Vragen van de leden Schaart en Lucas (beiden VVD) aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het artikel «Slimme dijken op komst» (ingezonden 25 januari 2012).

Antwoord van minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (ontvangen 14 februari 2012).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Slimme dijken op komst»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u het inzicht dat een aanzienlijk deel van de 200 000 breedbandloze huishoudens nabij dijken liggen en dat daardoor ambities op het gebied van dijkversterking, -monitoring en digitalisering wellicht op slimme wijze gecombineerd kunnen worden?

Antwoord 2

In het kader van het Europese programma « Urban Flood» wordt op dit moment gewerkt aan het digitaliseren van dijkmonitoring. Urban Flood is een 3-jarig Europees onderzoekproject over sensordijken en overstromingswaarschuwingen, financieel ondersteund via het 7e kaderprogramma (KP7). Het project monitort de eerste «livedijken» op diverse plekken in Nederland, zoals bij Eemshaven en Vechtdijk Amsterdam, via sensortechnologie. Daarnaast wordt door de stichting IJkdijk en haar partners gewerkt aan een dijk data service centre (DDSC). Dit DDSC moet het mogelijk maken om gemeten data, waarmee het gedrag van de kering kan worden geanalyseerd en mogelijk voorspeld, centraal te ontsluiten.

Momenteel wordt onderzocht of en hoe sensortechnologie in dijken rendabel is te maken. Het is daarom nog niet te zeggen of deze technologie op grote schaal, of specifiek op de hier bedoelde locaties, zal gaan worden toegepast. Laat staan of de uitrol van deze technologie gecombineerd kan worden met de uitrol naar breedbandloze huishoudens nabij een dijk.

Vraag 3

Bent u bereid om de beoogde aanleg van datacommunicatievoorzieningen naar en in dijken in het kader van «Slimme Dijken» te doen plaatsvinden in zogenaamde kabelgoten, waarin naast de kabels voor Rijkswaterstaat (RWS) ook ruimte is voor die van meerdere kabel- en telecombedrijven?

Antwoord 3

Zoals gezegd, valt nog niet aan te geven of en hoe sensortechnologie in dijken zal worden toegepast. Het is natuurlijk al wel zo dat er nu al kabels en leidingen door en langs waterkeringen liggen en dat ook nu al slimme combinaties hun vruchten af kunnen werpen, waarbij wel opgemerkt moet worden dat vreemde objecten de waterkering niet mogen verzwakken en dat hierbij moet worden voldaan aan de telecomwet en mededingingswet. Er wordt op dit moment gewerkt aan een convenant tussen de Unie van Waterschappen en het Platform Netbeheerders (kabel- en leidingbeheerders), dat beoogt de samenwerking – juist ook met telecombedrijven – bij dijkverzwaringsprojecten te verbeteren.

Vraag 4

Op welke wijze worden de waterschappen geïnformeerd en uitgedaagd om dergelijke slimme combinaties te maken, nu de aanleg, het beheer en onderhoud van de dijken in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma en het bestuursakkoord Water voornamelijk bij de waterschappen ligt?

Antwoord 4

Waterschappen, kennisinstellingen en de markt worden binnen diverse programma’s, zoals het IJkdijkontwikkelprogramma en Floodcontrol 2015, gestimuleerd samen te werken en ook buiten de sector samenwerking aan te gaan. Ik wijs ook nogmaals op het convenant in wording in het antwoord op vraag 3. Deze programma’s worden (mede financieel) ondersteund door het Rijk. Daarnaast is water natuurlijk aangemerkt als topsector. Diverse initiatieven op het vlak van hoogwaterbescherming, waarbij ook wordt samengewerkt met de private sector, zullen in dat verband een plaats krijgen in het voorgestelde Innovatiecontract van de Topsector Water.

Vraag 5

Is het waar dat kabelgoten die nodig zijn voor deze «Slimme Dijken» nu al door Nederlandse bedrijven zoals Wavin zijn ontwikkeld?

Antwoord 5

Het klopt dat Wavin een nieuw soort kabelgoot heeft ontwikkeld die sterker is dan de reguliere kabelgoten en zich daardoor wellicht beter leent voor toepassing in dijken. Deze nieuwe kabelgoten zijn echter niet specifiek voor dijken ontwikkeld.

Vraag 6

Deelt u de mening dat een dergelijke aanleg een uit overheidsperspectief vrijwel kosteloze stimulering betekent voor de ook door de Regering zo gewenste breedbandaansluitingen? Op welke wijze zult u deze kans benutten?

Antwoord 6

Het kan in de toekomst kosten besparen indien de combinatie van breedbandaansluitingen met slimme dijken grootschalig gerealiseerd zou kunnen worden. Gegeven mijn antwoord op vraag 3 zal dit op het juiste moment worden meegenomen. Meer algemeen is het bestaande beleid om kosten voor aanleg van netwerken te verlagen door werkzaamheden op elkaar af te stemmen. In de Handreiking Breedband worden gemeenten dan ook opgeroepen om bijvoorbeeld de graafwerkzaamheden in hun gemeente goed af te stemmen met diverse kabeleigenaars. Naast het belang van een reductie in kosten voor aanleg ontstaan in de markt innovatieve financieringsmodellen om de aanleg van glasvezel te stimuleren. Zo zijn er voorbeelden vanuit de bewoners zelf die via vraagbundeling of het opzetten van een coöperatie de marktpartijen alsnog overhalen om aan te leggen, waarbij de bewoners de meerkosten ten opzichte van het rendabele (dorps)gebied over meerdere jaren kunnen terugbetalen. Ook over financieringsmodellen informeert de Handreiking. Overigens betekent het niet hebben van een vaste breedbandinfrastructuur niet dat de laatste 100 000- 150 000 huishoudens zonder breedband zitten. Er is altijd beschikking over een mobiel netwerk en/of satelliet.

Vraag 7

Bent u bereid de voor dergelijk medegebruik door Rijkswaterstaat in rekening te brengen kosten te beperken tot uitsluitend de aantoonbare meerkosten?

Antwoord 7

Ja, met inachtneming van hetgeen gesteld bij het antwoord op vraag 3 en 6.

Vraag 8

Deelt u voorts de mening dat een grootschalig (mede-) gebruik kan leiden tot een innovatief en bijgevolg zeer goed exporteerbaar samenstel van voorzieningen en diensten? Hoe kunnen we dat het beste benutten?

Antwoord 8

Ja ik deel deze mening en ik probeer dan ook daar waar samenwerking en combineren van beleid mogelijk is, dit aan te moedigen. Dit, zoals eerder gesteld, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving. Of dit nu gaat over slimme dijken of ander beleid. Het is de insteek waarop ook het topsectorenbeleid op is gebouwd.


X Noot
1

Telegraaf, 6 januari 2012.

Naar boven