Vragen van de leden Ormel en Knops (beiden CDA) aan de minister van Buitenlandse Zaken
over de berichtgeving rond de beschuldiging van planning van een couppoging ten aanzien
van een groot aantal hooggeplaatste militairen in Turkije (ingezonden 11 oktober 2011).
Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 30 december 2011).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de berichtgeving over de beschuldiging van de planning van een couppoging
ten aanzien een groot aantal hooggeplaatste militairen in Turkije?1
Antwoord 1
Genoemde militairen zijn aangehouden in het kader van het «Sledgehammer-proces»; een
breder justitieel onderzoek naar een vermeende samenzwering van onder meer Turkse
militairen tegen de regering Erdoğan. Deze verdachten dienen een eerlijk proces te
krijgen.
Vraag 2
Hoeveel actieve en gepensioneerde officieren zijn in totaal gearresteerd op deze gronden?
Klopt het dat nog nooit eerder zo’n grote groep officieren vervolgd is in Turkije
en dat nog bovenop de 400 schrijvers, journalisten en militairen die de afgelopen
jaren reeds gearresteerd en vervolgd zijn in de «Ergenekon» zaak?
Antwoord 2
Volgens informatie van de Europese Commissie zijn er intussen 224 militairen aangeklaagd
(106 actief dienende militairen). In het kader van de «Ergenekon»-zaak zijn 238 schrijvers
en journalisten aangeklaagd (53 in hechtenis).
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het feit dat openlijk wordt getwijfeld aan de mogelijkheid voor deze
arrestanten in deze zaken om een eerlijk proces krijgen? Is de bewijslast tegen hen
openbaar? Hoe beoordeelt u de opmerkingen die een Turkse rechter in dit licht heeft
gemaakt?2
Antwoord 3
Nederland volgt, net zoals de Europese Commissie en andere EU-lidstaten, deze ontwikkelingen.
Alle verdachten in Turkije moeten op een transparante, eerlijke, onafhankelijke en
niet onnodig lange rechtsgang kunnen rekenen. Dat is juist in deze politiek zeer beladen
zaak van belang.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de EU een open en transparante rechtsgang dient te bevorderen?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid dit in EU-verband te bepleiten?
Antwoord 4
Ik bepleit dit in EU-verband.
Vraag 5
Deelt u de zorgen over de toegenomen spanningen tussen de regering van premier Erdogan
en de Turkse krijgsmacht?
Antwoord 5
De afgelopen jaren is het Turkse leger steeds meer onder civiele controle komen te
staan, hetgeen een positieve ontwikkeling is.
Vraag 6
Klopt het dat Turkije zowel Cyprus als Israël het recht ontzegt om gasboringen te
doen en daartoe de wateren ten zuiden van Cyprus met marineschepen betreedt, alsmede
met F-16’s Israëlische jachtvliegtuigen verjaagt?
Antwoord 6
Turkije betwist de rechtmatigheid van de Cypriotische proefboringen in de Oostelijke
Middellandse Zee. Daarbij is de Turkse regering van mening dat eventuele gasopbrengsten
ook aan de Turks-Cypriotische gemeenschap ten goede dienen te komen. De Cypriotische
regering maakt regelmatig, ook al vóór de boringen, melding van Turkse schendingen
van haar territoriale wateren en luchtruim.
Turkije betwist niet de exploraties in de Israëlische territoriale wateren.
Vraag 7
Klopt het bovendien dat Turkije besloten heeft het IFF-identificatiesysteem op haar
F-16’s te vervangen door een eigen systeem, waardoor Israëlische gevechtsvliegtuigen
niet langer als vriend, maar als vijand geïdentificeerd worden? Hoe beoordeelt u deze
stap?
Antwoord 7
Het Turkse leger is voornemens het bestaande IFF-identificatiesysteem in eigen beheer
te moderniseren. Het positief identificeren van vijandelijke vliegtuigen is met dit
systeem niet mogelijk.
Vraag 8
Deelt u de zorgen met betrekking tot deze daden van de Turkse regering, in combinatie
met de toenemende, dreigende retoriek? Zo ja, welke consequenties heeft een en ander
wat u betreft voor de relatie met de EU en de positie van Turkije binnen de NAVO?
Antwoord 8
Ik maak mij zorgen over de effecten van retoriek op de stabiliteit in de regio. De
positie van Turkije in de NAVO staat niet ter discussie. Wat het EU-toetredingsproces
betreft, dient kandidaat-lidstaat Turkije zich volgens het onderhandelingsraamwerk
uit 2005 onder meer te blijven inspannen om vooruitgang te boeken in de normalisatie
van de betrekkingen met Cyprus.
Vraag 9
Bent u bereid deze zorgen richting Turkije te uiten en in EU-verband te pleiten voor
maatregelen tegen Turkije indien de Turkse regering volhardt in deze opstelling? Zo
ja, welke?
Antwoord 9
Nederland heeft zijn zorgen over de regionale ontwikkelingen eerder bij Turkije aan
de orde gesteld en zal dit, indien nodig, blijven doen.
Vraag 10
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór de behandeling van de begroting Buitenlandse
Zaken?
Antwoord 10
De beantwoording van deze vraag heeft meer tijd gevraagd.
X Noot
2Hürriyet Daily News.