Vragen van het lid Van der Ham (D66) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat een kwart van de excellente leerlingen het eindexamen VWO niet in zes jaar haalt (ingezonden 15 juni 2012).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 22 juni 2012).

Vraag 1

Wat is uw reactie op het bericht dat een kwart van de excellente leerlingen het eindexamen VWO niet in zes jaar haalt?1

Antwoord 1

Dit signaal onderstreept de noodzaak om mijn beleid voor hoogbegaafde en excellente leerlingen voort te zetten. Dit beleid is gericht op het vergroten van de aandacht voor deze groep leerlingen en verbetering van de prestaties van deze leerlingen.

Vraag 2

In hoeverre hangt de bevinding van het onderzoek uit het artikel volgens u samen met de resultaten uit het PISA-onderzoek van 20102, waarin naar voren kwam dat Nederland de uitblinkers in het onderwijs niet optimaal ontwikkelt?

Antwoord 2

Deze bevindingen hangen nauw met elkaar samen. Beide onderzoeken laten zien dat er winst kan en moet worden behaald in het onderwijs aan de groep uitblinkers. De resultaten van de PISA-cijfers waren mede aanleiding voor mijn versterkte inzet op het beleid voor hoogbegaafde en excellente leerlingen.

Vraag 3

Wat is de relatie tussen dit artikel en het «Actieplan Beter Presteren»?3

Antwoord 3

De specifieke doelgroep hoogbegaafde en excellente leerlingen, waar in het artikel over wordt gesproken, maakt onderdeel uit van het Actieplan Beter Presteren. Het actieplan is gericht op een ambitieuze leercultuur voor álle leerlingen, waarbij ook de sterkere leerlingen het beste uit zichzelf halen.

Vraag 4

In hoeverre verhoogt de conclusie van het aangehaalde onderzoek in het artikel van de Volkskrant de urgentie om excellentie in het (voortgezet) onderwijs meer te stimuleren?

Antwoord 4

Het onderzoek bevestigt de urgentie van het huidige beleid gericht op stimulering van excellentie. Het onderzoek onderstreept het belang van extra aandacht voor de groep hoogbegaafde en excellente leerlingen en verbetering van de prestaties van deze groep.

Vraag 5 en 6

Wat bedoelt u met de «verantwoordelijkheid… voor ouders, het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven om toptalent vroegtijdig te herkennen en te stimuleren»?

Hoe ziet u de taak voor ouders, het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven concreet voor u?

Antwoord 5 en 6

Ik vind dat ook ouders, het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven een taak hebben om hoogbegaafde en excellente leerlingen te ondersteunen en uit te dagen.

Voor ouders zie ik bijvoorbeeld een belangrijke rol in het ondersteunen van hun kinderen bij de planning en organisatie van het schoolwerk.

Het vervolgonderwijs kan een rol spelen door excellente leerlingen de mogelijkheid te bieden om al in het voortgezet onderwijs vakken te volgen op een universiteit.

Bedrijven kunnen excellente leerlingen uitdagen door opdrachten aan te bieden voor profielwerkstukken, waarbij de leerlingen door werknemers worden begeleid. Ook kunnen bedrijven voorlichting geven op scholen voor primair en/of voortgezet onderwijs.

Vraag 7

Hoe denkt u de ouders, het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven aan te zetten om het toptalent meer te stimuleren?

Antwoord 7

Het beleid voor ouderbetrokkenheid richt zich op verbetering van de prestaties van alle leerlingen, dus ook van deze specifieke doelgroep.

Met het vervolgonderwijs zijn prestatieafspraken gemaakt om het percentage studenten in honours programma’s te verhogen.

Bestaande samenwerkingsverbanden tussen scholen, bedrijven en vervolgonderwijs zijn met name gericht op bètatechniek. Via het programma School aan Zet worden scholen ondersteund deze samenwerking te verbreden naar excellente leerlingen.

Vraag 8

Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de talenten van, in dit geval, excellente leerlingen, ten volste worden benut?

Antwoord 8

Het kabinet investeert jaarlijks 30 miljoen euro voor talentontwikkeling van hoogbegaafde en excellente leerlingen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Scholen ontvangen deze middelen via de prestatiebox en zetten deze middelen in om hun excellentiebeleid, toegespitst op de eigen situatie vorm te geven. Doelstelling is dat in 2015 op elke po en vo school maatwerk zal zijn voor deze groep en de prestaties van deze groep leerlingen verbeterd zijn.

Scholen ontvangen de komende drie jaar via het programma School aan Zet (SAZ) ondersteuning om deze doelstelling te bereiken en onderwijsopbrengsten te verbeteren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van experts uit het onderwijsveld en kennis uitgewisseld tussen scholen.


X Noot
1

«Aandacht school voor beste leerlingen schiet te kort», de Volkskrant, 14-06-2012, p. 7.

X Noot
2

PISA: Programme for International Student Assessment. In december 2010 stuurde de minister het rapport met de resultaten van PISA 2009 voor Nederland naar de Kamer (Kamerstuk 32 500 VIII, nr. 76).

X Noot
3

Kamerstuk 32 500 VIII, nr. 176.

Naar boven