Vragen van het lid El Fassed (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse Zaken over wapenhandel naar ontwikkelingslanden (ingezonden 15 juni 2012).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 4 juli 2012).

Vraag 1

Kent u het rapport «Armed robbery – How the poorly regulated arms trade is paralyzing development»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat ongereguleerde wapenhandel ervoor zorgt dat gewapende conflicten blijven voortduren en dat financiële middelen niet worden ingezet voor sociale en economische ontwikkeling maar voor de aanschaf van wapens en dat corruptie wordt versterkt? Kunt u dit toelichten?

Antwoord 2

Illegale wapenhandel kan gewapende conflicten verergeren en de sociale en economische ontwikkeling van landen hinderen.

Vraag 3

Is het waar dat, zoals blijkt uit data van de Wereldbank en OESO-DAC, ontwikkelingsgelden naar fragiele staten en conflictgebieden tussen 2009 en 2010 zijn toegenomen met 9 procent, maar dat tegelijkertijd de militaire uitgaven van die landen gemiddeld zijn gestegen met 15 procent? Kunt u dit toelichten?

Antwoord 3

Er is contact opgenomen met OESO-DAC. Vanuit deze organisatie kunnen de berekeningen die Oxfam in zijn onderzoek heeft uitgevoerd op basis van cijfers van OESO-DAC niet worden bevestigd.

Vraag 4

Deelt u de mening dat voor coherentie van beleid en de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking het van belang is om in een wapenhandelsverdrag criteria op te nemen over de sociaal-economische ontwikkeling van landen? Deelt u de mening dat via regulering staten zich de vraag moeten stellen of een voorgestelde wapenexport ernstig afbreuk doet aan de duurzame ontwikkeling van het ontvangende land en de hoogte van de militaire uitgaven te beoordelen van het ontvangende land ten opzichte van de sociale uitgaven? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4

Mede vanuit het oogpunt van beleidscoherentie voor ontwikkelingssamenwerking past Nederland – evenals de overige EU-lidstaten – de toets aan het criterium voor sociaaleconomische ontwikkeling (criterium 8) uit het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport toe op relevante exportaanvragen. Een dergelijk criterium past een toekomstig VN-wapenhandelsverdrag.

Vraag 5

Is het waar dat de Nederlandse regering zich jarenlang zowel in EU als VN-verband actief heeft ingezet voor een dergelijk ontwikkelingscriterium? Zo ja, waarom ontbreekt dit in uw brief over voorbereidingen op ATT conferentie?2

Antwoord 5

Nederland spant zich in EU-verband in voor uniforme toepassing van criterium 8 van het EU Gemeenschappelijk Standpunt, onder andere door middel van een seminar in Brussel en een voortrekkersrol in de discussie over criterium 8 bij de herziening van het EU Gemeenschappelijk Standpunt.

In VN-verband bepleit Nederland, met andere EU-partners, de opname van een ontwikkelingscriterium in het beoogde wapenhandelsverdrag (ATT). De Kamerbrief bevatte de Nederlandse inzet voor de diplomatieke conferentie over het ATT op hoofdlijnen.

Vraag 6

Bent u bereid zich alsnog in te zetten voor het opnemen van het belang van een ontwikkelingscriterium in het wapenhandelsverdrag? Kunt u aangeven welke stappen Nederland hiervoor in de aanloop naar de VN Conferentie over het Wapenhandelsverdrag van 2 tot 27 juli 2012 kan nemen?

Antwoord 6

Zie antwoord op vraag 5.

Vraag 7

Kunt u deze vragen voor het algemeen overleg Wapenexport van 5 juli 2012 beantwoorden?

Antwoord 7

Ja.


X Noot
1

Armed robbery – How the poorly regulated arms trade is paralyzing development, Oxfam, 13 juni 2012, http://www.oxfam.org/sites/www.oxfam.org/files/tb-development-arms-trade-treaty-130612-en.pdf

X Noot
2

Kamerbrief over voorbereidingen op ATT conferentie, DVB/NW-295/2012

Naar boven