Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de aanwezigheid van salmonella in vlees (ingezonden 30 augustus 2011).

Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ontvangen 29 september 2011).

Vraag 1

Kent u het bericht «Pluimveeslachterijen betalen niet mee aan verlies salmonellavlees»?1

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Bent u bereid streng toe te zien op de naleving van het verbod op de aanwezigheid  van salmonella Enteritidis of Typhimurium? Zo ja, welke sanctie staat er op overtreding van het verbod en op welke wijze en met welke frequentie wordt hierop gecontroleerd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Het betreft hier Europese regelgeving. De controle op de naleving wordt in medebewind uitgevoerd door het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE). De nVWA houdt hier toezicht op door middel van audits.

De pluimveevleessector neemt overigens ook haar eigen verantwoordelijkheid door middel van extra private Salmonella controles op de vleeskuiken bedrijven. Ik juich dit eigen initiatief toe.

Vraag 3

Is ook de aanwezigheid van Campylobacter in pluimveevlees per 1 december 2011 verboden? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot eerdere toezeggingen van het kabinet hierover? Zo ja, zal ook hierop streng worden gehandhaafd?

Antwoord 3

Nee.

Voor een verbod van Campylobacter in pluimveevlees bestaat nog onvoldoende Europees draagvlak. In de open Europese markt kan pluimveevlees uit andere lidstaten niet van de Nederlandse markt worden geweerd.

In Nederland loopt wel een publiek private samenwerking tussen VWS en het bedrijfsleven: het Convenant Campylobacter. Dit Convenant heeft tot doel het volksgezondheidsrisico ten gevolge van Campylobacter op Nederlands pluimveevlees maximaal te reduceren. De sector legt hierbij slachterijen zelf maatregelen op indien zij vlees produceren met hoge Campylobacter aantallen.

De resultaten uit dit Convenant zullen we benutten in de Europese discussie over de vermindering van het risico op Campylobacter in pluimveevlees en de Europese regels die hiervoor worden voorbereid.

Vraag 4

Is het de bedoeling dat er publieke middelen besteed zullen worden aan het op te richten collectieve fonds waarover in het artikel gesproken wordt? Zo ja, waarom en in welke mate?

Antwoord 4

Nee.

Het betreft een privaat gefinancierd fonds ten behoeve van de door de sector zelf opgelegde maatregelen. Het fonds zal worden gevuld door partijen uit het bedrijfsleven zoals de pluimveehouders en -slachterijen. Over de exacte invulling lopen nog gesprekken binnen de sector.

Vraag 5

Kunt u aangeven wie het onafhankelijk onderzoek zal gaan financieren waarover de voorzitter van Nepluvi in het artikel spreekt?

Antwoord 5

De sector zelf.

Vraag 6

Deelt u de mening dat het de gezamenlijke verantwoordelijkheid is van alle partijen in de keten om te zorgen dat voedingsmiddelen volledig vrij van pathogenen zijn en dat het de rol van de overheid is daarop streng te handhaven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, zullen alle kosten van het uitsluiten van pathogenen verhaald worden op de sector?

Antwoord 6

Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen in de keten om er voor te zorgen dat producten veilig zijn. Veiligheid betekent niet per definitie dat een voedingsmiddel volledig vrij moet zijn van alle pathogenen. De rol van de overheid is om, daar waar nodig, regelgeving te ontwikkelen met als doel de volksgezondheid te beschermen en vervolgens toe te zien op een goede naleving van deze regelgeving.

Op het terrein van Salmonella nemen de verschillende schakels in de productieketen hun eigen verantwoordelijkheid en zijn deze bereid er zelf in te investeren.


X Noot
1

http://www.agd.nl/Artikel/571759/Pluimveeslachterijen-betalen-niet-mee-aan-verlies-salmonellavlees.htm

Naar boven