Vragen van het lid Van Raak (SP) aan de minister van Veiligheid en Justitie over externen bij de vtsPN (ingezonden 23 juni 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 20 september 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 3448

Vraag 1

Wie heeft sinds mei 2011 de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van de voorziening tot samenwerking politie Nederland (vtsPN)?1

Antwoord 1

Volgens de Transitieafspraken tussen de Korpsbeheerders, het College van Procureurs-generaal en mij is de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN) sinds 1 mei 2011 bij mij belegd in mijn rol als korpsbeheerder van het KLPD (zie stcrt-2011–97291 van 6 juni 2011).

Vraag 2 en 3

Waarom is de inhuur van externe medewerkers bij de vtsPN vanaf november 2010 met tientallen procenten gestegen?

Komt de snelle groei van externe medewerkers bij de vtsPN voort uit nieuwe problemen met de ICT bij de politie?

Antwoord 2 en 3

Van 2009 tot 1 mei 2011 heeft de vtsPN een sterke daling van de externe inhuur gerealiseerd van 65% van het percentage van het totale personeelsbudget en van 75% van het percentage van het totale aantal fte’s.

In november 2010 bedroeg het aantal externen bij de vtsPN 153 fte. Per 1 mei 2011 bedroeg dit aantal 190 fte. In de Transitieafspraken is afgesproken dat niet-operationele vacatures in de transitieperiode zeer terughoudend moeten worden ingevuld. Het is moeilijk om, conform de Transitieafspraken, intern personeel te krijgen voor functies met een aanstelling van tijdelijke duur. Om de continuïteit van de dienstverlening ten behoeve van het primaire politieproces toch te kunnen borgen en om het huis verder op orde te brengen (ICT en bedrijfsvoering) doet de vtsPN beroep op externen.

Ultimo juli 2011 is 15,3% van de totale personeelskosten uitgegeven aan externe inhuur. Ik zal er bij de vtsPN op toezien dat de kosten van externe inhuur voor uitvoering van de reguliere taken wordt teruggedrongen naar het niveau van de Rijksnorm van 10%. Er kan zich één uitzondering voordoen. Voor de uitvoering van het Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie 2011–2014 zal mogelijk specialistische externe inhuur noodzakelijk zijn. Ik zal hierbij echter zeer zorgvuldig te werk gaan. Ik zal primair kijken naar de beschikbare expertise binnen de politie. Indien deze expertise niet binnen de politieorganisatie gevonden kan worden, dan zoek ik deze binnen de (semi)overheid. Pas indien de benodigde capaciteit of expertise ook hier niet beschikbaar is, zal capaciteit van buiten de overheid worden aangetrokken door uitbesteding van werkpakketten. Alleen in het geval van zeer schaars specialistisch personeel zal externe inhuur plaatsvinden.

In mijn brief van 23 juni 2011 met kenmerk 2011-2000246672 heb ik ten onrechte opgemerkt dat de vtsPN al voldoet aan de Rijksnorm van 10%. De Rijksnorm voor externen wordt uitgedrukt als percentage van de totale personeelsuitgaven en niet als percentage van het totale aantal fte’s, zie de brief van de minister van BZK (Tweede Kamer, 2010–2011, 32 501, nummer 15). Overigens is de Rijksnorm formeel niet van toepassing op de politie en de vtsPN.

Vraag 4

Waarom gaat de vtsPN een extern bedrijf inhuren om te zien hoe de kennis van onder meer al die externen beter kan worden benut?

Antwoord 4

De vtsPN huurt geen extern bedrijf in om te zien hoe de kennis van de externen beter kan worden benut.

Vraag 5

Bent u bereid de externenrapportage van de vtsPN voortaan naar de Kamer te sturen?

Antwoord 5

De directie van de vtsPN rapporteert maandelijks aan mij over de ontwikkelingen ten aanzien van de inhuur van externen. Indien daar aanleiding toe bestaat zal ik in de reguliere verantwoording aan de Kamer hier nader op ingaan.


X Noot
1

de Volkskrant, «Weer meer externen bij ICT politie», 22 juni 2011.

Naar boven