Vragen van het lid Van der Ham (D66) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over mogelijke discriminatie van een school en de regels van het ministerie omtrent
examens (ingezonden 16 mei 2012).
Antwoord van minister Rouvoet (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 21 juni
2012).
Vraag 1
Wat is uw beleidsmatige reactie op het bericht «Beschuldiging discriminatie school
onterecht»?1
Antwoord 1
Ik heb kennisgenomen van het bericht op nu.nl 11 mei 2012 («Beschuldiging discriminatie
school onterecht?») en ik heb om diverse redenen na overleg met het College voor Examens
en de Inspectie van het Onderwijs besloten de school geen ruimte te geven om van de
regels af te wijken. In mijn antwoord op vraag 2 en 3 ga ik in op deze redenen. Ook
verwijs ik u naar mijn antwoorden op de vragen gesteld door de leden Ortega-Martijn
(ChristenUnie) en Biskop (CDA) over deze casus.
Vraag 2
Herkent u het dilemma van scholen bij leerlingen die vanwege een rekenstoornis, dyscalculie,
niet in staat zijn om formules te onthouden, maar wel toe te passen, en de wens om
betreffende leerlingen een zogenaamde formulekaart te geven? Hoe groot is de groep
leerlingen in Nederland die een dergelijke handicap heeft?
Antwoord 2
Ik herken de wens van scholen om leerlingen met een (ernstige) rekenstoornis, dyscalculie
een zogenaamde formulekaart te geven. De reden dat het gebruik van een formulekaart
niet is toegestaan voor het centraal examen is dat de kaart informatie bevat of kan
bevatten die de leerling op grond van de exameneisen zou moeten beheersen. Beheersing
van formules en rekenregels is naast en in samenhang met de toepassing van de formules
één van de exameneisen bij verschillende vakken in het voortgezet onderwijs.
Er zijn op dit moment geen exacte gegevens bekend hoe groot de groep leerlingen in
Nederland is met ernstige reken- wiskundeproblemen en dyscalculie. Uit de Quickscans
dyslexie en dyscalculie die ik over de schooljaren 2009–2010 (PON-onderzoek 2010)
en 2010–2011(KPC-onderzoek, herhaalde meting) heb laten uitvoeren naar aanleiding
van het voornemen de exameneisen aan te scherpen blijkt dat er in beide examenjaren
slechts een zeer gering aantal leerlingen met een dyscalculieverklaring eindexamen
heeft gedaan. De groep leerlingen met dyscalculie die uitsluitend formules niet kan
onthouden maar wel kan toepassen is daarvan weer een deel.
Vraag 3
Wat is de reden dat het ministerie al meteen heeft laten weten dat er geen uitzonderingen
zullen komen voor dergelijke leerlingen? Deelt u de mening dat het wenselijk is dat
er maatwerk voor dit soort leerlingen geleverd moet worden?
Antwoord 3
Ik heb al meteen laten weten dat er geen uitzonderingen zullen komen omdat het centraal
examen op het punt stond te beginnen. Daarnaast zijn er voor mij gerede inhoudelijke,
juridische en organisatorische redenen om het advies van de CGB niet over te nemen.
In mijn antwoord op vraag 2 van de leden Ortega-Martijn (ChristenUnie) en Biskop (CDA)
over deze casus ga ik op de redenen hiervan in.
Ik deel de mening dat maatwerk soms nodig is. Mijn beleid is er op gericht ervoor
te zorgen dat scholen leerlingen met ernstige rekenproblemen en/of dyscalculie optimaal
kunnen ondersteunen in het onderwijs (aanpassing lesmateriaal, protocollen om scholen
handvatten te bieden om deze leerlingen gericht te ondersteunen).
Ik acht het van groot belang dat er voor leerlingen met dyscalculie geen onnodige
drempels worden opgeworpen. Echter, zoals ik heb aangegeven in het VSO van 7 september
2011, in mijn brief van 12 december 2011 en in mijn beantwoording van 23 april 2012
op de vragen gesteld in het verslag van het schriftelijk overleg over de brief van
12 december 2011, staat de waarde van het diploma voor mij buiten discussie. Hieraan
wil ik niet tornen en evenmin aan de ( huidige zowel als nieuwe) exameneisen die hieraan
gesteld worden, ook niet voor leerlingen met dyscalculie. In verband met de invoering
van de verplichte rekentoets heb ik verschillende trajecten in gang gezet. Er wordt
een protocol Ernstige RekenWiskunde problemen en Dyscalculie (ERWD) voor het voortgezet
onderwijs ontwikkeld. Dit protocol komt medio 2012 beschikbaar. Daarnaast wordt in
opdracht van het College voor Examens op dit moment onderzoek gedaan door de Hogeschool
Utrecht. In dit onderzoek wordt nagegaan hoe leerlingen met een reken/wiskunde stoornis
recht kan worden gedaan bij de nog in te voeren rekentoets.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling die stelt dat hier
sprake is van een botsing van de Wet gelijke behandeling en de examenregels van het
ministerie? Bent u in dat licht van plan alsnog met een mogelijke praktische oplossing
te komen?
Antwoord 4
Zoals ik mijn antwoord op vraag 3 van de leden Ortega-Martijn en Biskop heb aangegeven
is er mijns inziens geen sprake van een botsing van de Wet gelijke behandeling en
de examenregels.
Zoals ik in mijn antwoord op bovenstaande vraag heb aangegeven zijn er verschillende
trajecten in gang gezet.
Toelichting:
deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van de leden Ortega-Martijn
(ChristenUnie) en Biskop (CDA), ingezonden 16 mei 2012 (vraagnummer 2012Z10039)
X Noot
1 «Beschuldiging discriminatie school onterecht», nu.nl 11 mei 2012.