Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de dreigende executie van vier homoseksuelen in Iran (ingezonden 16 mei 2012).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 14 juni 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht dat Saadat Arefi, Vahid Akbari, Javid Akbari en Houshmand Akbari in Iran dreigen te worden opgehangen in verband met homoseksueel verkeer?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat er documenten zijn waaruit blijkt dat homoseksueel verkeer de reden is voor de opgelegde doodstraf?

Antwoord 2

Berichtgeving van het, doorgaans betrouwbare, Human Rights Activists News Agency (HRANA) geeft aan dat betrokkenen zijn veroordeeld voor (homoseksuele) verkrachting, naar aanleiding van een aanklacht van de ouders van het vermeende slachtoffer en op basis van een verklaring van hem en twee aanwezige vrienden en een medisch rapport. Volgens de verdachten zou er evenwel wederzijdse instemming zijn geweest.

Vraag 3

Indien ja, is dit vonnis onherroepelijk of is er nog beroep mogelijk?

Antwoord 3

Volgens juridische experts zou er in dit geval beroep mogelijk zijn bij het «Supreme Court», de Iraanse Hoge Raad.

Vraag 4

Is het waar dat de strafwet in Iran geen onderscheid maakt tussen verkrachting en homoseksueel verkeer? Indien ja, is er enig zicht op de mate waarin er onterecht wordt vervolgd op grond van verkrachting terwijl daar geen sprake van is?

Antwoord 4

De Iraanse strafwet maakt geen onderscheid tussen verkrachting en homoseksueel verkeer. Het slachtoffer van verkrachting kan (juridisch) als slachtoffer worden erkend en hem hangt volgens de Iraanse wet dan niet de doodstraf boven het hoofd. Of er in deze kwestie onterecht wordt vervolgd is niet te beoordelen.

Vraag 5

Indien de berichten juist zijn, bent u dan bereid op korte termijn de Iraanse ambassadeur te ontbieden om bezwaar te maken tegen de opgelegde doodstraf? Indien neen, waarom niet?

Antwoord 5

Nederland en de EU zijn tegen oplegging van de doodstraf. De EU-positie ten aanzien van de doodstraf is bekend bij de Iraanse autoriteiten en wordt regelmatig op verschillende niveau’s herhaald; onder meer door verklaringen van de EU Hoge Vertegenwoordiger Ashton, bij demarches in Teheran en in gesprekken met de Iraanse ambassadeurs in Den Haag en in andere hoofdsteden.

Ik zal mij inspannen om bij de volgende EU verklaring ook voor deze zaak aandacht te vragen.

Naar boven