Vragen van het lid Van der Werf (CDA) aan de ministers van Economische Zaken, Landbouw en van Infrastructuur en Milieu over het bericht «TenneT moet grondverbruik vergoeden» (ingezonden 29 maart 2012).

Antwoord van minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), mede namens de minister van Infrastructuur en Milieu (ontvangen 22 mei 2012).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «TenneT moet grondverbruik vergoeden»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is er waar van het bericht dat netbeheerder TenneT weigert te onderhandelen over een jaarlijkse vergoeding voor het vestigen van het zakelijk recht (een eeuwigdurend recht van opstal dat nodig is voor de aanleg, de instandhouding en het onderhoud van een boven- of ondergrondse leiding)? Bent u op de hoogte van deze situatie?

Antwoord 2

Het is mij bekend dat LTO-Nederland (LTO), de Federatie Particulier Grondbezit (FPG) en TenneT al geruime tijd in onderhandeling zijn over het aanpassen van de vergoedingsregeling en de tekst van de zakelijk rechtovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden. LTO en FPG hebben dit onlangs ook per brief onder mijn aandacht gebracht. De gesprekken tussen de organisaties over deze kwestie verlopen weliswaar moeizaam, maar worden nog altijd gevoerd. Die onderhandelingen beschouw ik als een zaak tussen LTO, FPG en TenneT. Het gaat hier immers om een overeenkomst van privaatrechtelijke aard.

Vraag 3

Begrijpt u de onrust en onvrede onder landeigenaren en boeren?

Antwoord 3

Ik begrijp de behoefte van landeigenaren en gebruikers van gronden aan duidelijkheid. Het is echter aan de partijen om overeenstemming te bereiken en vervolgens aan individuele betrokkenen om met TenneT al dan niet een zakelijk overeenkomst aan te gaan.

Vraag 4 en 5

Bent u van mening dat deze situatie er toe kan leiden dat de aanleg van leidingen stagneert met alle gevolgen van dien en acht u een dergelijke ontwikkeling wenselijk?

Deelt u de mening dat gedogen niet wenselijk is en er gezocht moet worden naar een zo breed mogelijk draagvlak?

Antwoord 4 en 5

Ik ben van mening dat het bereiken van overeenstemming op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers over de vergoedingen bij nieuwe hoogspanningsverbindingen de voorkeur heeft. Echter, indien deze overeenstemming niet op minnelijke wijze kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) en kan de Minister van IenM een gedoogplicht opleggen. De toegang tot de BP voor de realisatie van elektriciteitsnetten is expliciet vastgelegd in de Elektriciteitswet 1998 en voor die elektriciteitsprojecten die onder de Rijkscoördinatieregeling is dit ook vastgelegd in de Wet op de ruimtelijke ordening. Die wettelijke bepalingen zijn er juist op gericht te voorkomen dat projecten van nationaal belang stagneren.

Overigens wordt in de planning van projecten voor de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen in beginsel altijd rekening gehouden met het eventueel voeren van een gedoogplichtprocedure. Dit is omdat niet altijd met alle betrokkenen overeenstemming kan worden bereikt.

Vraag 6

Bent u bereid om Tennet terug te sturen naar de onderhandelingstafel om tot een redelijke jaarlijkse vergoeding voor het recht van opstal te komen voor landeigenaren en boeren?

Antwoord 6

Zoals bij vraag 2 aangegeven zijn de onderhandelingen tussen partijen nog gaande.


X Noot
1

Federatie Particulier Grondbezit, 16 februari 2012.

Naar boven