Vragen van het lid Berndsen (D66) aan de minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat bewakingsbeelden zonder tussenkomst van politie en justitie openbaar gemaakt worden (ingezonden 7 oktober 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 25 oktober 2011).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Dieven aan de schandpaal»?1 Wat is uw reactie hierop?

Antwoord 1

Ja. Wat mij betreft blijft de koninklijke weg dat particulieren zelfvervaardigde camerabeelden van strafbare feiten ter beschikking stellen aan politie en Openbaar Ministerie, in combinatie met het doen van aangifte. Niettemin kan ik mij voorstellen dat onder omstandigheden een particulier rechtmatig gegevens op internet kan zetten. Voorwaarde is dat het opsporingsbelang ermee gediend is en dat geen ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer.

Vraag 2

In hoeverre verwacht u dat er een wildgroei van vergelijkbare particuliere initiatieven zullen ontstaan?

Antwoord 2

Ik zie geen aanleiding om een wildgroei van vergelijkbare particuliere initiatieven te verwachten.

Vraag 3

Deelt u de zorg dat de kans op het tonen van beelden van onschuldigen groter is wanneer deze zonder tussenkomst van de politie openbaar worden gemaakt?

Antwoord 3

Ja, die zorg deel ik. Ik ben mede om die reden van mening dat het beter is als politie en justitie beelden selecteren die ten behoeve van opsporing en vervolging openbaar kunnen worden gemaakt. Momenteel geeft de Aanwijzing opsporingsberichtgeving van het College van procureurs-generaal de mogelijkheid om opsporingsberichten te verspreiden via internet. Die weg is ook bruikbaar om camerabeelden van particulieren op internet te plaatsen. Dat heeft het voordeel dat er in zo’n geval een grondige afweging gemaakt kan worden van alle in het geding zijnde belangen met aan de ene kant de belangen van opsporing en vervolging en aan de andere kant de privacybelangen van betrokken: een voorafgaande toets op bruikbaarheid, proportionaliteit en subsidiariteit en met mogelijkheden voor gecontroleerde verwijdering. Voor particulieren is deze belangenafweging lastig te maken. De publicatie mag ook niet leiden tot leedtoevoeging. Wanneer daarvan sprake is, of wanneer onschuldigen worden getoond, kan onder omstandigheden sprake zijn van overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Vraag 4

Hoe verhoudt openbaarmaking door particulieren zich met het recht op privacy van de personen van wie beelden worden vertoond?

Antwoord 4

Indien geen ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer kan een particulier onder omstandigheden rechtmatig gegevens op het internet zetten.

Vraag 5

Deelt u de mening dat dergelijke beelden in het kader van de opsporing alleen door de politie en justitie openbaar gemaakt kunnen worden? Zo ja, op welke wijze gaat u hiervoor zorgdragen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Zie mijn antwoord op vraag 1. Zoals ik heb gemeld in het algemeen overleg met de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie van uw Kamer op 15 september 2011 oriënteer ik mij op de mogelijkheid om in de Wet bescherming persoonsgegevens een betere regeling op te nemen voor het gebruik van camerabeelden afkomstig van particulieren. In dat algemeen overleg heb ik een brief aangekondigd. In die brief zal ik nader op deze mogelijkheid ingaan.


X Noot
1

De Telegraaf, «Dieven aan de Schandpaal», 5 oktober 2011.

Naar boven