Vragen van het lid Koşer Kaya (D66) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over het bericht «Meer klachten over discriminatie» (ingezonden 7 augustus 2012).
Antwoord van staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
4 september 2012).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Meer klachten over discriminatie»?1
Vraag 2
Hoe verklaart u de toename van discriminatie op de werkvloer van de afgelopen jaren?
Antwoord 2
Uit de kerncijfers 2011, een landelijk overzicht van discriminatieklachten en meldingen
bij een groot aantal antidiscriminatiebureaus (ADB’s) in Nederland, en waarnaar in
het bericht wordt verwezen, blijkt dat het totale aantal discriminatiemeldingen in
2011 met 5,2 procent licht is gestegen ten opzichte van 2010. Dit omvat niet alleen
meldingen over discriminatie op de arbeidsmarkt. Het aantal klachten dat betrekking
heeft op discriminatie op de arbeidsmarkt, is in 2011 – net als in de voorgaande jaren
– ongeveer 30 procent van het totaal aantal klachten.
Overigens hoeft een toename van het aantal meldingen niet een toename van discriminatie
te betekenen. Zoals de ADB’s zelf ook aangeven, hangt een toe-of afname van het aantal
discriminatieklachten ook af van «andere factoren dan eventuele veranderingen in de
daadwerkelijke omvang van discriminatie in de samenleving», zoals veranderingen in
de meldingsbereidheid, een publiekscampagne of de maatschappelijke aandacht voor discriminatieproblematiek.
Daarnaast hoeven niet alle gemelde discriminatieklachten daadwerkelijke discriminatie
te zijn omdat ADB’s ervaren discriminatieklachten registreren, die niet allemaal door
de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) of de rechter zijn getoetst. Er kan dus niet
uit de meldingscijfers geconcludeerd worden dat er sprake is van een toename van discriminatie
op de arbeidsmarkt.
Vraag 3
Bent u van plan verdere maatregelen te nemen om deze toename in discriminatie op de
arbeidsmarkt terug te dringen? Zo ja welke?
Antwoord 3
Op grond van de meldingscijfers kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van
een toename in discriminatie op de arbeidsmarkt. Dat laat onverlet dat het ongewenst
is dat zoveel mensen discriminatie ervaren op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om blijvende
aandacht van alle betrokken partijen. De samenleving heeft iedereen nodig. Mensen
moeten beoordeeld worden op hun talenten. Daarom kiest het kabinet voor generieke
maatregelen die eraan bijdragen dat een ieder zo veel mogelijk naar vermogen participeert
in de samenleving.
De taak van de overheid is om voorwaarden te scheppen die noodzakelijk zijn om discriminatie
tegen te gaan. De overheid heeft diverse instrumenten ontwikkeld om discriminatie
aan te kaarten en te bestrijden, zoals de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen
(ADV) en de extra aandacht voor discriminatie bij politie en Openbaar Ministerie (OM).
Verder is in elke politieregio een Regionaal Discriminatieoverleg (RDO) ingesteld,
waarin periodiek overleg plaatsvindt tussen politie, OM en ADV’s. De verantwoordelijkheid
voor het voorkomen en bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie ligt primair bij werkgevers
en werknemers. Werknemers kunnen bij een vermoeden van discriminatie zich wenden tot
een Antidiscriminatievoorziening bij hun in de buurt, de Commissie Gelijke Behandeling
of aangifte doen bij de politie.
Wel kan ik melden dat het kabinet voornemens is om aan de Sociaal Economische Raad
(SER) een advies te vragen over het onderwerp discriminatie op de arbeidsmarkt. Daarbij
zullen sociale partners gevraagd worden op welke wijze discriminatie op de arbeidsmarkt
verminderd kan worden. Het advies zal betrekking hebben op alle fasen van werk: werving
& selectie, op de werkplek zelf en beëindiging dienstverband. Uw Kamer zal hier separaat
over worden geïnformeerd.
Vraag 4
Daar het bericht stelt ook dat er in andere gebieden, zoals in de buurt, sprake is
van een toename van discriminatie, gaat u hier iets aandoen?
Antwoord 4
Voorop staat dat gemeenten zelf de verantwoordelijkheid hebben om discriminatie in
hun buurten en wijken aan te pakken. Om gemeenten hierin te ondersteunen, vinden momenteel
oriënterende gesprekken plaats met professionele organisaties die gemeenten waar nodig
kunnen faciliteren bij de aanpak van woonoverlast en burenconflicten. Om te benadrukken
wat mensen zelf kunnen doen, zal de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel
in het kader van de burgerparticipatie-agenda op zoek gaan naar goede voorbeelden
van burgerinitiatieven om discriminatie in de buurt aan te pakken. Deze voorbeelden
kunnen mensen stimuleren om discriminatie zélf aan te pakken en lokale overheden stimuleren
om bewoners te betrekken bij de bestrijding van discriminatie in hun buurt of wijk.
Vraag 5
Waar laten volgens u de huidige antidiscriminatie voorzieningen steken vallen? Bent
u van plan verbetering van deze voorzieningen af te dwingen?
Antwoord 5
De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) wordt op dit moment geëvalueerd.
De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel zal de resultaten hiervan met betrokken
partijen bespreken, waarna hij u zal informeren over de resultaten van de evaluatie
en de mogelijke consequenties daarvan.