Vragen van het lid Schouw (D66) aan de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel over veel te dure verblijfsvergunningen (ingezonden 20 januari 2012).

Antwoord minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel) (ontvangen 20 februari 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 1502.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de stellingname van de advocaat-generaal bij het Hof Justitie van de Europese Unie (HvJ) die in de zaak van de Europese Commissie tegen Nederland, aangeeft dat Nederland te hoge leges voor verblijfsvergunningen vraagt?1 Zo ja, wat is uw reactie hierop?

Antwoord 1

Ja.

Ik deel het standpunt van de advocaat-generaal niet; uitgangspunt van het beleid is dat de leges kostendekkend dienen te zijn. Die kostendekkendheid is, zoals ik in mijn brief van 31 januari jl heb aangegeven, 65%. In dat licht bezien zijn de leges niet te hoog.

Voor de meest kwetsbare categorieën vreemdelingen, bijvoorbeeld asielzoekers, hun nareizende gezinsleden en slachtoffers van mensenhandel, geldt bovendien vrijstelling van legesheffing.

Ik wacht de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie af.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het bedrag voor leges niet zo hoog mag zijn dat het personen die niet voldoende financiële middelen hebben, afschrikt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Ik ben van mening dat de leges niet zo hoog mogen zijn dat zij daadwerkelijk de komst van vreemdelingen naar Nederland belemmeren.

Voor vreemdelingen die voor een regulier verblijfsdoel naar Nederland willen komen, geldt het vereiste dat wordt beschikt over voldoende middelen van bestaan. In het kader van gezinsmigratie geldt dat het gezinslid in Nederland aan het inkomensvereiste dient te voldoen. Hiermee is voldoende geborgd dat de leges voldaan kunnen worden. Ik ben dan ook van mening dat de leges in de praktijk niet belemmerend werken. Als garantie geldt bovendien dat bij een gerechtvaardigd beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens de mogelijkheid bestaat om vrijstelling van de legesheffing te verkrijgen als de aanvrager aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen.

Vraag 3

Kunt u de Kamer te zijner tijd uw reactie toesturen op de uitspraak van het HvJ en daarbij expliciet toelichten wat de uitspraak betekent voor de haalbaarheid van de ambitie van dit kabinet om de leges kostendekkend te laten zijn?

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Wanneer kan de Kamer het overzicht van de kostenopbouw en de effecten van de legesverhoging tegemoet zien zoals verzocht met de moties Schouw c.s.?2

Antwoord 4

Deze brief is op 31 januari 2012 aan uw Kamer toegezonden.

Naar boven