Vragen van het lid Çörüz (CDA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Buitenlandse Zaken over het bericht «Londen boos op Europese Hof na uitspraak over radicale Aboe Katada» (ingezonden 20 januari 2012).

Mededeling van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 10 februari 2012).

Vraag 1

Heeft u kennis genomen van het bericht «Londen boos op Europese Hof na uitspraak over radicale Aboe Katada»?1

Vraag 2

Bevinden zich in Nederland personen in een soortgelijke situatie (verdacht van terrorisme maar welke niet terug gestuurd kunnen worden)? Zo ja, om hoeveel personen gaat het?

Vraag 3

Wat vindt u van de motivering van het Europese Hof dat de vrees voor (en niet het bewijs) kennelijk voldoende is om deze radicale verdachte niet terug te sturen naar Jordanië?

Vraag 4

Deelt u de mening dat Europa niet een vrijplaats van gevaarlijke extremisten mag worden? Hoe kan dit voorkomen worden?

Vraag 5

Wat vindt u van de reactie van de Britse premier op deze uitspraak?

Mededeling

Hierbij bericht ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, dat de schriftelijke vragen van het lid Çörüz (CDA ) over het bericht «Londen boos op Europese Hof na uitspraak over radicale Aboe Katada (ingezonden 20 januari 2012) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
1

Trouw, d.d. 18 januari 2012.

Naar boven