Vragen van de leden Van Dekken, Recourt en Marcouch (allen PvdA) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie over het strafrechtelijk afkopen van vervolging na het lastigvallen en bedreigen van een scheidsrechter (ingezonden 17 februari 2012).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 20 maart 2012) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 1772.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het bericht: «Arbiter niet blij met straf»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Is het waar dat aan drie belagers van de in het artikel genoemde scheidsrechter door het Openbaar Ministerie een schikkingsvoorstel van 210 euro is gedaan? Zo nee, wat is hieraan dan niet waar? Zo ja, bij welke feiten zouden de belagers betrokken zijn geweest?

Heeft het inderdaad 10 maanden geduurd voordat er een schikkingsvoorstel is gedaan? Zo ja, waarom duurde dit zo lang, en hoe verhoudt zich dat tot het ook door u voorgestane lik-op-stuk-beleid met betrekking tot voetbalgeweld? Zo nee, hoe lang heeft dit dan wel geduurd?

Antwoord 2 en 3

In de onderhavige kwestie heeft het slachtoffer bij de politie aangifte gedaan van belaging en diefstal. Het OM heeft onderzocht of sprake was van strafbare bedreigingen. Om een vervolgingsbeslissing te kunnen nemen bleek nader onderzoek noodzakelijk. Na afronding hiervan is de zaak door het OM beoordeeld en bleek onvoldoende bewijs voorhanden voor vervolging wegens belaging en bedreiging. Wel kon worden bewezen dat de verdachten zich schuldig hadden gemaakt aan diefstal in vereniging. Het OM heeft voor dit feit – overeenkomstig de daarvoor geldende richtlijnen – aan ieder van de verdachten een transactievoorstel van € 210,– aangeboden. De totale procedure heeft circa 10 maanden in beslag genomen, omdat naar aanleiding van het eerste proces-verbaal nader onderzoek nodig was.

Vraag 4

Welke schikkingsbedragen worden doorgaans voorgesteld in zaken waarin iemand is lastig gevallen en bedreigd? Welke richtlijn of andere objectieve grondslag ligt hieraan ten grondslag?

Antwoord 4

Welk transactiebedrag wordt aangeboden is afhankelijk van allerlei factoren zoals de aard van het delict, recidive van de verdachte, gebruik van wapens, discriminerende opmerkingen. Voor het aanbieden van transacties, waaronder ter zake van bedreiging, kent het OM een openbare richtlijn. Deze zogenaamde Bos/Polaris-richtlijn is onder meer te vinden op www.om.nl. Voor belaging geldt geen speciale richtlijn maar de strafbedreiging genoemd in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Vraag 5

Is de scheidsrechter slachtofferhulp aangeboden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

De betrokken scheidsrechter heeft bij aangifte zoals gebruikelijk het zogenaamde «wensenformulier» overhandigd gekregen en geretourneerd naar het Openbaar Ministerie. Daarop heeft hij slechts aangegeven dat hij op de hoogte gehouden wil worden van de voortgang van het strafproces. Dit heeft het Openbaar Ministerie gedaan.

Vraag 6

Past het niet vervolgen van verdachten van voetbalgeweld binnen uw aanpak van dat probleem? Zo ja, in hoeverre? Zo nee, waarom niet, en wat wilt u hier aan veranderen?

Antwoord 6

Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 2 en 3.


X Noot
1

Provinciale Zeeuwse Courant, 15 februari 2012 (Zeeuws-vlaanderen Editie).

Naar boven