Vragen van het lid Van der Steur (VVD) aan de minister van Veiligheid en Justitie over de pilot voor forensisch onderzoek (ingezonden 14 september 2011).

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 21 oktober 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 169.

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de pilot die in de afgelopen jaren gehouden is waarbij concurrenten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de gelegenheid kregen om naast het NFI ook in opdracht van de overheid forensisch onderzoek te verrichten?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u al mededelingen doen over de uitkomsten van de evaluatie van deze pilot? Zo nee, wanneer verwacht u die uitkomsten aan de Kamer te kunnen aanbieden?

Antwoord 2

Nee. De pilot is in het najaar van 2009 gestart en wordt eind 2011 afgerond. Doel is inzicht te krijgen in het effect van de inschakeling van particuliere forensische onderzoeksbureaus op de strafrechtketen en op de kwaliteit, veiligheid van informatie en continuïteit van beschikbaarheid van forensische dienstverlening. De kennis en ervaring die de pilot oplevert worden in een begeleidend WODC-onderzoek geëvalueerd. Ik verwacht het evaluatierapport begin 2012 te ontvangen.

Vraag 3

Zult u voor het begin van 2012 deze pilot omzetten in vast beleid, zodat er meerdere aanbieders zijn op de markt voor forensisch onderzoek? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wordt dat dan uitgevoerd?

Antwoord 3

Nee, zie het antwoord op vraag 2. Ik zal u voor de zomer van 2012 informeren over de eventuele structurele inschakeling van particuliere aanbieders voor forensisch onderzoek. Voor de periode tussen het einde van de pilot in december 2011 en mijn standpunt inzake een eventuele structurele inschakeling van particuliere aanbieders voor forensisch onderzoek, zal ik een tijdelijke regeling treffen. Deze regeling houdt in dat ik voor de eerste helft van 2012 het Openbaar Ministerie maximaal 500 000 euro beschikbaar stel voor de voortgezette inschakeling van particuliere aanbieders voor forensisch onderzoek.

Vraag 4

Wat ziet u als voor- en nadelen van meer marktwerking op deze markt?

Antwoord 4

In de brief van 29 juni 2009 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2008–2009, 31 700 VI, nr. 150), heeft de toenmalige Minister van Justitie de achtergronden van de pilot en de verwachtingen over de effecten van meer marktwerking uiteengezet. In mijn standpunt, dat ik zal innemen nadat ik de evaluatie heb ontvangen, zullen de voor- en nadelen van marktwerking in het forensisch onderzoek aan de orde komen.

Naar boven