Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over stapeling van ESF-subsidies met middelen uit scholingsfondsen (ingezonden 23 juli
2012).
Antwoord van staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
21 augustus 2012).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de berichten over stapeling van subsidies uit het Europees
Sociaal Fonds (ESF-subsidies) met middelen uit scholingsfondsen?1
Vraag 2, 3 en 4
Op welke schaal doet deze stapeling zich in de praktijk voor?
Hoe beoordeelt u de stapeling in het licht van de formele eisen, die bij ESF-subsidies
worden gesteld aan cofinanciering?
Vindt u de stapeling moreel verantwoord, gelet op het feit dat er per saldo meer dan
100% subsidie werd verstrekt aan opleidingstrajecten waarvan het nut soms kan worden
betwijfeld?
Antwoord 2, 3 en 4
De term stapeling leidt tot misverstanden. De ESF-regeling 2007–2013 financiert in
het kader van scholing van werknemers maximaal 40% van de totale subsidiabele kosten van een scholingsproject. De overige 60% moeten
subsidieaanvragers (O&O-fondsen) zelf financieren. Het betreft hier dus zogenaamde
verplichte cofinanciering door de werkgevers zelf en/of de O&O-fondsen.
De bijdrage van O&O-fondsen is geen overheidssubsidie, maar het betreft gelden die
door de deelnemende bedrijven in de sector bij elkaar zijn gebracht. Over de aanwending
wordt besloten door sociale partners. Het gaat om scholing die de werkgever en het
O&O-fonds van toegevoegde waarde achten voor het bedrijf, de medewerker of de branche.
Naast scholingskosten kan er sprake zijn van bijvoorbeeld verletkosten; kosten die
voor een werkgever ontstaan als gevolg van productieverlies door scholing tijdens
werktijd. Dergelijke kosten komen niet in aanmerking voor ESF-subsidie, maar worden
soms wel vergoed door een O&O-fonds.
Doordat de ESF-subsidie en de private bijdragen van O&O-fondsen voor zowel scholingskosten
als verletkosten worden opgeteld, ontstaat de suggestie van stapeling tot meer dan
100% subsidie. Het artikel wekt daarmee echter ten onrechte de indruk van misbruik
of oneigenlijk gebruik. Feitelijk is er namelijk conform de ESF-regels sprake van
maximaal 40% subsidie en minimaal 60% verplichte cofinanciering. De vraag naar een
moreel oordeel is daarom niet aan de orde.
Vraag 5
Was u reeds op de hoogte van de stapeling van de subsidies op het moment dat u de
Kamer informeerde over de problemen met het terugvorderen van ESF-voorschotten op
28 juni 2012? Zo ja, waarom wordt aan deze kwestie in de brief van 28 juni 2012 geen
aandacht besteed?
Antwoord 5
Zoals aangegeven betreft het geen stapeling van subsidies, maar het reguliere vereiste
op grond van ESF-regels dat naast 40% ESF-subsidie, 60% gecofinancierd wordt. De brief
van 28 juni 2012 ging niet over cofinanciering maar betrof een kwestie rond de terugvordering
van voorschotten.
Vraag 6
Bent u van plan om scherpere eisen te stellen aan aanvragen van ESF-subsidie door
opleidings- en ontwikkingsfondsen (O&O-fondsen)?
Antwoord 6
In de huidige programmaperiode 2007–2013 kan geen ESF-subsidie meer voor scholing
van werknemers worden aangevraagd. Ten aanzien van de mogelijk volgende programmaperiode
2014–2020 is de insteek om de uitvoering van de ESF-regeling zo eenvoudig mogelijk
te maken met geringere administratieve lasten en eenvoudiger te controleren subsidiabele
kosten. Daarnaast zal er veel aandacht zijn voor het voorkomen en tegengaan van misbruik
of oneigenlijk gebruik van de ESF-regeling.
Vraag 7
Bent u van mening dat de desbetreffende vijf scholingsfondsen zich voor ESF-aanvragen
hebben gediskwalificeerd, gelet op het feit dat er nauwelijks of geen toezicht was
op de stapeling van subsidies met bijdragen uit de fondsen en op de kwaliteit van
de aangeboden scholingstrajecten?
Antwoord 7
Dit is niet aan de orde, zie mijn antwoord op de voorgaande vragen.
Vraag 8
Bent u bereid om de Kamer nog voor Prinsjesdag te informeren over de stand van zaken
rond de terugvordering van de 29 mln, die aan vijf O&O-fondsen als voorschot is verstrekt?
Antwoord 8
Tijdens het AO Arbeidsmarktbeleid van 28 juni jl. heb ik u toegezegd de Kamer op de
hoogte te houden van de ontwikkelingen. Wij hebben afgesproken dat ik dat in ieder
geval zal doen voor de begrotingsbehandeling aan het einde van het jaar, of tussentijds
indien daartoe aanleiding is. Deze afspraak doe ik graag gestand. Het is niet waarschijnlijk
dat ik voor Prinsjesdag al nieuwe inzichten heb, vanwege de termijn waarbinnen einddeclaraties
van projecten zullen worden ingediend (1 november 2012).
Vraag 9
Wanneer kan de Kamer een integrale verantwoording verwachten over de besteding van
de desbetreffende subsidiemiddelen?
Antwoord 9
Voor de betreffende ESF-projecten moeten de verantwoording en einddeclaraties 1 november
2012 zijn ingediend. Wellicht zullen de fondsen om uitstel vragen omdat zij meer tijd
nodig hebben om de administratie op orde te brengen. Mocht uitstel ertoe leiden dat
het financiële risico afneemt dan ben ik bereid dit te verlenen. Uiterlijk binnen
24 maanden na indiening zal het Agentschap SZW de einddeclaraties controleren en zal
mogelijk door de Audit Autoriteit een tweedelijnscontrole worden uitgevoerd. Dit betekent
dat de eindverantwoording rond eind 2014 te verwachten is.
X Noot
1Financieele Dagblad, 20 juli 2012.