Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over het bericht inzake de oproep van de Aannemersfederatie om een meldplicht in te
voeren voor personen uit andere EU-lidstaten, die in Nederland als zelfstandige of
op detacheringsbasis aan de slag willen gaan (ingezonden 25 juli 2012).
Antwoord van minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 3 september
2012).
Vraag 1
Heeft u kennis genomen van de oproep van de Aannemersfederatie om een meldplicht in
te voeren voor personen uit andere EU-lidstaten, die in Nederland als zelfstandige
of op detacheringsbasis aan de slag willen gaan?1
Vraag 2
Kunt u zich de toezegging herinneren aan de leden van de CDA-fractie (in het debat
21 december 2011 over werknemersverkeer met Roemenië en Bulgarije) dat een onderzoek
zou plaatsvinden naar de mogelijkheden om in Nederland een systeem van meldingen en
gerichte handhaving in te voeren, naar Belgisch voorbeeld? Wat is de stand van zaken
rond dit onderzoek? Bent u op basis hiervan inmiddels overtuigd van de wenselijkheid
van een meldplicht?
Antwoord 2
Op 28 augustus 2012 heb ik een notitie over arbeidsmigratie binnen de EU aan de Tweede
Kamer gestuurd. Deze notitie bevat een analyse van het Belgische Limosa-systeem. Uit
de analyse komt naar voren dat Limosa voor Nederland interessante kanten heeft, maar
ook gepaard gaat met invoeringskosten en administratieve lasten voor bedrijven. Daar
komt bij dat het Europese Hof nog uitspraak moet doen in de infractieprocedure van
de Europese Commissie tegen de registratieplicht voor zelfstandigen zoals die geldt
in Limosa.
Na vaststelling van de Handhavingsrichtlijn en de uitspraak in de infractieprocedure
die de Commissie tegen België heeft aangespannen, zal ik een besluit nemen over de
invoering van een systeem als Limosa.
Vraag 3
Deelt u de zorgen van de Aannemersfederatie en de leden van de CDA-fractie over oneerlijke
concurrentie en verdringing door schijnzelfstandigen en schijndetacheringen, zeker
in deze tijd van crisis in de bouw?
Antwoord 3
Ik deel deze zorgen. Het kabinet is van mening dat oneerlijke concurrentie door middel
van schijnconstructies moet worden aangepakt.
Vraag 4
Welke maatregelen gaat u treffen om oneerlijke concurrentie effectief aan te pakken?
Op welke wijze wordt daarbij samengewerkt met CAO-partijen in de bouw?
Antwoord 4
Over maatregelen om misbruik van het vrij verkeer van diensten tegen te gaan heb ik
uw Kamer in februari jl. geïnformeerd.2 Ook in mijn notitie van 28 augustus 2012 over arbeidsmigratie binnen de EU ga ik
in op maatregelen om schijnconstructies te voorkomen en aan te pakken.
De Aannemersfederatie heeft onlangs een zwartboek gepubliceerd over schijnzelfstandigen
in de bouwsector. Ik zal binnenkort een reactie gegeven op het zwartboek en de daarin
gedane aanbevelingen.
Op dit moment vindt al periodiek overleg plaats tussen de Inspectie SZW en de bouwsector. In
deze overleggen wordt ook de bestrijding van oneerlijke concurrentie aan de orde gesteld.
Vraag 5
Bent u van plan om ook de samenwerking met handhavende organisaties in andere lidstaten
(met name in Midden- en Oost-Europa) te intensiveren, zodat schijnzelfstandigheid
en schijndetacheringen effectiever kunnen worden aangepakt? Zo ja, wanneer en op welke
wijze?
Antwoord 5
Met verschillende landen in Midden- en Oost-Europa zijn zogeheten «memoranda of understandig»
gesloten. Hierin wordt de samenwerking ten aanzien van de gegevensuitwisseling geregeld.
De informatie-uitwisseling maakt het de lidstaten mogelijk om de handhaving vorm te
geven zoals gewenst c.q. noodzakelijk. Op dit moment wordt er aan gewerkt om het proces
van informatie-uitwisseling sneller te laten verlopen. De afgelopen jaren is in het
kader van strafrechtelijke opsporingsonderzoeken naar arbeidsmarktfraude ook succesvol
samengewerkt met zusterorganisaties in Midden- en Oost-Europese landen en wordt gekeken
naar de mogelijkheden van een Joint Investigation Team waarin lidstaten op basis van
Europese afspraken samenwerken in de opsporing.
Ook is eind 2011 een pilot van start gegaan bij drie Kamers van Koophandel om signalen
van schijnzelfstandigheid en mogelijke arbeidsuitbuiting te melden bij de Inspectie
SZW.
Tot slot wijs ik in dit verband op de zogeheten Handhavingsrichtlijn bij de Detacheringsrichtlijn,
waaraan nu wordt gewerkt in Europees verband. Deze richtlijn biedt extra mogelijkheden
om postbusondernemingen te bestrijden en beter toezicht te houden op de detachering
vanuit het buitenland. In mijn eerder genoemde notitie over arbeidsmigratie binnen
de EU ga ik hier nader op in.
Vraag 6
Bent u bereid om u, samen met België, ook in Europees verband in te zetten voor beleidsruimte
voor lidstaten, die een meldplicht willen invoeren voor zelfstandigen en gedetacheerden,
zodat de informatievoorziening aan deze groep werkenden door de lidstaat kan worden
verbeterd én de handhaving gerichter en effectiever kan worden?
Antwoord 6
Indien dat nodig is wil ik mij er binnen de EU voor inspannen dat grensoverschrijdende
arbeid door de desbetreffende lidstaat mag worden geregistreerd. Het ligt daarbij
voor de hand dat ik dan samenwerking zoek met de lidstaten die hetzelfde standpunt
hebben, zoals België.
X Noot
1Telegraaf, 24 juli 2012.