Vragen van de leden Elissen en Fritsma (beiden PVV) aan de ministers van Veiligheid
en Justitie, van Buitenlandse Zaken en voor Immigratie, Integratie en Asiel over het
bericht dat Roemenen en Bulgaren vaker betrokken zijn bij mensenhandel (ingezonden
6 april 2012).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister
van Buitenlandse Zaken en de minister van Immigratie, Integratie en Asiel (ontvangen
3 mei 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2371.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Roemenen en Bulgaren steeds vaker in mensenhandel»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat deze stijging zeer alarmerend is? Welke maatregelen treft u
om deze criminelen aan te pakken? Gaat u de Roemeense en Bulgaarse autoriteiten nadrukkelijk
op hun verantwoordelijkheid aanspreken, nu blijkt dat criminaliteit één van de voornaamste
exportproducten uit deze landen is?
Antwoord 2
De stijging van het door de Koninklijke Marechaussee (KMar) opgespoorde aantal gevallen
van mensenhandel toont aan dat de aandacht die aan de bestrijding van mensenhandel
wordt besteed, resultaat oplevert.
De KMar heeft van 1 december 2010 tot 1 mei 2011, samen met het OM en het Expertisecentrum
mensenhandel en mensensmokkel, een pilot uitgevoerd gericht op de vorm van grensoverschrijdende
mensenhandel zoals omschreven in artikel 273f lid 1 onder 3 van het Wetboek van Strafrecht.
Hierin staat dat het over de grens brengen van een ander met het oogmerk die persoon
in de prostitutie te laten werken, strafbaar is. Vanwege het succes van de pilot wordt
de werkwijze thans landelijk geïmplementeerd.
In dit kader verwijs ik verder naar mijn brieven aan uw Kamer van 27 oktober 2011
(Kamerstukken II, 2011–2012, 32 211, nr. 63 en 2 februari 2012 (Kamerstukken II, 2011–2012, 28 638, nr. 73. Daarin ben ik ondermeer ingegaan op de prioriteit die aan het bestrijden van mensenhandel
wordt gegeven, de preventieve maatregelen die in Roemenië en Bulgarije worden genomen
en de manieren waarop Nederland met beide landen samenwerkt om mensenhandel te voorkomen
en bestrijden. In de brief van 2 februari 2012 heb ik bovendien aangegeven dat naar
aanleiding van de motie Schouten (Kamerstukken II, 2011–2012, 28 638, nr. 65),
die uw Kamer op 6 december 2011 heeft aangenomen, momenteel wordt bezien of, en zo
ja waar, extra activiteiten nodig zijn.
Vraag 3
Deelt u de mening dat deze cijfers meer dan voldoende aanleiding vormen voor het invoeren
van 100%-controles voor mensen uit Roemenië en Bulgarije? Zo nee, waarom niet? Gaat
u dan op zijn minst de steekproeven intensiveren?
Antwoord 3
Elke Bulgaar of Roemeen die vanuit zijn land of een derde land naar Nederland en daarmee
de Schengenzone inreist, wordt onderworpen aan grenscontrole. Dit is, net als voor
andere EU-burgers die de Schengenzone inreizen, een minimale controle tot vaststelling
van de identiteit op basis van de overgelegde of getoonde reisdocumenten. De grenswachters
kunnen, op niet-systematische basis, (inter)nationale databanken raadplegen om zich
ervan te vergewissen dat de betrokkene geen reëel, actueel en voldoende ernstig gevaar
vormt voor onder andere de binnenlandse veiligheid of de openbare orde. In de uitvoeringspraktijk
van de grenscontroles is voortdurend aandacht voor het signaleren van mogelijke aspecten
van mensenhandel.
EU-burgers, waaronder Roemenen en Bulgaren, die zich al in de Schengenzone bevinden,
kunnen zich vrij bewegen, net als derdelanders met een verblijfsvergunning of Schengenvisum.
De persoonscontroles aan de binnengrenzen tussen de Schengenlidstaten zijn immers
afgeschaft. In geval van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse
veiligheid kan een lidstaat, en dus ook Nederland, bij wijze van uitzondering (op
grond van artikel 23 van Schengengrenscode) grenstoezicht aan de binnengrenzen tijdelijk
herinvoeren. De in mijn antwoord op vraag 2 genoemde resultaten van de KMar-inzet
geven hiertoe geen aanleiding. Overigens kunnen Roemenen en Bulgaren, net als vreemdelingen
met een andere nationaliteit, in de binnengrenszone met België en Duitsland in het
kader van het mobiel toezicht veiligheid (MTV) steekproefsgewijs worden gecontroleerd.
Vraag 4
Kunt u toezeggen dat Bulgarije en Roemenië niet worden toegelaten tot de Schengenruimte
zolang uit de voortgangsrapportages blijkt dat deze landen nog niet voldoen aan de
strikte criteria betreffende de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit?
Antwoord 4
Het standpunt van het kabinet inzake de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenie
is bekend. Nederland heeft steeds aangegeven pas in te kunnen stemmen met Schengentoetreding
wanneer geconstateerd kan worden dat er in Bulgarije en Roemenië sprake is van onomkeerbare
en duurzame voortgang op het gebied van hervorming van de rechtsstaat, de bestrijding
van corruptie en, in Bulgarije, de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het
interim Coöperatie- en Verificatiemechanisme (CVM) rapport dat in februari 2012 is
verschenen, was matig positief. In juli zal het eerstvolgende CVM-rapport door de Europese
Commissie worden gepubliceerd. Dit rapport zal een evaluatie geven van de ontwikkelingen
sinds de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU in 2007 op het gebied van
het functioneren van de rechtsstaat. Aan de hand daarvan zal worden bezien of beide
landen inderdaad duurzame en onomkeerbare vooruitgang hebben geboekt.