Vragen van de leden Van Klaveren en Wilders (beiden PVV) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de schaalvergroting van een Ottomaanse moskee in Limburg (ingezonden 6 december 2011).

Antwoord van minister Leers (Immigratie, Intergratie en Asiel) (ontvangen 23 december 2011).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Moskee naar Venlo-Zuid»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

In hoeverre deelt u de visie dat met elke nieuwe moskee of vergroting van een oude, de destructieve invloed van de islam op de samenleving groeit?

Antwoord 2

Ik deel deze visie niet. Bovendien geldt in Nederland vrijheid van godsdienst. Deze omvat het recht om een geloof uit te oefenen in een gebedshuis of vergelijkbare locatie. Islamitische en andere gebedshuizen mogen iedere bouwstijl en omvang hebben, zolang dit valt binnen de randvoorwaarden van wet- en regelgeving, het bestemmingsplan en de welstand.

Vraag 3 en 4

Klopt het dat deze Ottomaanse moskee medegefinancierd zal kunnen worden met geld van de «Islamitische Stichting Nederland», die evenals Diyanet direct valt onder het Turkse ministerie van Algemene Zaken?

Bent u van mening dat de Islamitische Stichting Nederland een door de islam geïnspireerde imperialistische club is, waarvan de invloed zoveel mogelijk ingeperkt dient te worden en dus ook nooit medefinancier mag worden van welk gebouw dan ook? Zo nee, waarom niet?

Antwoorden 3 en 4

Vanwege de grondwettelijke godsdienstvrijheid bemoeit de overheid zich niet met de bekostiging van religieuze bouwwerken, zolang er geen vermoedens bestaan van illegale handelingen. Daarbij wil ik u erop wijzen dat de Tweede Kamer eerder is geïnformeerd over de risico’s van buitenlandse financiering aan moskeeën (TK 2008–2009, 29 754, nr. 145), waarbij is aangegeven dat de Nederlandse overheid een goed systeem kent voor toezicht-, handhaving- en sanctiemogelijkheden.

Vraag 5

Welke stappen bent u voornemens te zetten om te voorkomen dat deze Ottomaanse moskee zal groeien en de invloed van de Turkse staat op in Nederland woonachtige burgers toeneemt?

Antwoord 5

Geen (zie ook antwoord op vraag 2). Het kabinet is van mening dat een zekere band met het land van herkomst geen belemmering hoeft te zijn voor de integratie, zolang deze op basis van vrijwilligheid en binnen de grenzen van de wet plaatsvindt. Indien dit niet het geval is, is er sprake van ongewenste overheidsbemoeienis vanuit het land van herkomst. Het Kabinet heeft dit standpunt in het verleden geregeld met zowel de Turkse als Marokkaanse overheden gedeeld.


X Noot
1

Dagblad de Limburger, 2 december 2011.

Naar boven