Vragen van het lid Hamer (PvdA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over de slechte positie van werksters in Nederland (ingezonden 13 augustus 2012).
Antwoord van minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 3 september
2012).
Vraag 1
Kent u het bericht dat werksters in Nederland veel slechter af zijn dan hun collega`s
in andere Europese landen en dat Nederland op dit punt mijlenver achterloopt?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat in Nederland werksters dezelfde rechten moeten krijgen als overige
werknemers zoals een cao, ontslagbescherming en verzekeringen tegen werkloosheid en
arbeidsongeschiktheid, zodat hun arbeidspositie verbetert? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Nee. Huishoudelijk personeel in dienst bij een bedrijf of voor 4 of meer dagen per
week in dienst bij een particulier geniet in Nederland dezelfde bescherming als andere
werknemers in loondienst. Huishoudelijk personeel dat doorgaans op minder dan 4 dagen
per week uitsluitend werkzaamheden binnen het huishouden van een andere particulier
verricht, heeft een andere rechtspositie. Voor deze laatste groep geldt sinds 1 januari
2007 de Regeling Dienstverlening aan huis. Door deze regeling hoeft de particuliere
opdrachtgever niet zorg te dragen voor inhouding dan wel afdracht van premies werknemers-
en volksverzekeringen, loonbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
Hierdoor zullen particulieren sneller iemand inhuren voor persoonlijke diensten.
Door de regeling is het huishoudelijk personeel niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
Wel hebben zij recht op onder meer 6 weken loondoorbetaling bij ziekte, het wettelijk
minimumloon en vakantiebijslag. Ook zijn op hen de Arbeidstijdenwet, de Arbeidsomstandighedenwet
en vele bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (waaronder de vakantieregeling) van
toepassing.
Als voor de particuliere opdrachtgever dezelfde werkgeversverplichtingen en administratieve
lasten zouden gelden als voor bedrijven, zou dit voor een groot deel van de particulieren
te duur of te omslachtig zijn. Dit zou ten koste gaan van de (formele) werkgelegenheid
van huishoudelijk personeel.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het probleem serieus moet worden genomen en dat deze beroepsgroep
recht moet krijgen op goede witte arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid, zodat de
Nederlandse Staat minder belasting- en premie-inkomsten misloopt door het grote zwarte
circuit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
De Regeling Dienstverlening aan huis zorgt voor adequate arbeidsvoorwaarden en sociale
zekerheid. Om de markt voor persoonlijke dienstverlening te stimuleren is indertijd
de Regeling Schoonmaakdiensten Particulieren (RSP-regeling) in het leven geroepen.
Deze regeling is in 2005 weer afgeschaft omdat het nauwelijks bijdroeg aan de beoogde
doelstellingen en bovendien leidde tot oneigenlijk gebruik. Uw Kamer heeft bij deze
afschaffing als voorwaarde gesteld dat er een alternatieve regeling zou komen, wat
geleid heeft tot de Regeling Dienstverlening aan huis.
Het toenmalige kabinet heeft ervoor gekozen de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren
door een combinatie van algemene maatregelen (waaronder versterking inkomensafhankelijkheid
arbeidskorting) en de omvorming van de RSP-regeling tot de Regeling Dienstverlening
aan huis.
Ik onderschrijf deze keuze.
Het toenmalige kabinet heeft met uw Kamer uitvoerig over de stimulering van de markt
voor persoonlijke dienstverlening van gedachten gewisseld. Ik verwijs hiervoor onder
meer naar de brieven van de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en van Financiën van 9 juni 2006 en 7 december 2007 (Kamerstukken II, 2005/06, 29 544, nr. 62 en Kamerstukken II, 2007/08, 29 544, nr. 128).
De Regeling Dienstverlening aan huis is wederom aan de orde gekomen tijdens het debat
op 15 juni 2011 met uw Kamer (Kamerstukken II, 2011/12, 29 544, nr. 334). In dat debat ben ik uitvoerig ingegaan op een aantal door uw Kamer aangedragen
alternatieven. Ik heb toen tegelijkertijd geconstateerd dat afschaffing van de regeling
Dienstverlening aan huis geen optie is, omdat daarmee de problemen waarvoor de Regeling
een oplossing beoogde zich opnieuw zouden voordoen.
Vraag 4
Hoe groot is het zwarte schoonmaakcircuit in Nederland momenteel?
Antwoord 4
De omvang van het «zwarte schoonmaakcircuit» is mij niet bekend. Van zwart werk is
sprake als de huishoudelijke hulp de inkomsten uit huishoudelijk werk niet opgeeft
aan de Belastingdienst en, als de hulp een uitkering geniet, ook niet opgeeft aan
de uitkeringsinstantie.
Vraag 5
Wat voor arbeidskrachten werken in het zwarte schoonmaakcircuit en hoeveel krijgen
deze arbeidskrachten betaald, aangezien steeds meer particulieren voor enkele uren
een werkster inhuren?
Antwoord 5
Ik heb geen inzicht in wat voor arbeidskrachten werkzaam zijn in het «zwarte schoonmaakcircuit».
Vraag 6
Hoe beoordeelt u dit zwarte schoonmaakcircuit?
Antwoord 6
Ik keur zwart werk af. Ook degenen met bescheiden inkomsten dienen aangifte te doen
voor verschuldigde belasting en premies. Door de aard van het werk is opsporing van
zwart schoonmaakwerk nagenoeg onmogelijk.
Vraag 7
Heeft u maatregelen in voorbereiding om de hoeveelheid zwarte schoonmaak terug te
dringen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Gelet op het voorgaande heb ik geen maatregelen in voorbereiding.
X Noot
1Volkskrant, «Werksters in Nederland zijn het slechtst af», 11 augustus 2012.