioen zijn twee situaties te onderscheiden.
In de eerste situatie wordt het ex-partnerpensioen door de pensioenuitvoerder rechtstreeks
uitbetaald aan de gerechtigde ex-partner. In dat geval vindt inhouding van loonbelasting
plaats. In de tweede situatie betaalt de pensioenuitvoerder het volledige pensioen
uit aan de partner die het pensioen heeft opgebouwd uit eigen werkzaamheden. In dat
geval moet deze partner zorg dragen voor verevening met de ex-partner. De betreffende
betaling wordt fiscaal behandeld als ware het partneralimentatie. Betaling aan de
ex-partner is dus fiscaal aftrekbaar bij de verevenende partner en belast bij de ontvangende
partner. Op die manier wordt bewerkstelligd dat ook in de tweede situatie de belastingdruk
over het pensioen terecht komt bij degene bij wie die hoort, namelijk bij de partner
die het ex-partner pensioen geniet.
Deze fiscale oplossing wil niet zeggen dat een dergelijk pensioen voor de sociale
wetgeving als alimentatie is aan te merken. Op grond van de inhoudelijke redenen die
ik in de beantwoording van vraag drie heb gegeven wordt terecht een onderscheid gemaakt
tussen de alimentatie en pensioen in het Inkomensbesluit. Derhalve zie ik geen aanleiding
om het Inkomensbesluit te wijzigen.