Vragen van de leden Fritsma, Bontes en Wilders (allen PVV) aan de minister voor Immigratie,
Integratie en Asiel en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het bericht
dat de EU de deur open zet voor vele vreemdelingen (ingezonden 13 juni 2012).
Antwoord van minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel) en staatssecretaris
Knapen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 19 juli 2012).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het dat de EU allerlei akkoorden sluit die het voor bijvoorbeeld
Marokkanen, Egyptenaren en Kaapverdiërs veel makkelijker (gaan) maken om de EU binnen
te komen?1
Antwoord 1
De in het artikel genoemde mobiliteitspartnerschappen die de EU met derde landen overeenkomt,
zijn politieke overeenkomsten met als uitgangspunt een alomvattende aanpak van migratievraagstukken.
Er worden afspraken gemaakt over samenwerking binnen de vier pijlers van de Totaalaanpak
van migratie en mobiliteit2, te weten de bestrijding van illegale immigratie, het faciliteren van legale migratie
en mobiliteit, asiel en internationale bescherming en migratie en ontwikkeling. De
partnerschappen zijn per land op maat gemaakt.
Visumfacilitatie- alsmede terug- en overnameovereenkomsten maken deel uit van toekomstige
mobiliteitspartnerschappen. Met landen die niet aanmerking komen voor visumfacilitatie,
zal geen mobiliteitspartnerschap worden aangegaan, maar kunnen afspraken over migratiesamenwerking
worden gemaakt in de vorm van een Gemeenschappelijke agenda voor migratie en mobiliteit.
Nederland zet zich ervoor in dat ook bij een dergelijke Gemeenschappelijke agenda
gekoppeld wordt aan afspraken over terug- en overname.
Vraag 2
Waarom doet Nederland mee met het afsluiten van dergelijke akkoorden?
Antwoord 2
EU-lidstaten participeren vrijwillig in mobiliteitspartnerschappen, deels afhankelijk
van hun eigen prioriteiten, bijvoorbeeld met projecten op gebied van terugkeer en
herintegratie, grensbewaking en documentveiligheid of door het openstellen van bepaalde
sectoren van hun arbeidsmarkt voor arbeidsmigratie en/of door de positieve bijdrage
van migratie aan de ontwikkeling van herkomstlanden te vergroten. Mobiliteitspartnerschappen
zijn in het belang van Nederland omdat zij kunnen leiden tot betere regulering van
migratiestromen, betere medewerking aan terug- en overname en betere inbedding van
migratievraagstukken in de samenwerking van de EU met het betreffende land. Het besluit
om deel te nemen aan specifieke partnerschappen hangt hiermee samen.
Nederland neemt deel aan de mobiliteitspartnerschappen met Armenië, Georgië en Kaapverdië.
De Nederlandse bijdrage betreft projecten op het gebied van terugkeer en herintegratie
en capaciteitsversterking van migratie autoriteiten. Ook is Nederland betrokken bij
het overleg met Azerbeidzjan over een toekomstig mobiliteitspartnerschap. De voorgestelde
Nederlandse bijdrage ligt eveneens op het vlak van versterking van migratiemanagement,
waaronder terugkeer en herintegratie. Met Marokko en Tunesië is de EU in gesprek over
een mobiliteitspartnerschap. Er is hierbij nog geen akkoord bereikt. Nederland heeft
belangstelling voor het mobiliteitspartnerschap met Marokko. Ook hier gaat de Nederlandse
interesse uit naar activiteiten die zich richten op capaciteitsversterking van migratie
autoriteiten en terugkeer en herintegratie, alsmede migratie en ontwikkeling.
Vraag 3 en 4
Deelt u de mening dat het absurd is om «vrij reizen» als ruilmiddel te gebruiken om
hervormingen in de betreffende landen te bevorderen? Zo neen, waarom niet?
Acht u het in het belang van Nederland wanneer veel meer vreemdelingen makkelijker
– en zelfs zonder visum – naar ons land kunnen reizen? Hoe verhoudt zich dit tot bijvoorbeeld
het tegengaan van illegaliteit, criminaliteit, islamisering en de komst van kansarmen?
Antwoord 3 en 4
Visumfacilitatie is niet hetzelfde als visumvrij reizen. Nederland is zeer terughoudend
als het gaat om visumliberalisatie. Bij visumfacilitatie gaat het juist om het reguleren
van migratiestromen, waarbij het voor bepaalde bona fide groepen (zakenlieden, wetenschappers, studenten) gemakkelijker wordt gemaakt om een
visum te verkrijgen. Tegelijkertijd worden afspraken gemaakt over het tegengaan van
illegale immigratie en mensenhandel.
De stelling in het artikel dat de EU visumfacilitatie «uitruilt» tegen afspraken over
hervormingen is te kort door de bocht. Immers, om voor visumfacilitatie in aanmerking
te komen gelden heldere, van tevoren vastgelegde, voorwaarden (zie kabinetsbrief «EU-visumbeleid
voor de naaste buren van de Unie» van 7 oktober 2011, Kamerstuk 21501-02-1096).
Vraag 5
Bent u bereid om te kiezen voor eigen grenzen en eigen immigratiebeleid en derhalve
om te bevorderen dat Nederland uit de EU stapt? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
Nee. Het kabinet is van mening dat het samen met Europese partners uitvoeren en vormgeven
van een effectief Europees migratiebeleid, waar terugkeer deel van uitmaakt, voor
Nederland meer voordelen zal opleveren dan terugtrekking uit de Europese Unie en het
daarmee geïsoleerd uitvoeren van een nationaal beleid op het terrein van migratie
en grensbewaking.
X Noot
2 Zie voorts de Mededeling inzake de Totaalaanpak van migratie en mobiliteit, COM(2011)
743, alsmede het BNC-fiche d.d. 23 december 2011 (Tweede Kamer 2011–2012, 22 112, nr. 1298)