Vragen van het lid Bouwmeester (PvdA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie
en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over psychedelische truffels (ingezonden
2 december 2011).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 28 december 2011).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de artikelen «Psychedelisch truffel net zo populair als
eerder de paddo» en «Truffelverbod stimuleert synthetische drugs»?1
Vraag 2
Is het waar dat psychedelische truffels niet onder een van de lijsten van de Opiumwet
vallen? Zo ja, was dat bekend toen de paddo’s op de lijst van de Opiumwet werden geplaatst?
Antwoord 2
De psychedelische truffels of sclerotia vallen niet onder de Opiumwet. Dit was bekend
toen de 186 soorten hallucinogene paddenstoelen per 1 december 2008 op lijst II van
de Opiumwet werden geplaatst.
Vraag 3
Is het u bekend dat, sinds het verbod op paddo’s er is, er een verschuiving plaatsvindt
van het gebruik van paddo’s naar psychedelische truffels? Zo ja, heeft u met dit effect
rekening gehouden op het moment dat u paddo’s ging verbieden?
Antwoord 3
Met een dergelijke verschuiving is rekening gehouden, in zoverre dat een verschuiving
als gevolg van de introductie van het verbod op de teelt en de verkoop van hallucinogene
paddenstoelen niet uit te sluiten is. In antwoord op eerdere vragen van het lid Joldersma
van uw Kamer heeft mijn ambtsvoorganger reeds aangegeven dat uit onderzoek van de
VWA uit 2002 is gebleken dat sclerotia een lagere waarde aan hallucinogene stoffen
bevatten dan hallucinogene paddenstoelen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, Aanhangsel,
nr. 1509).
Vraag 4
Deelt u de mening dat het vrijwel onmogelijk is om een verbod op hallucinerende of
psychedelische middelen door middel van plaatsing op een lijst te handhaven aangezien
er steeds nieuwe middelen met een dergelijke werking ontdekt worden die in de natuur
aanwezig zijn? Zo ja, deelt u dan ook de mening dat het beter is om mensen te informeren
en adviseren over het gebruik ervan, in plaats van het steeds verbieden van deze middelen
om, vervolgens te moeten constateren bij dat er bij de handhaving achter de feiten
wordt aangelopen? Zo nee, kunt u dan met cijfers onderbouwd aantonen dat het verbod
op paddo’s daadwerkelijk tot een vermindering van het gebruik van hallucinerende,
psychedelische of vergelijkbare drugs heeft geleid?
Antwoord 4
Die mening deel ik niet, aangezien het paddoverbod wel degelijk succesvol is gebleken
in het tegengaan van het aantal incidenten.
Er zijn alleen cijfers beschikbaar van Amsterdam over het aantal gezondheidsincidenten
(ambulanceritten) gerelateerd aan hallucinogenen, voornamelijk paddo’s en sclerotia.
Daaruit blijkt dat het aantal incidenten is gedaald van 149 in 2007 tot 69 in 2010.
Vraag 5 en 6
Kent u alle middelen die wereldwijd in de natuur bekend staan vanwege hun hallucinerende
of psychedelische werking? Zo ja, hoe kunt u die allemaal kennen en bent u voornemens
die allemaal te gaan verbieden? Zo nee, wat zegt dat dan over de waarde van het opnemen
van paddo’s op lijst 2 van de Opiumwet?
Deelt u de mening dat de natuur zich niet laat afremmen door wetten en dat de lijsten
met hallucinerende middelen nooit compleet kunnen worden? Zo ja, erkent u dan dat
beter ingezet kan worden op voorlichting zodat mensen zich bewust worden van de producten
die ze gebruiken? Zo nee waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Het is onmogelijk wereldwijd alle middelen te kennen, maar de meeste middelen met
hallucinerende of psychedelische werking die in Nederland worden verhandeld zijn bekend.
Het plaatsen van hallucinogene middelen op een van de lijsten van de Opiumwet heeft
alleen zin als er sprake is van een zekere mate van bestendig gebruik en er sprake
is van aantoonbare gezondheidsschade en schade voor de samenleving. In het geval van
de hallucinogene paddenstoelen was er sprake van een bepaalde groep mensen die deze
middelen op onverantwoorde wijze gebruikte. Na de introductie van het verbod is het
gebruik van deze hallucinogene paddenstoelen aanzienlijk afgenomen en daarmee ook
de met dit gebruik samenhangende schade. Een en ander laat onverlet dat naast een
verbod goede voorlichting over de effecten en de risico’s van deze middelen van belang
is. Het een sluit het ander niet uit.
Vraag 7
Heeft u kennisgenomen van het feit dat psychedelische truffels worden verkocht in
souvenirshops? Deelt u de mening dat dat onwenselijk is en dat het beter is om de
verkoop te reguleren via verkooppunten die verantwoord om gaan met het verstrekken
van drugs zoals de meeste coffeeshops? Zo ja, hoe gaat u die gereguleerde verkoop
bewerkstelligen? Zo nee, waarom vindt u het beter om psychedelische truffels via souvenirshops
te laten verkopen?
Antwoord 7
Ik heb daarvan kennisgenomen. Het gaat hier echter niet om middelen die onder het
regime van de Opiumwet vallen, maar om legale producten, die onder het regime van
de Warenwet vallen. Het heeft mijn voorkeur dat dergelijke producten alleen via de
zogenaamde smartshops worden verkocht, omdat er dan sprake is van een meer restrictief
verkoopbeleid en van voorlichting tijdens de verkoop. Vooralsnog zie ik geen reden
voor het introduceren van maatregelen die leiden tot een gereguleerde verkoop van
deze truffels.
X Noot
1Trouw 1 december 2011.