Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-20122661

Vragen van de leden Ormel (CDA), Voordewind (Christenunie) en Ten Broeke (VVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken over een Palestijnse christen (ingezonden 13 maart 2012).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 31 mei 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht dat de Palestijnse christen Daoud Nassar een bezoek aan Nederland heeft afgezegd?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het bericht dat de Israëlische autoriteiten de familie Nassar hebben aangegeven dat zij illegaal op deze boerderij verblijft? Hoe beoordeelt u deze beschuldiging in het licht van het feit dat de boerderij van de familie Nassar al zeer lange tijd op dezelfde plek op de Westelijke Jordaanoever gevestigd is?

Antwoord 2

Nee. Volgens de familie Nassar zijn twee stukken land geregistreerd op naam van de familie sinds 1916; een landbouwperceel in de vallei en – een paar honderd meter hiervan verwijderd – een stuk land op een heuvel waarop tevens de boerderij is gebouwd. De Israëlische autoriteiten verklaarden het landbouwperceel in 1991 als «state land» en niet het stuk land waarop de boerderij is gebouwd.

Vraag 3

Klopt de bewering dat de familie Nassar al twintig jaar verwikkeld is in rechtszaken met de Israëlische autoriteiten? Zo ja, wat waren de uitkomsten van deze rechtszaken en op basis van welke feiten wordt het verblijf van de familie nu als illegaal bestempeld?

Antwoord 3

In 1991 ging de familie Nassar in beroep tegen de beslissing van de Israëlische autoriteiten om het landbouwperceel tot «state land» te verklaren aldus informatie van de advocaat van de familie. Tot februari jl. bewerkte de familie het land zonder enige inmenging van de Israëlische autoriteiten. Recentelijk heeft het leger agrarische installaties afgebroken op het perceel van de familie. Hiertegen diende de familie een petitie in, aldus de advocaat. Zodra de staat hierover een uitspraak heeft gedaan, zal een datum worden vastgesteld waarop de zaak wordt voorgelegd aan het Hooggerechtshof.

Vraag 4

Bent u bereid zich in te zetten voor een oplossing in deze zaak? Zo ja, op welke manier zult u dit doen?

Antwoord 4

Op basis van de beschikbare informatie zie ik op dit moment geen aanleiding voor Nederland om zich te mengen in deze kwestie.