Vragen van de leden Kuiken en Marcouch (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over het sluiten van de helft van de politiebureaus in Amsterdam (ingezonden 9 maart 2012).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 29 maart 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht «Helft Amsterdamse politiebureaus verdwijnt»?1 Herinnert u zich de vragen op 21 juni 2011 over de nadelige gevolgen van de reorganisatie van de politie voor de veiligheid?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3 en 4

Is het waar dat van de 32 Amsterdamse wijkbureaus er 15 worden gesloten? Zo nee, wat is er dan niet waar aan dat bericht?

Deelt u de mening dat het sluiten van politiebureaus in strijd is met uw stelling dat de nationale politie niet ten koste zou gaan van de nabijheid van de politie en het gebiedsgericht werken van de politie? Zo ja, wat gaat u er aan doen om die stelling alsnog uit te laten komen? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening van de voorzitter van de Amsterdamse Politievakorganisatie dat de veiligheid van burgers en agenten door de sluiting van de bureaus achteruit gaat? Zo ja, wat is dan uw mening over die sluiting? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 3 en 4

Uitspraken over het mogelijk sluiten van wijkbureaus zijn prematuur in relatie tot de nationale politie. De politie kan pas een strategische visie op de huisvesting van de nationale politie ontwikkelen nadat het inrichtingsplan en het realisatieplan door mij zijn vastgesteld. Momenteel wordt er door de kwartiermaker nationale politie, in afstemming met het gezag, aan deze plannen gewerkt. Ik zal deze plannen niet eerder vaststellen dan nadat de de Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel politie.

In algemene zin merk ik op dat het mogelijk is dat de basisteams binnen de Nationale Politie op meerdere plekken gehuisvest worden. Een afname van wijkteams/basisteams ten opzichte van het huidige aantal in de korpsen betekent niet dat de vestigingslocaties met hetzelfde aantal zullen afnemen.

Voor mij is één van de uitgangspunten bij de vorming van de nationale politie dat de politie goed geworteld moet zijn in de plaatselijke gemeenschap en in staat moet zijn de lokale prioriteiten uit te voeren (conform de motie Van Raak – Hennis-Plasschaert, TK 30 880, nr. 37). Ik hecht er aan daarbij te benadrukken dat het niveau van dienstverlening van de politie aan de burger (waaronder de mate van bereikbaarheid) onderwerp van gesprek vormt met het gezag, en niet alleen wordt bepaald door het aantal bureaus, maar ook samenhangt met bijvoorbeeld de beschikbaarbeid van medewerkers op straat. Tevens wordt gewerkt aan tal van nieuwe (digitale) initiatieven die de politie dichter bij de burger brengen (zie ook het antwoord op vraag 8)2

Vraag 5 en 6

Deelt u de mening dat de aangiftebereidheid van burgers omhoog moet waardoor meer misdaden bekend worden en opgelost kunnen worden? Zo ja, waarom worden dan de punten waar aangifte kan worden gedaan toch gesloten? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat het doen van elektronische aangifte weliswaar een bijdrage kan leveren aan de verhoging van de aangiftebereidheid, maar dat het de mogelijkheid tot het doen van aangifte op een politiebureau nooit helemaal kan vervangen? Zo ja, wat gaat u doen om de sluiting van politiebureaus tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5 en 6

Ja, Het verbeteren van het proces van aangifte is een landelijke prioriteit.

De aangifte is één van de belangrijkste stappen in een opsporingonderzoek. Het is daarom van belang dat bij een aangifte alle relevante informatie wordt verzameld. Hoe beter de informatie bij de aangifte, hoe beter de opsporingsindicatie. Daardoor wordt de pakkans van de verdachte vergroot.

De politie werkt eraan de mogelijkheden van internetaangifte verder uit te breiden. Zo werkt de politie aan een dienstverleningsconcept om te verzekeren dat burgers, bedrijven en organisaties overal snel en eenvoudig aangifte kunnen doen en tijdig informatie ontvangen over wat er met hun aangifte gebeurt.

Voor het doen van aangifte kunnen burgers en bedrijven in de toekomst uit verschillende kanalen kiezen: op het bureau, telefonisch, op locatie, via internet of een 3D-loket. Daarnaast zal er een interactief landelijk aangiftevolgsysteem worden ingevoerd zodat burgers en bedrijven op elk moment via internet op kunnen zoeken wat er met hun aangifte gebeurt. Ook attendeert het systeem de burger wanneer een belangrijke vervolgstap gezet wordt in de afhandeling van de aangifte. Invoering van deze concepten zal in de toekomst leiden tot een verminderde noodzaak om aangifte op het bureau te doen.

Voor wat betreft de vragen over sluiting van bureaus verwijs ik naar het antwoord op vraag 2 tot en met 4.

Vraag 7

Deelt u de mening van de voorzitter van de Amsterdamse Politievakorganisatie dat de bereikbaarheid van de politie voor de burgers minder wordt ten gevolge van de sluiting van politiebureaus? Zo ja, wat zegt dit over de bevordering van de veiligheid in die wijken? Wat betekent het voor het verbeteren van de veiligheidsgevoelens in die wijken? Zo nee, hoe kan de bereikbaarheid van de politie gelijk blijven als bijna de helft van de politiebureaus in een stad verdwijnen?

Antwoord 7

Zie het antwoord op de vragen 2 tot en met 4.

Vraag 8

Deelt u de mening dat u als verantwoordelijk bewindspersoon over de nationale politie een rol dient te vervullen bij het toegankelijk houden van de politie? Zo ja, hoe gaat u die rol waarmaken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Ja. Met de invoering van de nationale politie komt de politie dichter bij de burger te staan. Het wetsvoorstel garandeert één wijkagent per 5000 inwoners, gemiddeld per regionale eenheid. Deze zijn zichtbaar aanwezig op straat en weten dus wat er leeft en speelt in de wijk. Initiatieven om de politie dichter bij de burger te brengen worden uiteraard ook na invoering van de nationale politie voortgezet. Als voorbeeld noem ik Amber Alert en Burgernet. Ook de recent gelanceerde «politie app» draagt bij aan de verbetering van de toegankelijkheid van de politie. Burgers zijn via deze app eenvoudig aangesloten op politienieuws, Amber Alert en Burgernet. Via deze app is het eveneens mogelijk eenvoudig in contact te komen met de politie.

Vraag 9

Wordt bij onderzoeken naar de tevredenheid van burgers over de politie expliciet gevraagd of er verband is tussen die tevredenheid en de aanwezigheid van politiebureaus in de buurt? Zo ja, wat is het antwoord op die vraag? Zo nee, wilt u die vraag dan voortaan in dergelijke onderzoeken laten opnemen?

Antwoord 9

Deze vraag wordt niet gesteld in de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM). Om onderzoeks-technische redenen acht ik het ook minder gewenst naar een dergelijke expliciete relatie te vragen, omdat van een dergelijke vraagstelling een sterk «sturende werking» uitgaat. Om die reden overweeg ik niet om een dergelijke vraag op te nemen. Overigens ben ik van oordeel, dat vooral moet worden geïnvesteerd in de beschikbaarheid  van politie. De IVM geeft ook duidelijk aan, dat vooral dit aspect kritisch wordt beoordeeld door de bevolking. Tegelijk blijkt dat de bevolking in overwegende mate van oordeel is dat de politie snel komt als men de politie nodig heeft .


X Noot
1

Parool, 7 maart 2012.

X Noot
2

Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, nr. 95, 21 juni 2011.

Naar boven