Vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Recourt (PvdA), Dibi (GroenLinks), Schouw (D66) en Gesthuizen (SP) aan de ministers voor Immigratie, Integratie en Asiel en van Veiligheid en Justitie over het bericht «Zorgen over quotum aanhouden illegalen» (ingezonden 21 maart 2012).

Antwoord van minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 28 maart 2012).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Zorgen over quotum aanhouden illegalen» en de uitzending van Nieuwsuur die hierover ging?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u aangeven hoe groot de groep illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen is, hoeveel van deze vreemdelingen zich schuldig hebben gemaakt aan, dan wel verdacht worden van, het plegen van een misdrijf en hoeveel van deze vreemdelingen de openbare orde verstoren of anderszins overlast veroorzaken, conform de definitie die de minister in de Resultaatafspraak Intensivering Vreemdelingentoezicht 2012–2014 daarvoor geeft?

Antwoord 2

Het WODC heeft in 2011 de resultaten van een onderzoek naar het geschatte aantal illegalen in Nederland in 2009 gepresenteerd. In mijn brief van 8 juli 2011 (TK 2010–2011, 19 637, nr. 1435) heb ik die resultaten met de Tweede Kamer gedeeld. Door het WODC is de omvang van de populatie illegale vreemdelingen in Nederland in 2009 op 97 145 geschat. Er is in dit onderzoek niet gekeken naar het aantal illegalen dat zich schuldig heeft gemaakt, dan wel verdacht wordt van, het plegen van een misdrijf of het veroorzaken van overlast.

Vraag 3

In de Resultaatafspraak Intensivering Vreemdelingentoezicht 2012–2014 wordt afgesproken dat het aantal overdrachtsdossiers van de Vreemdelingenpolitie aan de Dienst Terugkeer en Vertrek 2012 stijgt met 10% ten opzichte van de realisatie over 2010, welk percentage is dat ten opzichte van 2011? Kunt u aangeven wat de beoogde toename ten opzichte van 2010 en 2011 en de totaal opgave aan te houden vreemdelingen is in absolute aantallen?

Antwoord 3

In 2008 werden ongeveer 5 610 vreemdelingen door de politie in het kader van toezicht overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), in 2009 en 2010 is dit respectievelijk ongeveer 5250 en 4350. In 2011 is dit verder gedaald naar ongeveer 3530 zaken. De resultaatafspraak voor 2012 is ongeveer 4800 overdrachtsdossiers, wat ongeveer overeenkomt met een 10% stijging ten opzichte van 2010. Ten opzichte van het aantal overdrachtsdossiers uit 2011 zou de afspraak voor 2012 een stijging van 36% betekenen.

Doordat zich een aantal bijzonderheden hebben voorgedaan is er in 2011 een terugval ontstaan. Dit kwam, zoals ik reeds in mijn brief van 20 maart 2012 aan uw Kamer heb aangegeven, door de verlate implementatie van de Terugkeerrichtlijn en jurisprudentie op het gebied van het Mobiel Toezicht Veiligheid. Zowel op het gebied van het MTV als de terugkeerrichtlijn is in 2011 de regelgeving aangepast. Daarom moet dit resultaat nu weer haalbaar zijn.

Vraag 4

Hoe verhoudt het instellen van een quotum met betrekking tot het aantal aan te houden en illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen, zich tot het eerder afschaffen van de bonnenquota?

Antwoord 4

Het doel van de resultaatafspraak, die ik samen met de minister van Veiligheid en Justitie met de voorzitter van de Raad van Korpschefs heb gemaakt, is het borgen van inzet op de politiële vreemdelingentaak door de politie, ook als straks de nationale politie een feit is. Het bestrijden van illegaliteit, en dan met name de daarmee gepaard gaande criminaliteit en overlast, is samen met een effectief terugkeerbeleid een prioriteit van het kabinet. Om aan die prioriteit effectief uitvoering te kunnen blijven geven is het noodzakelijk afspraken over de inzet van de politie te maken. Met deze resultaatafspraak is geborgd dat de intensivering van het terugkeerbeleid doorvertaald wordt naar het vreemdelingentoezicht van de politie, Deze resultaatafspraak past bovendien bij de door de minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde landelijke prioriteiten politie, waar de aanpak van (faciliteerders van) illegaliteit en criminele vreemdelingen er een van is.

De politie zal de inspanningen versus het resultaat monitoren. Na een jaar zal een evaluatie van de resultaten plaatsvinden.

Vraag 5 en 6

Hoe voorkomt u dat, vanwege de intensivering van de opsporing van illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen, de hulpverlening voor deze mensen in de knel komt, zij medische zorg en onderwijs gaan mijden en daarmee nog verder uit beeld raken?

Sluit u uit dat, vanwege de verplichting tot meer objectgerichte controles door de politie, gepost zal worden bij plekken waarvan bekend is dat er, bijvoorbeeld in het kader van hulpverlening, advies en voedselverstrekking, veel ongedocumenteerden komen?

Antwoord 5 en 6

Illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen hebben recht op medisch noodzakelijke zorg en minderjarige illegale kinderen recht op onderwijs. Hier sta ik voor. Daar brengt deze resultaatafspraak geen verandering in. Er is geen noodzaak voor illegalen zorg en onderwijs te mijden. In het vreemdelingentoezicht blijft de gemaakte prioritering in stand. Dit betekent dat de aanpak van criminele en overlastgevende vreemdelingen de hoogste prioriteit heeft en daarnaast richt de politie zich ook op andere vreemdelingen die geen verblijfsvergunning (meer) hebben.

De politie bepaalt zelf hoe zij invulling geeft aan haar taak. Daarbij houdt de politie vanzelfsprekend in de taakuitoefening rekening met kwetsbare groepen als minderjarigen, ouderen, zieken en mogelijke slachtoffers van mensenhandel. Dit is onderdeel van de resultaatafspraak.

Vraag 7

Op welke wijze gaat de politie deze procentuele stijging realiseren, nu dit moet gebeuren met de bestaande formatie? Ten koste van welke andere taken zal dit moeten gaan?

Antwoord 7

Zoals in antwoord 3 is aangegeven is het aantal door de politie uit het toezicht aan de DT&V.overgedragen zaken de afgelopen jaren gedaald. In 2008 werden ongeveer 5 610 vreemdelingen door de politie overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek, in 2009 en 2010 is dit respectievelijk ongeveer 5250 en 4350. In 2011 is dit verder gedaald naar ongeveer 3530 zaken.

Met deze afspraken wordt beoogd de dalende trend om te buigen en terug te brengen naar het niveau van tussen 2008 en 2009. Het aantal in de resultaatafspraak afgesproken overdrachtsdossiers is in het verleden reeds behaald binnen de bestaande capaciteit en is zelfs lager dan de in 2008 behaalde resultaten. Daarom moet dit resultaat nu ook weer haalbaar zijn,binnen de bestaande capaciteit.

Naar boven