Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over het verzwijgen van feiten rondom het wapenvergunning voor Tristan van der V. (ingezonden 10 april 2012).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 11 april 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht «Politie verzweeg feiten wapenvergunning Tristan»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Bevat het bericht van de NOS feitelijke onjuistheden? Zo ja, welke dan?

Hebben politie en justitie de volledige waarheid verteld rondom de gang van zaken bij de verlening van de wapenvergunning aan Tristan van der V.? Zo ja, hoe verhoudt zich het genoemde bericht, waarin wordt gesteld dat de politiemedewerker geweten moet hebben dat Tristan van der V. psychische problemen had, tot uw rapportage over de verlening van dit wapenvergunning? Zo nee, kunt u dan precies aangeven welke feiten tot nu toe onbekend dan wel achtergehouden zijn? Zo nee, hoe kan het dat de NOS wel de juiste informatie heeft en u niet?

Antwoord 2 en 3

De Rijksrecherche heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar het verlenen van de wapenvergunning aan Tristan van der V. Daarbij is ook onderzoek gedaan naar de weigering van een aanvraag van een wapenvergunning in 2005. De daarbij betrokken ambtenaar is door de Rijksrecherche gehoord. Dat reeds in 2005 bij de betrokken ambtenaar kennis was van de psychische problemen van Tristan van der V. is in dat onderzoek niet aan het licht gekomen. In de berichtgeving van de NOS is sprake van anonieme bronnen. De politie en het Openbaar Ministerie roepen de bronnen waarop de NOS zich baseert op zich te melden bij de Rijksrecherche.

Vraag 4

Is er in een regionaal overleg gesproken over de wapenvergunning en de psychische achtergrond van Tristan van de V.? Zo ja, waarom is de vergunning dan toch verleend? Zo nee, waarom is dit niet eerder bekend geworden?

Antwoord 4

Tijdens een regiovergadering Bijzondere Wetten District Rijn- Veenstreek op 3 oktober 2005 is de afwijzing van de aanvraag van de wapenvergunning van Tristan van der V. aan de orde geweest. Blijkens het verslag van deze vergadering is de psychische achtergrond van Tristan van der V. niet besproken.

Met betrekking tot de aanvraag in 2008 verwijs ik naar de bevindingen van de rijksrecherche zoals vermeld in het samenvatting van de resultaten van Rijksrechercheonderzoek.

Vraag 5

Bestond of bestaat er een fysieke dossiermappen over de wapenvergunninghouder Tristan van der V.? Zo ja, bevat(te) die meer informatie dan tot nu toe bekend is geworden, onder andere over zijn psychische gesteldheid? Zo ja, welke informatie betreft dit en waarom is dit niet eerder bekend geworden?

Antwoord 5

Zowel bij de aanvraag in 2005 als in 2008 is een fysiek dossier aangelegd. Ten aanzien van het fysieke dossier van 2005 citeer ik uit het rapport «wapenbezit door sportschutters» van de Onderzoeksraad voor Veiligheid:

«De correspondentie over de aanvraag en de weigering werd opgenomen in het papieren dossier, maar niet in het geautomatiseerde Vergunningen- en OntheffingenSysteem (VOS) dat het bureau Bijzondere Wetten destijds gebruikte. Het systeem liet namelijk niet toe om deze weigeringen te registreren. (...)

Bij de overgang van VOS naar Verona werd het papierendossier, waarin de afwijzing was vermeld, namelijk niet volledig overgezet in het nieuwe systeem. Het papieren dossier is niet bewaard gebleven, waardoor de documentatie over de eerste verlofaanvraag en de weigering uit 2005 niet in de geraadpleegde informatiesystemen aanwezig was.»

Het fysieke dossier uit 2008 is aanwezig en bevat de vergunningaanvraag en aan te leveren bijlagen en de afgegeven beschikking. Er zitten geen documenten in over de psychische gesteldheid van Tristan van de V.

Vraag 6

Heeft of had de Politie Hollands-Midden van de gedwongen opname van Tristan van der V.  in 2006 moeten weten via de wapenvergunning van zijn vader? Zo ja, was dit ook het geval of had het geval moeten zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

De Rijksrecherche heeft deze vraag meegenomen in het onderzoek. Ik citeer uit de samenvatting van het rapport: «Hoewel het in de praktijk niet vaak zou voorkomen, had de bewuste registratie wel betrokken kunnen worden bij de beoordeling van de verlenging van het verlof in 2007. Of dit mogelijk tot een andere uitkomst had geleid, is maar de vraag.

Vader had een eigen kluis voor zijn wapens. Een mogelijkheid was ook geweest dat een voorschrift was opgenomen dat vader zijn wapens in een kluis bij de schietvereniging zou bewaren.»

Vraag 7

Wilt u deze vragen uiterlijk dinsdag 10 april 2012 te 12.00 uur beantwoorden?

Antwoord 7

De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.


X Noot
1

www.nos.nl, 6 april 2012.

Naar boven