Vraag 2
Bent u bekend met het fenomeen dat eigenaren in toenemende mate hun tweede, te koop
staande woning verhuren zonder dat hiervoor de benodigde leegstandsvergunning is verleend?
Zo ja, hoe vaak komt dit voor en wat is hiervan de oorzaak? Zo nee, bent u bereid
te onderzoeken hoe groot het probleem van illegale verhuur van de tweede woning is
en wat de oorzaak hiervan is en zo nee, waarom niet? Wat zijn de gevolgen van illegale
verhuur voor de eigenaren van de woning?
Antwoord 2
Het staat een eigenaar wettelijk gezien vrij zijn tweede woning te verhuren zonder
te gebruik te maken van de mogelijkheid die de Leegstandwet biedt voor tijdelijke
verhuur met beperkte huurbescherming. Hiervoor is geen gemeentelijke vergunning vereist
en dergelijke reguliere verhuur is geenszins illegaal. De huurder geniet in dat geval
wel volledige huurbescherming.
Aangezien er geen registratie van deze reguliere verhuur van (voormalige) koopwoningen
plaatsvindt, is mij niet bekend hoe vaak dit voorkomt en waarom eigenaren hiervoor
kiezen.
Het kan wel zijn dat de eigenaar bij dergelijke verhuur in strijd handelt met het
huurbeding uit de hypotheekakte. Zo’n beding dient ter bescherming van de hypotheekbank,
om te voorkomen dat de opbrengst bij executoriale verkoop te laag is om de hypotheekschuld
te kunnen voldoen. Woningen in verhuurde staat brengen doorgaans minder op dan woningen
in onverhuurde staat. Daarom geven hypotheekbanken doorgaans slechts toestemming voor
tijdelijke verhuur van te koop staande woningen indien de eigenaar een vergunning
heeft voor tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet.
Uit navraag bij de Nederlandse Vereniging van Banken komen geen signalen naar voren
dat eigenaren in toenemende mate hun woning verhuren zonder vergunning van de gemeente.
Vraag 3
Waarom is het op basis van de Leegstandswet verlenen van een leegstandsvergunning
door een gemeente van belang aangezien dit tijdrovend en in sommige gevallen zeer
kostbaar kan zijn waarbij de legeskosten tot € 400 kunnen bedragen? Klopt het dat
de gemeente zich moet inspannen om de voor de leegstandsvergunning noodzakelijke gegevens
te achterhalen, terwijl die al bekend zijn bij de bank? Zo ja, kunt u dit toelichten?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
In mijn brief d.d. 17 januari 2012 (II, 2011–2012, 27 926, nr. 178) en de debatten met de Tweede Kamer over deze brief heb ik reeds uitvoerig uiteengezet
waarom ik belang hecht aan de gemeentelijke vergunning voor tijdelijke verhuur op
grond van de Leegstandwet. Ook in mijn antwoord d.d. 18 april jl. op de vragen van
mw. De Boer inzake Nationale Programma Herbestemming (2012Z06109, zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr.
2276) ben ik ingegaan op de wenselijkheid van de vergunningplicht.
Bij deze gelegenheden heb ik toegelicht dat het schrappen van de vergunningsplicht
niet in het belang is van eigenaren met een te koop staande woning, noch in het belang
van de betrokken huurders. Alleen met een vergunning op grond van de Leegstandwet
weet de eigenaar van te voren dat de huurder maar een heel beperkte huurbescherming
heeft en dat de huurovereenkomst daadwerkelijk eindigt na het verstrijken van de termijn
van de vergunning. Ook de huurder weet dankzij de vergunning waar hij aan toe is en
hoelang zijn huurovereenkomst loopt. Daarnaast helpt de vergunningverlening bij tegengaan
van de illegale praktijken van huisjesmelkers.
Ik deel niet de opvatting dat het aanvragen van een vergunning tijdrovend is; het
is zelfs zo dat de vergunning van rechtswege wordt verleend indien de gemeente niet
binnen acht weken op de aanvraag heeft beslist.
Evenmin deel ik de mening dat de gemeente zich moet inspannen om de voor de leegstandsvergunning
noodzakelijke gegevens te achterhalen, terwijl die al bekend zijn bij de bank. De
aanvrager van de vergunning levert de voor de vergunning benodigde gegevens deels
zelf aan, terwijl informatie over het leegstaan van de woning in de gemeentelijke
basisadministratie beschikbaar is.
Wel zal ik, zoals toegezegd in de hiervoor genoemde brief, de Leegstandwet zodanig
wijzigen dat de eis vervalt dat de gemeente een maximale huurprijs in de vergunning
moet vermelden, indien de woning niet tegen een geliberaliseerde huurprijs kan worden
verhuurd. Dit vergemakkelijkt de procedure voor de vergunning die daardoor ook sneller
kan worden verleend.
Gemeenten hebben de bevoegdheid om voor het afgeven van een vergunning voor tijdelijke
verhuur leges te vragen. Over het algemeen zal de leges voor een leegstandvergunning
aanmerkelijk lager liggen dan de in de vragen genoemde € 400. Ik ben dan ook niet
van mening het verkrijgen van een vergunning zeer kostbaar is.