Vragen van de leden Verhoeven en Schouw (beiden D66) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over het opslaan van adresbestanden door Twitter (ingezonden 24 februari 2012).

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ontvangen 13 april 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 1855.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Twitter geeft toe: ze slaan je adresboek op»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u ervan op de hoogte dat vergelijkbaar met Facebook, ook Twitter via een applicatie hele adresboeken met namen, telefoonnummers en e-mailadressen van gebruikers uploadt naar de eigen server en deze informatie daar tot zelfs 18 maanden lang opslaat?

Antwoord 2

Ik heb de berichten hierover gelezen, maar kan de juistheid hiervan niet op grond van eigen informatie bevestigen.

Vraag 3, 4 en 6

Deelt u de mening dat dit een privacyschending is van zowel de gebruiker als van diens contacten?

Overtreedt Twitter naar uw mening de Wet bescherming persoonsgegevens omdat aan gebruikers niet «ondubbelzinnige toestemming» wordt gevraagd voor de opslag van hele adresbestanden op hun server? Indien nee, acht u deze handelswijze wenselijk?

Welke stappen onderneemt u ten aanzien van telecom- en social networkaanbieders om ervoor te zorgen dat wetgeving inzake gegevensbescherming in Nederland volledig wordt nageleefd?

Antwoord 3, 4 en 6

Het oordeel of er in casu sprake is van een schending van de Wet bescherming persoonsgegevens, en het eventueel inzetten van handhavende maatregelen, is niet aan mij, maar aan het College bescherming persoonsgegevens (CBP). Het CBP is een onafhankelijke toezichthouder en doet geen mededelingen over lopende of voorgenomen onderzoeken.

Vraag 5

Hoe verhoudt de opslag van adresbestanden zich naar uw mening tot artikel 5, derde lid van de e-privacy richtlijn (2002/58/EG) waarin is bepaald dat het opslaan van cookies alleen is toegestaan op voorwaarde dat informatie wordt verschaft aan de gebruiker over het doel van verwerking en daarbij de mogelijkheid wordt geboden om een dergelijke verwerking te weigeren?

Antwoord 5

Artikel 5, derde lid van de e-privacy richtlijn is geïmplementeerd in artikel 4.1 van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen. Op de naleving van dit artikel ziet de OPTA toe. Of voldaan is aan de voorwaarden van deze bepaling en het eventueel inzetten van handhavende maatregelen is ter beoordeling van de OPTA. Ook de OPTA is een onafhankelijke toezichthouder die geen mededelingen doet over lopende of voorgenomen onderzoeken. In het algemeen geldt bij een mogelijke samenloop van bevoegdheden tussen OPTA en CBP dat zij hierover zullen overleggen, conform hun samenwerkingsconvenant.


X Noot
1

NRC.nl 15 februari 2012.

Naar boven