Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-20123114

Vragen van de leden Sterk (CDA) en Hachchi (D66) aan de ministers van Buitenlandse Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en van Veiligheid en Justitie over een Nederlands-Pakistaanse vrouw die in huwelijkse gevangenschap in Pakistan verkeert (ingezonden 13 juni 2012).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 27 juli 2012).

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van de uitzending1 over de Nederlands-Pakistaanse vrouw die in huwelijkse gevangenschap in Pakistan verkeert? Zo ja, wat heeft u gedaan om haar te helpen? Heeft de ambassade getracht haar te bezoeken en zal de ambassade de rechtszaak bijwonen?

Antwoord 1

Ja. Ik heb kennisgenomen van de uitzending. Ter bescherming van de identiteit van betrokkene, kan ik over de zaak geen inhoudelijke uitspraak doen.

Vraag 2

Hebt u kennisgenomen van de uitzending2 over de Nederlands-Pakistaanse vrouw wier zaak is voorgekomen bij een Britse Sharia Council en wier ontbinding van het huwelijk nog steeds niet erkend is in Pakistan?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Bent u bekend met het feit dat Nederlandse staatsburgers voor het ontbinden van hun religieuze huwelijk, onderworpen zijn aan rechtsordes die tegen de Nederlandse rechtsorde indruisen?

Antwoord 3

Nederlandse staatsburgers kunnen er voor kiezen zich te schikken in regels van een organisatie waarbij zij vrijwillig zijn aangesloten, zoals regels van een religieuze organisatie voor het huwelijk. Die regels hoeven niet overeen te stemmen met de regels die in Nederland voor het burgerlijk huwelijk gelden. Het niet meewerken van een partner aan het ontbinden van een huwelijksovereenkomst naar religieus recht kan, onder bepaalde omstandigheden, onrechtmatig zijn, zoals in een enkel geval door de rechter is beslist.

Vraag 4

Kunt u aangeven wat de plaatselijke ambassade heeft gedaan voor deze vrouw(en?)? In hoeverre is daarbij gehandeld indachtig de door de Nederlandse Staat aangegane en gehuldigde Verdragen zoals art. 16 van de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women CEDAW (verplichting van staten om gelijke behandeling voor, tijdens en na het huwelijk te garanderen), art. 5 van het 7de protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens EVRM (recht op vrijheid en veiligheid), art. 6 EVRM (fair trial)?

Antwoord 4

Nederland eerbiedigt in het algemeen de lokale rechtsorde van het land. Daarbij kan Nederland de verplichting van gelijke behandeling onder het CEDAW niet opleggen aan andere staten. Ook dienen voor juridische bijstand in het buitenland bij conflicten in de familiesfeer, personen zich altijd te wenden tot een lokale advocaat. De lokale autoriteiten beschouwen deze mensen (veelal bipatride, zij hebben ook de nationaliteit van het land waar het conflict zich afspeelt) als vallend onder het eigen nationale recht.

Ondanks deze beperkingen, brengt de ambassade – als daar door deze Nederlanders om wordt verzocht – dit soort zaken onder de aandacht van de relevante autoriteiten.

Vraag 5

Is u bekend hoeveel vrouwen afgelopen 10 jaar gedwongen zijn achtergelaten in de landen van herkomst? Kunt u aangeven hoeveel vrouwen die slachtoffer zijn van huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap om hulp hebben gevraagd bij de Nederlandse ambassades? Zo ja, wat is er met deze hulpvragen gebeurd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Ambassades hebben slechts kennis van die zaken waarbij de betreffende personen contact opnemen. Het aantal gevallen waarbij door vrouwen de ambassade om hulp wordt gevraagd, is beperkt. Ambassades spannen zich in binnen het spectrum van consulaire hulpverlening zodra een vrouw met de Nederlandse nationaliteit in een positie van huwelijksdwang en achterlating in het buitenland, zich meldt met verzoek om hulp.

Vraag 6

Bent u bereid, al dan niet via de ambtelijke lijn, contact te zoeken met de Pakistaanse ambassadeur over deze dossiers? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

Om genoemde redenen kan ik niet op deze dossiers ingaan. In het algemeen geldt dat, afgestemd op de betreffende behoeftes en omstandigheden, de meest geschikte instrumenten worden ingezet. Contact met een buitenlandse ambassade, in casu de ambassade van Pakistan, maakt onderdeel uit van het brede spectrum aan instrumenten.

Vraag 7

Bent u bereid om in EU-verband op te komen voor vrouwen die slachtoffer zijn van huwelijksdwang en de schending van vrouwenrechten die daar uit voortvloeit?

Antwoord 7

Ja. In voorkomende gelegenheden maak ik mij hier sterk voor.


X Noot
1

NOS, 21 Mei 2012.

X Noot
2

Nieuwsuur, 8 Juni 2012.