Vragen van het lid Hachchi (D66) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie over de verhoging van de pensioenpremie door het ABP (ingezonden 26 januari 2012).

Antwoord minister Spies (Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 6 maart 2012).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het ABP de pensioenpremie verhoogt en als gevolg hiervan de Rijksoverheid ruim € 300 mln. extra kwijt is?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat de ministeries hier geen geld voor begroot hebben? Was deze tegenvaller te voorzien?

Antwoord 2

De tegenvaller vanwege de herstelopslag op de pensioenpremie komt niet helemaal onverwacht. Ten tijde van het opstellen van de begrotingen (juli 2011) konden ministeries echter nog geen inschatting maken van de daadwerkelijke meerkosten omdat de omvang van de herstelopslag nog niet bekend was. Daarnaast stelt het kabinet in het voorjaar de bijdrage vast die de ministeries dit jaar ontvangen ter compensatie van de ontwikkeling van de werkgeverslasten, waarvan de pensioenpremies onderdeel maken. Daarom is het niet gebruikelijk dat ministeries al in hun begroting rekening houden met mogelijke tegenvallers in de premiesfeer.

Vraag 3, 4 en 5

Hoe gaat u de extra kosten opvangen?

Wat zijn de gevolgen voor de geplande bezuinigingen op het overheidspersoneel?

Zullen er als gevolg van de premieverhoging nog meer banen bij de Rijksoverheid moeten verdwijnen?

Antwoord 3, 4 en 5

De manier waarop de extra kosten worden opgevangen hangt af van de situatie binnen de arbeidsvoorwaardelijke sectoren en de mogelijkheden binnen de departementen. In algemeenheid is er geen uitspraak over te doen. De bijdrage die het kabinet verstrekt ter compensatie van de ontwikkeling van de werkgeverslasten is gebaseerd op de ontwikkeling daarvan in de marktsector, zoals geraamd door het Centraal Planbureau. Indien de geraamde ontwikkeling van de werkgeverslasten in de marktsector lager is dan de feitelijke kostenontwikkeling daarvan bij de overheidswerkgevers, heeft dat een tegenvaller voor de ministeries tot gevolg. Tegenvallers in de compensatie voor de werkgeverslasten dienen te worden opgevangen door daarvoor de arbeidsvoorwaardenruimte die beschikbaar is voor de cao-onderhandelingen in te zetten. Vanwege de tweejarige nullijn hebben de meeste ministeries die mogelijkheid niet. Zij dienen de tegenvaller daarom binnen de bedrijfsvoeringsuitgaven op te vangen. Dit kan door te bezuinigen op personeel (zoals minder ambtenaren, bezuinigen op personeelsvoorzieningen en bewust belonen) of via materieel (zoals ICT, huisvesting en inkoop). Dit komt bovenop de taakstellingen die de ministeries moeten realiseren.

Vraag 6

Wat zijn de gevolgen voor de salarissen van de ambtenaren?

Antwoord 6

Met ingang van 1 april a.s. wordt de herstelopslag met 2,2% verhoogd. De werknemers betalen 30% van de stijging, de werkgever 70%. Vanwege de herstelopslag zullen de netto salarissen van de ambtenaren gemiddeld met ongeveer 0,4% dalen.

Vraag 7

Wat zijn de gevolgen van de verhoging van de premie voor uw onderhandelingspositie bij de cao-onderhandelingen van het Rijk?

Antwoord 7

Het overleg over een nieuwe rijkscao is in 2011 vastgelopen vanwege de grote verschillen tussen partijen op de lonen en op het sociaal beleid bij reorganisaties. Hierbij speelt een grote rol dat de cao-Rijk 2007–2010 is afgesproken in een periode van economische voorspoed. Door de financiële crisis is het economisch beeld echter drastisch gewijzigd waardoor de rijkscao achteraf bezien te duur is geweest: als gevolg van deze cao-afspraken moest in 2010 een loonsverhoging van 3% worden gegeven terwijl het kabinet vanwege de nullijn geen loonruimte beschikbaar stelde. Het tekort dat hierdoor is ontstaan komt ten laste van toekomstige loonruimte. Extra lasten vanwege een tegenvaller in de compensatie voor de werkgeverslasten zullen daar bovenop komen en maken de verschillen tussen partijen groter.

Vraag 8

Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om ambtenaren langer te laten doorwerken en dus later met pensioen te laten gaan, zodat de premies niet omhoog hoeven?

Antwoord 8

Om de herstelopslag ongedaan te maken is het nodig de pensioenopbouw te verminderen -hetgeen langer doorwerken in de hand werkt- en om de pensioenaanspraken voorwaardelijker te maken door ze te laten meebewegen met de ontwikkelingen op de financiële markten. Het Pensioenakkoord bevat deze maatregelen en de overheidswerkgevers willen op korte termijn de afspraken uit het Pensioenakkoord vertalen naar de ABP-regeling.

Vraag 9

Kunt u de vragen 2 tot en met 6 ook beantwoorden voor het burgerpersoneel en het militaire personeel van Defensie?

Antwoord 9

Vraag 2

Het ministerie van defensie heeft hierin voor 2012 voorzien door uit de loonruimte het benodigde bedrag te reserveren op het artikel Nominaal en Onvoorzien.

Vraag 3 t/ 5

Voor ministerie van defensie niet van toepassing, zie antwoord vraag 2.

Vraag 6

Ook voor het burgerpersoneel van Defensie zullen de netto salarissen gemiddeld met ongeveer 0,4% dalen vanwege de herstelopslag.

Voor het militaire personeel stijgt per 1 april de herstelpremie niet met 2,2% maar met 2,3%. Het effect op het netto salaris van de militair varieert van 0,4% tot 0,6%.

Naar boven