Vragen van de leden Dikkers, Recourt en Jacobi (allen PvdA) aan de staatssecretaris
van Infrastructuur en Milieu over de desastreuze gevolgen voor Den Oever van een ondoordachte
dijkverhoging door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (ingezonden 21 mei
2012).
Antwoord van staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 8 juni
2012).
Vraag 1
Kent u het artikel «Coalitie wil andere optie waterkering»?1
Antwoord 1
Ja, dit artikel is mij bekend.
Vraag 2
Deelt u de zorgen van de coalitiepartijen in de gemeente Hollands Kroon over de gevolgen
van het ophogen van de waterkering met 1,5 meter voor de economie, het toerisme en
de leefbaarheid van Den Oever? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
De dijkversterking bij Den Oever is een project binnen het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
(HWBP-2). Het is een subsidieprogramma. De beheerder, in dit geval Hoogheemraadschap
Hollands Noorderkwartier (HHNK) , is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van
dit project. Indien het project voldoet aan de subsidievoorwaarden van sober, robuust
en doelmatig ontvangt de beheerder subsidie voor de versterking. Dijkversterkingen
kunnen gevolgen hebben voor de omgeving. De inpassing van de dijkversterking Den Oever
wordt daarom door HHNK sinds 2009 in nauw overleg met de gemeente, bewoners, bedrijven
en belangenorganisaties vormgegeven. Uitgangspunt voor de dijkversterking is de veiligheid
van Den Oever. Daarbij wordt door HHNK uitgegaan van behoud van alle huidige functies
(wonen, werken, recreëren). Waar functies niet behouden kunnen blijven in de huidige
vorm wordt, samen met betrokkenen en belanghebbenden onderzocht hoe deze functies
kunnen worden hersteld.
Op dit moment is er sprake van een concept voorkeursalternatief (VKA) dat HHNK met
de omgeving heeft gecommuniceerd. Dit is bedoeld om met betrokkenen en belanghebbenden
te bespreken, voordat het kan worden vastgesteld door het dagelijks bestuur van HHNK.
Het Hoogheemraadschap onderzoekt in deze fase van het project in hoeverre maatwerk
nodig is. Waar mogelijk worden de wensen voor versterking van de economie, het toerisme
of de leefbaarheid meegenomen. De gemeente en provincie worden hierbij via de projectgroep
betrokken.
Ik verwacht dat HHNK op basis van dit proces een zorgvuldige afweging zal maken.
Vraag 3 en 4
Is er overleg tussen het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en u over een
integrale uitvoering van het hoogwaterbeschermingsplan, ook in het licht van het Project
Toekomst Afsluitdijk?
Ziet u de voordelen van een integrale aanpak van het gehele gebied rondom de Afsluitdijk
en ziet u mogelijkheden om het Hoogheemraadschap te doen afzien van de desastreuze
voorkeursvariant ten faveure van een variant die bedrijvigheid, recreatie, toerisme
en de vitaliteit van het gebied stimuleert? Zo ja, bent u bereid hierover met de betrokken
partijen in overleg te treden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3 en 4
Enkele havendammen bij Den Oever hebben een functie voor de bescherming van zowel
Den Oever als de kunstwerken in de Afsluitdijk. Over het gebruik en het ontwerp van
deze dammen vindt daarom afstemming plaats tussen het Hoogheemraadschap en RWS en
andere betrokkenen. Rijkswaterstaat (RWS) is vertegenwoordigd in het Project Toekomst
Afsluitdijk, Extra Spuicapaciteit Afsluitdijk (ESA) en Versterking Havendijk Den Oever.
Via deze overleggen is afstemming gewaarborgd tussen de verschillende projecten.
Een integrale aanpak, waarbij de dijk nauwelijks verhoogd hoeft te worden, is in het
proces onderzocht en niet haalbaar gebleken. Voor deze integrale variant is een MKBA
gemaakt en deze is bestuurlijk besproken door gemeente, provincie, RWS en het hoogheemraadschap.
Vanwege de zeer hoge kosten (200 mln. euro ten opzichte van 30 mln euro voor het concept
VKA) is deze variant afgevallen. Ik ondersteun deze keuze van HHNK.
HHNK spreekt nu met alle partijen om te kijken of het concept VKA nog kan worden aangepast.
In principe kan het VKA worden aangepast als de doelstellingen van het HWBP-2 (sober,
doelmatig en robuust) overeind blijven en partijen voor hun wensen zelf aanvullende
financiering vinden.
Vraag 5
Kent u het rapport «De Kop op de kaart!» van de Commissie voor de Kop van Noord-Holland
over de sociaal-economische en ecologische impuls voor de Kop van Noord-Holland? Zo
ja, deelt u de mening dat de quick wins die deze commissie ziet voor het gebied, teniet
gedaan zullen worden als nu door het Hoogheemraadschap te overhaast gekozen wordt
voor de goedkoopste variant van de ophoging van de waterkering en dat ook de aanbevelingen
van «De Kop op de kaart!» meegenomen dienen te worden in het de afwegingen rondom
het hoogwaterbeschermingsplan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja, het rapport «De Kop op de Kaart!» is mij bekend. Het proces dat nu doorlopen wordt
met alle partijen is bedoeld om adviezen, zoals van de Commissie voor de kop van Noord-Holland
mee te nemen en te wegen bij de uiteindelijke besluitvorming. De belangen van de kop
van Noord-Holland worden geborgd door de aanwezigheid van de provincie in de projectgroep.
X Noot
1 Noordhollands Dagblad (editie Schager Courant) van dinsdag 15 mei 2012.