Vragen van de leden
Elissen,
Fritsma,
Kortenoeven
en
Bontes
(allen PVV) aan de ministers voor Immigratie en Asiel en van Veiligheid en Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en van Buitenlandse Zaken over de status van terroristen die zich voordoen als vluchteling (ingezonden 15 november 2010).
Antwoord van minister
Leers
(Immigratie en Asiel), mede namens de ministers van Veiligheid en Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en van Buitenlandse Zaken (ontvangen 10 januari 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 823.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht: «Vluchteling verliest status bij terreurdaden»?1
Antwoord 1
Ja. Het betreft een bericht over het arrest van 9 november 2010 van het Hof van Justitie van de EU in de zaken B. en D., waarin
prejudiciële vragen van het Duitse Bundesverwaltungsgericht worden beantwoord.
Vraag 2
Deelt de mening dat het onwenselijk is dat terroristen de vluchtelingenstatus krijgen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3, 4 en 6
Deelt u de mening dat het ongehoord is dat personen waarvan blijkt dat deze lid zijn van een terroristische organisatie hun
asielstatus behouden?2
Is er een apart regime voor asielzoekers die verdacht worden van lidmaatschap van een terroristische organisatie? Zo nee,
deelt u de mening dat ter voorkoming van werving en radicalisering zo’n systeem noodzakelijk zou zijn?
Bent u bereid om asielzoekers en vluchtelingen te laten screenen op lidmaatschap van terroristische organisaties en bent u
vervolgens bereid geen asielvergunning te verlenen en geen vluchtelingen-status toe te kennen als blijkt dat zij deel uitmaken
van terroristische organisaties of netwerken?
Antwoord vragen 3, 4 en 6
Deze vragen hangen met elkaar samen. Wel moet hier een onderscheid worden gemaakt naar:
a. personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, en
b. personen ten aanzien van wie ernstige redenen bestaan om te veronderstellen dat zij een ernstig niet-politiek misdrijf hebben
begaan.
Ad a)
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) doet onderzoek naar personen of organisaties waarover het ernstige vermoeden
bestaat dat deze een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of andere
gewichtige belangen van de staat. Op basis van dit onderzoek kan de AIVD ambtsberichten uitbrengen, ook aan de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (IND). In dergelijke ambtsberichten kan worden geconcludeerd dat de AIVD een persoon een «gevaar voor
de nationale veiligheid» acht. Op grond van de Vreemdelingenwet en de Kwalificatierichtlijn vormt dit een grond voor het niet
verlenen of intrekken van een asielvergunning. De vreemdeling kan dan ongewenst worden verklaard. Een ongewenste vreemdeling
mag Nederland niet inreizen of in Nederland verblijven.
Ad b)
Ook als de vreemdeling niet als gevaar voor de nationale veiligheid wordt gekwalificeerd, maar er wel ernstige redenen zijn
om te veronderstellen dat hij een ernstig niet-politiek misdrijf heeft begaan, wordt een vluchtelingenstatus geweigerd, dan
wel ingetrokken. Het Hof van Justitie van de EU heeft geoordeeld dat het enkele lidmaatschap van een organisatie, die wordt
vermeld in de bijlage bij het Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931 van de Raad van de Europese Unie3, niet voldoende is om daar vanuit te gaan, gezien het doel van het gemeenschappelijk standpunt, namelijk het bestrijden van
de financiering van het terrorisme.
Het Hof van Justitie van de EU overweegt dat een persoon die heeft behoord tot een organisatie die terroristische methoden
toepast, slechts van de vluchtelingenstatus kan worden uitgesloten na een individueel onderzoek. Er dienen ernstige redenen
te zijn om aan te nemen dat de betrokken individuele vreemdeling, in het kader van zijn activiteiten binnen een dergelijke
organisatie, een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft begaan of zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen welke in strijd
zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, tot een dergelijk misdrijf of dergelijke handelingen heeft
aangezet of anderszins aan dergelijke misdrijven of daden heeft deelgenomen. Van belang is welke rol hij heeft gespeeld, welke
positie hij had binnen de organisatie, welke kennis hij had of had moeten hebben van de activiteiten van de organisatie en
of pressie op hem is uitgeoefend, dan wel andere factoren zijn gedrag hebben kunnen beïnvloeden. Het uiteindelijke oordeel
in de individuele zaak moet gebaseerd zijn op het persoonlijke en bewuste gedrag van betrokkene.
Dit strookt met de Nederlandse beleidsuitgangspunten. Nederland let – ook vergeleken met andere Europese landen – scherp op
aanwijzingen dat een vreemdeling betrokken is geweest bij terrorisme opdat hem in voorkomende gevallen een verblijfsvergunning
wordt onthouden.
Vraag 5
Hoe wilt u voorkomen dat de rechten van terroristen of leden van terroristische organisaties nog langer gelijkgesteld blijven
aan die van andere burgers? Kunt u hierbij concrete acties benoemen?
Antwoord 5
Deze vraag gaat uit van een onjuiste veronderstelling. Graag verwijs ik naar de beantwoording van de vragen 3, 4 en 6.
Vraag 7
Bent u bereid om te bevorderen dat de betreffende Europese richtlijn zodanig wordt aangepast dat terroristen of leden van
terroristische organisaties niet langer de vluchtelingenstatus kunnen verkrijgen of behouden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zoals blijkt uit de beantwoording van de vragen 3, 4 en 6 biedt de huidige tekst van de Kwalificatierichtlijn voldoende mogelijkheden
om aan degenen die zich daadwerkelijk (mede-)schuldig hebben gemaakt aan terroristische activiteiten, of die dat nog van plan
zijn te doen, verblijf te ontzeggen.
XNoot
1 de Pers, «Vluchteling verliest status bij terreurdaden», 9 november 2010.
XNoot
2 In ieder geval inbegrepen personen of organisaties die voorkomen op de Europese of Nederlandse terreurlijst.
XNoot
3PB L 344, blz. 93. Ik neem overigens aan dat de vragenstellers met «Europese terreurlijst» doelen op deze lijst.