Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over uitbraak van
vogelgriep (ingezonden 13 augustus 2012).
Antwoord van staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), mede
namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 14 september
2012).
Vraag 1
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van de uitbraak van vogelgriep op 10 augustus 2012
in Hagestein? Zo nee, wanneer is deze oorzaak wel bekend?
Antwoord 1
Het is helaas vrijwel nooit mogelijk de exacte oorzaak van een dierziekte-uitbraak
te achterhalen. Dat is ook nu het geval. Volgens onderzoek van het Centraal Veterinair
Instituut (CVI) samen met het Erasmus Medisch Centrum (EMC) hebben leghennenbedrijven
met een vrije uitloop een ongeveer 11 keer zo grote kans om geïnfecteerd te raken
door LPAI virussen dan leghenbedrijven zonder uitloop. Het bedrijf in Hagestein heeft
een buitenuitloop. De kans is aanwezig dat het virus afkomstig is van wilde watervogels.
Vraag 2
Kunt u aangeven hoe groot de kans is dat deze uitbraak een gevolg is van eerdere uitbraken
van vogelgriep in Mexico in de afgelopen weken1? Zo ja, hoe heeft het virus zich op zo’n korte termijn van Mexico naar Nederland
kunnen verspreiden? Kunt u aangeven of dit is te wijten aan onzorgvuldige omgang met
de besmettingen? Zo nee, is er sprake van een andere afzonderlijke uitbraak in Nederland
of andere Europese lidstaten?
Antwoord 2
Het artikel, dat is aangehaald, betreft commentaar van de Voedsel en Landbouworganisatie
(FAO) naar aanleiding van de uitbraak van hoogpathogene vogelgriep in Mexico. De FAO
pleit onder meer voor een goed monitoringsysteem voor H5 en H7 vogelgriepvirussen.
Een dergelijk monitoringsysteem is in Nederland aanwezig. De uitbraak in Hagestein
is ontdekt via dit systeem.
De uitbraak van vogelgriep in Mexico wordt veroorzaakt door een hoogpathogene H7N3
variant en de uitbraak in Nederland door een laagpathogene H7N7. De uitbraken staan
niet met elkaar in verband. Overigens worden bij uitbraken in landen buiten de Europese
Unie maatregelen getroffen om insleep naar de EU te voorkomen. De import van risicoproducten,
zoals pluimvee en eieren, vanuit onder meer Mexico is om deze reden verboden. Wat
wel en niet mag worden geïmporteerd is onder meer te vinden via de website van de
Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit («Import Veterinair Online»).
Vraag 3
Kunt u aangeven of er reden bestaat om aan te nemen dat het vogelgriepvirus zich op dit moment in Nederland verspreidt en dus op meerdere plaatsen, naast
enkel op het bedrijf in Hagestein, zal worden vastgesteld? Zo ja, op welke locaties
is er mogelijk ook sprake van of risico op een uitbraak? Zo nee, op welke manier kan
dit worden uitgesloten? Hoe groot schat u de kans dat er toch op korte termijn meerdere
uitbraken zullen plaatsvinden?
Antwoord 3
De kans dat dit vogelgriepvirus zich in Nederland zal verspreiden is klein. De Nederlandse
en Europese wetgeving is erop gericht de insleep en verspreiding van ziekten zoals
vogelgriep te voorkomen. De maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het besmette
bedrijf zijn hier ook op gericht. In geval van een uitbraak wordt het pluimvee op
zowel de omliggende pluimveebedrijven als contactbedrijven getest. In dit geval lagen
er geen andere pluimveebedrijven in de buurt.
Vraag 4
Kunt u aangeven hoe groot de kans is dat deze laag pathogene variant van het virus
muteert naar een hoog pathogene variant en daarmee, naast aantasting van het dierenwelzijn
van het getroffen pluimvee, een gevaar voor de volksgezondheid met zich meebrengt?
Antwoord 4
De kans dat een vogelgriepvirus van het type H5 of H7 muteert van laagpathogeen naar
hoogpathogeen is niet groot maar wel reëel. Om dit risico zoveel mogelijk te beperken
is in Europees verband afgesproken dat vogelgriep van de typen H5 en H7 wordt bestreden.
Vraag 5
Wat gaat u doen om verdere uitbraken te voorkomen of te beperken, en te voorkomen
dat tienduizenden gezonde dieren gedood moeten worden?
Antwoord 5
Ik heb u met mijn Kamerbrief van 18 april 2012 (TK 28 807, nr. 139) geïnformeerd over de stand van zaken rond het onderzoek naar het verband tussen
vrije uitloop en het risico op een vogelgriepbesmetting. Naar aanleiding hiervan is
een werkgroep samengesteld waarin zowel het ministerie van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie als de pluimveesector vertegenwoordigd zijn.
Deze werkgroep is inmiddels bezig om de mogelijke maatregelen om het besmettingsrisico
van de vrije uitloop te verminderen te beoordelen op effectiviteit, haalbaarheid en
uitvoerbaarheid. Afhankelijk van de aard van de voorgestelde maatregelen, zal ook
moeten blijken of de sector deze maatregelen zelf kan doorvoeren of dat ondersteuning
vanuit de overheid noodzakelijk is. Zodra de werkgroep deze analyse heeft afgerond,
zal ik u op de hoogte stellen van de resultaten.