Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012562

Vragen van het lid Dijkstra (D66) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Buitenlandse Zaken over het door de Wereldgezondheidsorganisatie aanmerken van de transgenderidentiteit als stoornis (ingezonden 22 september 2011).

Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Buitenlandse Zaken (ontvangen 4 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 283.

Vraag 1 en 2

Wat is uw reactie op het feit dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in haar Internationale Classificatie van Ziektes (ICD, versie 10) de transgenderidentiteit als stoornis classificeert?

Deelt u de classificatie van de WHO? Zo ja, waarom? Zo nee, wilt u bij de WHO pleiten voor opname van een andere classificatie van transgenderpersonen bij de eerstvolgende nieuwe versie van de ICD, welke transgenderpersonen niet als psychisch gestoord kenmerkt maar wel internationaal basis biedt voor continuering van vergoeding voor medische behandeling?

Antwoord 1 en 2

Dit kabinet heeft de emancipatie van transgenders hoog op de agenda staan en het ondersteunt transgenders ook waar het gaat om het vergroten van hun veiligheid, participatie en sociale acceptatie door de samenleving. Zie hiervoor ook de «Hoofdlijnenbrief emancipatie: vrouwenemancipatie en homo-emancipatie 2011–2015», die op 8 april 2011 door het kabinet aan uw Kamer is toegezonden.

Ik kan mij voorstellen dat de classificatie van transgenders, als mensen met een psychische stoornis, als kwetsend kan worden ervaren en aanleiding kan zijn voor stigmatisering en maatschappelijke achterstand. Recent heeft commissaris Hammarberg van de Raad van Europa in zijn rapport «Discrimination on grounds of sexual orientation and gender identity in Europe» gewezen op het effect van dergelijke classificaties. Bij het uitkomen van dat rapport heeft de WHO de transgendergemeenschap bovendien uitgenodigd een bijdrage te leveren aan de komende herziening van de Internationale Classificatie van Ziektes (ICD) van de WHO. Ik hecht eraan dat (ook) vanuit Nederland argumenten door alle belanghebbenden en experts kunnen worden aangedragen voor het voeren van het wetenschappelijke debat over de plaats van de transgenderidentiteit in de ICD.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is in dat kader bereid om een internationale bijeenkomst te faciliteren, die het Transgender Netwerk Nederland in samenwerking met Gate, de internationale belangenbehartiger voor transgenders,in de tweede helft van november in Den Haag organiseert. Tijdens deze bijeenkomst wordt gewerkt aan een bij de WHO in te dienen en door wetenschappers gedragen tekstvoorstel, waarmee meer recht wordt gedaan aan de identiteit van transgenders. Consensus over een tekstvoorstel zou ik zeer verwelkomen. Op dit moment zie ik geen rol voor de Nederlandse overheid om zich met eigen argumenten in het debat van de wetenschappers te begeven.

Een classificatiesysteem als de ICD benoemt de ziektesymptomen, die in combinatie gelden als een somatische of psychische stoornis. Daarmee staat een classificatiesysteem los van de vraag of een medische behandeling van een geclassificeerde aandoening vergoed moet worden; het doet daar ook geen uitspraak over. Op dat punt heeft elk land een eigen bevoegdheid om het collectief verzekerde pakket op eigen wijze in te richten.