Vragen van het lid Lucassen (PVV) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over het bericht dat banken geen kredieten meer verlenen aan woningcorporaties (ingezonden
18 juni 2012).
Antwoord van minister Spies (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
3 juli 2012).
Vraag 1
Bent u bekend met de inhoud van het bericht «Woningcorporaties krijgen geen krediet
meer van banken»?1
Vraag 2
Is het waar dat commerciële banken op het punt staan niet langer kredieten te verstrekken
aan woningcorporaties?
Antwoord 2
In het bedoelde bericht staat dat commerciële banken (geciteerd wordt een woordvoerder
van ABN AMRO) kritischer zijn geworden over het verstrekken van leningen aan de corporatiesector,
omdat voor de sector een verhoogd risico geldt. Commerciële banken verstrekken niet
of nauwelijks leningen die worden geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw
(WSW). Het gaat hier dan ook voornamelijk om financiering voor niet DAEB activiteiten,
zoals dure huurwoningen en de voorfinanciering van koopwoningen. Via een persbericht
benadrukt het WSW dat corporaties voor de financiering van hun DAEB activiteiten nog
steeds terecht kunnen bij de Bank Nederlandse Gemeenten en de Waterschapsbank voor
geborgde leningen. Deze banken zijn al jaren de voornaamste financiers van woningcorporaties.
Tot slot stipt het WSW nog aan, dat ook nieuwe partijen, zoals Nederlandse verzekeraars,
bereid zijn geborgde leningen aan woningcorporaties te verstrekken.
Vraag 3
Welke gevolgen heeft een dergelijke kredietstop voor de financiële positie en het
investeringsvermogen van woningcorporaties?
Antwoord 3
Zoals in de beantwoording van vraag 2 reeds is aangegeven, zal nog moeten blijken
in hoeverre er daadwerkelijk sprake zal zijn van een beperktere kredietverlening aan
woningcorporaties. Voor de financiële positie van woningcorporaties in zijn algemeenheid
hoeft een kritischer kredietverstrekking bovendien geen substantiële gevolgen te hebben.
Het investeringsvermogen voor niet DAEB activiteiten zal mogelijk afnemen.
Indien woningcorporaties voor het herfinancieren van hun ongeborgde leningen geen
vervolglening kunnen krijgen, kan er een liquiditeitstekort ontstaan. Binnen het stelsel,
kan dit tekort worden afgedekt door middel van een (bijzondere) borging door het WSW
van een lening.
Vraag 4
Welke gevolgen heeft een kredietstop voor de nieuwbouwproductie en daarmee de gehele
bouwsector?
Antwoord 4
Er zijn de afgelopen jaren door woningcorporaties jaarlijks gemiddeld circa 12 000
woningen in de niet-DAEB sfeer gerealiseerd. Deze productie zou stil kunnen komen
te liggen. Voor de bouwsector zou dit een omzetverlies kunnen betekenen. Echter van
een volledige kredietstop is geen sprake. Voor de sector geldt volgens de banken wel
een verhoogd risico, waarop de banken kunnen reageren met een hogere rente dan wel
strengere voorwaarden. Daarnaast kunnen woningcorporaties dergelijke projecten ook
nog uit eigen middelen financieren. Wat de werkelijke gevolgen kunnen zijn is dan
ook niet precies in te schatten. Overigens hoeft met een kritischer kredietverstrekking
aan woningcorporaties niet de gehele bouwproductie stil komen te liggen. Ook andere
partijen kunnen immers projecten realiseren.
Vraag 5
Welke mogelijkheden resteren er voor woningcorporaties om kapitaal aan te trekken
wanneer de commerciële banken de kredietkraan dicht draaien?
Antwoord 5
Zoals ik in mijn hiervoor gegeven antwoorden al aangaf, is van een kredietstop aan
woningcorporaties geen sprake. Voor nieuwe projecten in het niet-DAEB segment geldt
verder dat deze wellicht nog uit eigen middelen kunnen worden betaald. Voor wat betreft
de herfinanciering van de ongeborgde leningen verwijs ik naar mijn antwoord onder
3.
Vraag 6 en 7
Heeft de Vestia-affaire en het gebruik van risicovolle derivaten geleid tot een aanpassing
van de kredietrating van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)?
Dreigt er voor het WSW een verlaging van de AAA-status? Zo ja, wat zijn de gevolgen
hiervan voor de mogelijkheden van woningcorporaties om tegen een lagere rente te lenen?
Antwoord 6 en 7
Neen. Het WSW wordt zelfstandig beoordeeld door de ratingbureaus. Een verlaging van
de rating is pas aan de orde als het stelsel zodanige mankementen vertoont, dat de
betrouwbaarheid daarvan in het geding is. Het stelsel heeft gefunctioneerd. Ik heb
geen signalen ontvangen dat de ratingbureaus hun beoordeling van het WSW verlagen.
Vraag 8
Deelt u de mening dat huurders, die gedwongen hebben meebetaald aan de redding van
banken, nu de dupe dreigen te worden doordat diezelfde banken niet langer willen lenen
aan sociale huisvesters? Hoe gaat u dit voorkomen?
Antwoord 8
Zoals in de beantwoording van de vragen 2 en 3 reeds is aangegeven, moet nog blijken
in hoeverre er daadwerkelijk sprake zal zijn van een beperktere kredietverlening aan
woningcorporaties en of dit effect heeft op hun financiële positie. Ook als dat wel
zo zou zijn, geldt dat voor een gereguleerde woning nooit meer huur mag worden gevraagd
dan de wettelijk geregelde maximale huurprijsgrens. Voor zittende huurders geldt,
dat de huurverhoging per jaar begrensd is. Dat is voor Vestia hetzelfde als voor andere
woningcorporaties.
Vraag 9
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het algemeen overleg Woningcorporaties
op 3 juli a.s.?
X Noot
1Trouw, 13 juni 2012.