Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-20121859

Vragen van het lid Bosman (VVD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel «Emissie op Sint Maarten succesvol» (ingezonden 20 februari 2012).

Antwoord van minister Spies (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 15 maart 2012).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van het artikel «Emissie op Sint Maarten succesvol»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat Sint Maarten een obligatielening van 150 miljoen dollar heeft afgesloten? Zo ja, heeft Nederland conform de Rijkswet Financieel Toezicht hierbij een rol gespeeld en deze obligaties opgekocht? Kunt u deze rol toelichten?

Antwoord 2

De haven van Sint Maarten heeft een obligatielening afgesloten, niet de overheid van Sint Maarten. De haven is een privaatrechtelijke onderneming en valt hierdoor niet onder de bepalingen van de Rijkswet financieel toezicht. Nederland heeft daarom geen rol gespeeld en ook geen obligaties opgekocht.

Vraag 3

Heeft het College Financieel Toezicht (CFT) een rol gespeeld bij bovenstaande emissie? Zo ja, kunt u aangeven welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Nee, zie antwoord op vraag 2.

Vraag 4

Is het naar uw mening, gezien de krimpende economie op Sint Maarten en de onduidelijke lange termijn houdbaarheid van de begroting van Sint Maarten, verantwoord voor hen om een dergelijke lening aan te gaan? Zo ja, kunt u dit toelichten? Heeft het CFT u hierover geadviseerd?

Antwoord 4

De lening is aangegaan door een privaatrechtelijke onderneming. De afweging tot het verwerven en verstrekken van het kapitaal vindt plaats in de NV en bij de beleggers die zich ingeschreven hebben op deze lening. De overheid en ook het Cft staan hier buiten. Wel geeft het Cft in zijn meest recente halfjaarrapportage aan de vermogens van de overheidsNV’s nauwlettend te volgen aangezien hier dreigingen vanuit kunnen gaan voor de begroting van Sint Maarten. Op Sint Maarten zien de vermogens van de NV’s tot en met 2009 er echter redelijk goed uit. De vraag die het Cft in de halfjaarrapportage stelt is dan ook waarom deze NV’s geen dividend betalen.

Vraag 5

Is het waar dat Curaçao van plan is een obligatielening van 250 miljoen gulden aan te gaan? Zo ja, is Nederland conform de Rijkswet Financieel Toezicht verplicht deze obligaties op te kopen?

Antwoord 5

Ik heb vernomen dat het wegenfonds voornemens is een lening aan te gaan, de exacte vormgeving en de hoogte van het bedrag zijn naar mijn weten nog niet bekend. Het wegenfonds is geen begrotingsfonds, daarom is het niet mogelijk gebruik te maken van de staande inschrijving bij de Nederlandse overheid.

Vraag 6

Deelt u de mening dat Nederland alleen geld aan Curaçao kan uitlenen wanneer het CFT Nederland garandeert dat de begroting van Curaçao op zowel korte als lange termijn op orde is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

De Rijkswet financieel toezicht geeft in artikel 16 precies aan waar aan voldaan moet worden om bij Nederland te kunnen lenen en welke rol het Cft hierin speelt.


X Noot
1

Antilliaans Dagblad, woensdag 15 februari 2012.